Auteursrecht  

IEF 11037

Ondertussen al betaald

Hof 's-Gravenhage 13 maart 2012, LJN BV8723 (Prae Artiestenverloning B.V. tegen Artiestenverloningen B.V.)

Incidentele vordering in arrest na IEF 10184. Intellectuele eigendom, procesrecht. Incident ex art. 351 Rv tot schorsing tenuitvoerlegging vonnis wegens klaarblijkelijke juridische misslag, namelijk (onder meer) proceskostenveroordeling ex art. 1019h Rv zonder dat dit is gevorderd. Aangezien echter Prae de proceskosten ondertussen heeft betaald aan Artiestenverloningen, heeft zij in dit verband bij toewijzing van de incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging geen belang meer. Van andere klaarblijkelijke feitelijke en juridische misslagen is niet gebleken, ondanks anders door Prae betoogd. De Incidentele vordering wordt afgewezen en de zaak wordt naar de rol verwezen.

6.  Het hof overweegt als volgt. Blijkens rechtsoverweging 4.10 van het bestreden vonnis berust de veroordeling van Prae in de proceskostenkosten in conventie op artikel 1019h Rv en niet op artikel 237 Rv. Een vergoeding van de proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv dient te worden gevorderd, en de gevorderde kosten dienen zo tijdig opgegeven en gespecificeerd te worden dat de wederpartij zich daartegen naar behoren kan verweren, zie HR 30 mei 2008, LJN BC2153, NJ 2008, 556 (‘de Endstra-tapes’), rechtsoverweging 5.4.1.

In het onderhavige geval heeft Artiestenverloningen in eerste aanleg in conventie niet een proceskostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv gevorderd, noch heeft zij daarvan een gespecificeerde opgave gedaan. Zij heeft ‘gewoon’ veroordeling van Prae in kosten van de kort geding procedure gevorderd. Dat betekent dat de voorzieningenrechter Prae niet had mogen veroordelen tot vergoeding van de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv. Daarbij is niet van belang dat Prae harerzijds in conventie wel aanspraak heeft gemaakt op een proceskostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv.

Uit het voorgaande blijkt dat de voorzieningenrechter een vordering heeft toegewezen die niet was ingesteld. Naar het oordeel van het hof berust het bestreden vonnis in dat opzicht klaarblijkelijk op een juridische misslag. Aangezien echter Prae de proceskosten ondertussen heeft betaald aan Artiestenverloningen, heeft zij in dit verband bij toewijzing van de incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging geen belang meer.

IEF 11036

Rechtvaardiging voor de vermoedens

Vzr. Rechtbank 's-Hertogenbosch 12 maart 2012, LJN BV9148 (Chronos BTH B.V. tegen Votech c.s.)

Auteursrecht op software van verpakkingssystemen. Rechtmatig belang bij gewenste inzage. Chronos ontwikkelt en produceert industriële verpakkings-, en palletverpakkingssystemen. Zij gebruikt daarvoor een besturingsprogramma, de zogenaamde Programmable Logic Controller. X, Y en Z hadden een fulltime dienstverband bij Chronos en zijn in april 2011 het bedrijf Votech gestart, die soortgelijke diensten aanbiedt. Er is conservatoir bewijsbeslag gelegd.

In hoeverre Chronos een rechtmatig belang heeft bij de door haar gewenste inzage hangt samen met de vraag in hoeverre de stelling van Chronos aannemelijk is dat Votech c.s. zich schuldig hebben gemaakt aan het zonder toestemming (digitaal) kopiëren van gegevens afkomstig van Chronos. Uit een overgelegd onderzoeksrapport volgt dat de ten tijde van het dienstverband gekopieerde gegevens in ieder geval aanleiding tot twijfel geven omtrent het gebruik van die gegevens (thuis de orders nader bekijken). Omdat Votech in een relatief korte tijd een aanzienlijk aantal orders van voormalige Chronos-klanten heeft binnengesleept, is er naar voorlopig oordeel een rechtvaardiging voor de vermoedens van Chronos dat digitale bedrijfsgegevens zonder toestemming zijn gekopieerd en dat inzage wordt toegewezen.

