Gepubliceerd op donderdag 28 maart 2024
IEF 21973
Rechtbanken ||
20 mrt 2024
Rechtbanken 20 mrt 2024, IEF 21973; C/13/732858/HA ZA 23-402 (Eiser tegen Automattic, Inc. ), https://delex.nl/artikelen/automattic-moet-verbeurde-dwangsommen-betalen

Met dank aan Fulco Blokhuis en Lotte van Schuylenburch, Boekx Advocaten.

.

Automattic moet verbeurde dwangsommen betalen

Rb. Amsterdam 20 maart 2024, IEF 21973; C/13/732858/HA ZA 23-402 (Eiser tegen Automattic). Eiser en zijn familie worden al enkele jaren bedreigd. Sinds januari 2021 worden ernstige beschuldigingen en bedreigende uitlatingen jegens hem gedaan, onder meer via een blog gehost door Automattic op Wordpress.com. Voldoende aannemelijk is dat eiser hierdoor al geruime tijd zowel zakelijk als privé ernstige reputatie- en financiële schade lijdt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter diende Automattic aan de onrechtmatige situatie een eind te maken door de blog in zijn geheel te verwijderen [IEF 20664]. Automattic deed dit echter niet. Daarom eiste eiser een boete. Automattic weigerde en stelde dat het vonnis niet op de juiste manier was betekend door eiser (de argumenten waren gebaseerd op de regels van de burgerlijke rechtsvordering van de Californische wet) en dat de rechtbank niet bevoegd was. De rechtbank heeft in haar tussenvonnis zich bevoegd verklaard [IEF 21648]. In onderhavige uitspraak oordeelt de rechtbank dat artikel 55 Rv van toepassing is en dat de veroordelende uitspraak dus wel als betekend aangemerkt kan worden. Dit leidt tot het oordeel dat Automattic dwangsommen van 200.000 EUR heeft verbeurd. 

4.8. Vervolgens regelt het Haags Betekeningsverdrag 1965 in aanvulling daarop de rechtshulp inzake de kennisgeving van gerechtelijke stukken in het buitenland. De door Nederland gesloten rechtshulpverdragen, waaronder het Haags Betekeningsverdrag 1965, laten het systeem van (fictieve) betekening overeenkomstig het Nederlandse recht onaangetast. Zij brengen ook overigens geen wijziging van het Nederlands recht met zich. Terwijl het Haags Betekeningsverdrag 1965 aanvullende regels bevat waarlangs de verzending tussen de verdragstaten dient te verlopen, wordt (het tijdstip van) de betekening van het vonnis in kort geding uitsluitend bepaald door het Nederlandse procesrecht, in dit geval artikel 55 Rv. Het vonnis in kort geding hoeft Automattic dus niet bereikt te hebben om van rechtsgeldige betekening te kunnen spreken. Daarmee kan in het midden blijven of aan de hand van de door Bovergelegde stukken vastgesteld kan worden of het vonnis in kort geding Automattic daadwerkelijk bereikt heeft. De overige verweren van Automattic hoeven bij deze stand van zaken niet meer te worden besproken. Van feitelijke onbekendheid van Automattic met het vonnis in kort geding was - hoewel juridisch niet van belang - in dit geval overigens ook geen sprake. Automattic moet al vanaf 14 april 2022 bekend zijn geweest met het vonnis in kort geding, omdat haar advocaat het op die dag heeft ontvangen. Daarnaast heeft zij het vonnis in kort geding ook per e-mail op 26 april 2022 ontvangen.