Gepubliceerd op donderdag 4 april 2024
IEF 21980
Hof Den Haag ||
26 mrt 2024
Hof Den Haag 26 mrt 2024, IEF 21980; ECLI:NL:GHDHA:2024:518 (Stichting Videma tegen geïntimeerde, t.h.o.d.n. bedrijf geïntimeerde), https://delex.nl/artikelen/vordering-tot-schadevergoeding-wegens-auteursrechtinbreuk-in-hoger-beroep-toegewezen

Uitspraak ingezonden door Paul Kreijger en Bram Bogaerts, Visser Schaap & Kreijger.

Vordering tot schadevergoeding wegens auteursrechtinbreuk in hoger beroep toegewezen

Hof Den Haag 26 maart 2024, IEF; ECLI:NL:GHDHA:2024:518 (Stichting Videma tegen geïntimeerde, t.h.o.d.n. bedrijf geïntimeerde) Deze zaak betreft een geschil tussen stichting Videma en geïntimeerde, t.h.o.d.n. bedrijf geïntimeerde, een horecagelegenheid. In eerste aanleg vorderde Videma een verklaring voor recht dat geïntimeerde auteursrechtinbreuk heeft gepleegd met het vertonen van de voetbalwedstrijd zonder de benodigde licentie. Deze vordering, net als de vordering die strekt tot staking van dergelijke vertoningen, werd door de rechtbank toegewezen [zie IEF 21900]. Vorderingen tot schadevergoeding en een bevel tot indiending van een licentieaanvraag werden afgewezen. Tegen dit vonnis is Videma in hoger beroep gekomen. Zij heeft de afgewezen vorderingen deels gewijzigd en wil dat deze alsnog worden toegewezen.

Vast staat dat er sprake is van auteursrechtinbreuk. In hoger beroep is het de vraag of de handhavingsbevoegdheid van Videma grondslag biedt om de gewijzigde vorderingen toe te wijzen. Grief 1 keert zich tegen het oordeel dat gesteld noch gebleken is dat geïntimeerde verplicht is een licentieaanvraag te doen. Met grief 2 betoogt Videma dat de vordering tot schadevergoeding toewijsbaar is, ook als geïntimeerde niet verplicht is om een licentieaanvraag te doen. Op grond van artikel 27 lid 2 Aw kan de schadevergoeding worden vastgesteld op een forfaitair bedrag, vastgesteld op basis van de licentievergoeding die verschuldigd zou zijn wanneer de auteursrechthebbende toestemming zou hebben verleend voor de openbaarmaking. Het hof oordeelt als volgt. Op grond van artikel 27 lid 2 Aw kan de schadevergoeding worden vastgesteld op een forfaitair bedrag, vastgesteld op basis van de licentievergoeding die verschuldigd zou zijn wanneer de auteursrechthebbende toestemming zou hebben verleend voor de openbaarmaking. Indien geïntimeerde toestemming had gevraagd voor het uitzenden van de voetbalwedstrijd, zou hij hiervoor een licentie moeten afsluiten voor het hele jaar. De vordering van Videma tot schadevergoeding ter hoogte van de licentievergoeding is daarom toewijsbaar.  

3.6 Het hof overweegt als volgt. De rechter begroot de schade op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is (artikel 6:97 lid I BW). Op grond van artikel 27 lid 2 Aw. ingevoerd op grond van artikel 13 van de Handhavingsrichtlijn (Richtlijn 2004/48 EG PBEU 2004, L. 157/45) kan de rechter in passende gevallen de schadevergoeding vaststellen op een forfaitair bedrag, welk bedrag vastgesteld kan worden op basis van de licentievergoeding die verschuldigd zou zijn geweest indien de auteursrechthebbende toestemming zou hebben verleend voor de (inbreukmakende) handeling (Handelingen II 2005 2006. 30 392, nr. 3. p. 27). Blijkens de considerans (overweging 26) van de Handhavingsrichtlijn kan, als de feitelijke schade moeilijk te bepalen is, het bedrag van de schadevergoeding worden afgeleid uit elementen als het bedrag aan royalty’s of vergoedingen dat verschuldigd zou zijn geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het intellectuele eigendomsrecht te gebruiken.