Er wordt geen inzage gegeven in de besturingssoftware, noch in de klant(contact)gegevens. Er wordt ook geen dwangsom toegewezen, omdat de gegevens waarin Chronos inzage wenst te verkrijgen in beslag en in bewaring zijn genomen en Votech c.s. in zoverre geen invloed kan uitoefenen op de tenuitvoerlegging.

5.5 Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan in deze omstandigheden, in combinatie met de inhoud van het rapport met Evidentium, een rechtvaardiging gevonden worden voor de vermoedens van Chronos dat Votech c.s. in digitale bedrijfsgegevens afkomstig van Chronos zonder haar toestemming hebben verveelvoudigd.
In hoeverre deze vermoedens terecht zijn, moet nog blijken aan de hand van (door Chronos) uit te voeren nader onderzoek, maar in dat verband wordt Chronos geacht voldoende belang te hebben bij inzage in de in beslag genomen en gekopieerde gegevens.

5.7. Onder de gegevens waarin Chronos inzage wenst te verkrijgen heeft zij genoemd de door Votech c.s. ontwikkelde/gebruikte systeembesturingssoftware. Dat gedeelte van de vordering wordt afgewezen. Inzage in deze egegevens zou naar het oordeel van de voorzieningenrechter Chronos in staat kunnen stellen kennis te nemen van voor de bedrijfsvoering van Votech B.V. vertrouwelijke informatie die geen verband houdt met Chronos en waarvan in dit stadium niet valt in te zien dat die een bijdrage zou leveren aan het door Chronos gewenste onderzoek naar de door haar gestelde auteursrecht-inbreuk.

5.8. Eveneens wordt afgewezen de door Chronos gevorderde inzage in bescheiden die bestaan uit, verwijzen naar of betrekking hebben op de in nr. 24 van de dagvaarding genoemde bedrijven die klant zijn van Chronos. Chronos wordt geacht onvoldoende belang te hebben bij dat gedeelte van de vordering. In het geval uit inzage mocht blijken dat Votech c.s. contact hebben met één of meer van die genoemde bedrijven zegt dit immers niets over de vraag of Votech c.s. inbreuk hebben gepleegd op de auteursrechten van Chronos.

5.9. Nu Chronos haar vordering dusdanig heeft ingekleed dat niet zij maar een derde ICT-deskundige rechtstreeks inzage in de door haar gevraagde gegevens krijgt staat een gewichtige reden waardoor van inzage zou moeten worden afgezien niet aan toewijzing van de vordering van Chronos in de weg.

Lees het vonnis hier (LJN / schone pdf)

IEF 11035

Reactie VOI©E op het aangenomen geamendeerde wetsvoorstel toezicht CBO's

Bijdrage ingestuurd door Michel Frequin, VOI©E

De leden van de Vereniging van Organisaties die Intellectueel eigendom Collectief Exploiteren (VOI©E) onderschrijven dat een verbreed en versterkt overheidstoezicht belangrijk is voor de legitimatie van collectief beheer van rechten. VOI©E acht het echter ongewenst dat het collectieve beheer van het auteursrecht en de naburige rechten ingekapseld wordt in een al te uitgebreid wettelijk normatief stelsel, terwijl de laatste jaren met zelfregulering resultaten zijn behaald.

Enkele onderdelen van het wetsvoorstel staan naar het oordeel van VOI©E op gespannen voet met het privaatrechtelijke karakter van het auteursrecht en enkele aangenomen amendementen versterken die ongewenste situatie. De Eerste Kamer zal zich nog over het wetsvoorstel moeten uitspreken.

Miljoenen euro’s schade
Het ingrijpen in de zeggenschap van rechthebbenden heeft ook directe nadelige financiële gevolgen. De beperking van de mogelijkheid tot beleggen kan – gelet op de cijfers over de afgelopen twaalf jaar – jaarlijks tot miljoenen euro’s schade voor rechthebbenden leiden. De kans is groot dat muziekauteurs jaarlijks een aantal procenten lagere uitkering gaan krijgen, omdat de kosten minder worden gedekt door beleggingsopbrengsten. Ten principale dienen CBO’s – als privaatrechtelijke organisaties – de vrijheid te hebben in het beheer van hun gelden. In het CBO-Keurmerk, in overleg met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en onder toezicht van het College, zijn duidelijke regels gesteld aan transparant en prudent beleggingsbeleid en democratische besluitvorming door leden of aangeslotenen. Dat geldt ook voor het besteden van gelden aan sociaal-culturele doelen, waar de wetgever regels aan kan gaan stellen.

Onbegrijpelijk is ook de bij amendement ingevoerde verplichting tot één verzamelfactuur voor alle cbo’s, terwijl de vergoedingsplichtigen daar helemaal niet op zitten te wachten.

VOI©E is blij met de aangenomen motie dat bij de evaluatie over drie jaar eerst een onafhankelijk onderzoek wordt ingesteld naar hoe het met de tariefdifferentiatie en klachten is gesteld. Dat is nu al prima geregeld en dat zal alleen maar verbeteren met de reeds getroffen maatregelen. Dan kan de Kamer oordelen over feiten in plaats van over gevoelens.

Aangenomen amendementen en motie
nr. 16 Amendement van het lid Smeets
Strekking: in de wet en bij algemene maatregel van bestuur verankeren dat een cbo inzicht geeft in de mate van legitimiteit richting de rechthebbenden en betalingsplichtigen.

nr. 20 Amendement van het lid Taverne c.s.
Strekking: CvTA moet toezicht houden op totstandkoming van een jaarlijkse gezamenlijke factuur van alle cbo’s waaraan een betalingsplichtige een vergoeding is verschuldigd. Dat hoeft voor de inning dan niet meer bij AMVB, zoals was voorzien in artikel 21 lid 1.

nr. 22 Amendement van het lid Peters
Strekking: Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven voor het beheer van de gelden waarvoor geen rechthebbenden gevonden zijn en voor de aanwending van de gelden voor sociaal-culturele doeleinden; eisen kunnen worden gesteld aan bestedingsdoelen, of dat gelden moeten worden ingezet voor dekking van beheerskosten, of teruggave aan betalingsplichtigen.

nr. 26 Motie van de leden Peters, Van Toorenburg, Smeets en Jasper van Dijk
Strekking: onafhankelijk onderzoek bij evaluatie (over drie jaar) naar billijkheid en maatwerk in tariefdifferentiatie en afname klachten; geen verbetering dan verzoek om uitbreiding ex ante toezicht op tarifering.
GroenLinks vraagt om brief van Kabinet hoe deze motie zal worden uitgevoerd.

Lees hier het persbericht van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

IEF 11033

Teeven steunt sterker toezicht op auteursrechtorganisaties

Toezicht op CBO's Uit't persbericht: De Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel van staatssecretaris Teeven aanvaard voor een breder en sterker toezicht op de zogeheten collectieve beheersorganisaties die zich bezighouden met de incasso, het beheer en de verdeling van vergoedingen voor bijvoorbeeld film en muziek. Ook komt er een toetsing vooraf van eenzijdige tariefstijgingen door het College van Toezicht Auteursrechten in combinatie met een individuele toetsing door de geschillencommissie of rechter achteraf. Update 14 maart: NOS-item; werkwijze Buma/Stemra wordt transparanter; zie de Handelingen II voor verslag.

Het College van Toezicht controleert nu vijf collectieve beheersorganisaties met een wettelijke taak. Dat zijn de vereniging Buma, de Stichting Exploitatie Naburige Rechten (Sena) alsmede de stichtingen De Thuiskopie, Leenrecht en Reprorecht. Straks houdt het College ook toezicht op organisaties die op vrijwillige basis gelden innen of verdelen, zoals Videma en de Stichting Naburige Rechtenorganisatie voor Musici en Acteurs (Norma).

De nieuwe wet schept een strak kwaliteitskader voor en zal leiden tot meer transparantie bij de activiteiten van de auteursrechtorganisaties, zodat ze beter kunnen worden gecontroleerd. Het groeiende economische belang van de sector rechtvaardigt een veel sterker onafhankelijk toezicht op de activiteiten van deze instanties, aldus Teeven.

Straks moet het College vooraf instemmen met een eenzijdige stijging van de tarieven en moeten de tarieven, de licentievoorwaarden, kortingsregelingen, de beheerskosten en nevenfuncties van de bestuurders openbaar worden gemaakt. Ook wordt het mogelijk om grenzen te stellen aan de beheerskosten van de auteursrechtorganisaties, worden topsalarissen aangepakt en mag het College zonodig een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete opleggen. Boetes kunnen oplopen tot 5% van de jaarlijkse incasso.

Ten slotte wordt voorzien in een snelle, gespecialiseerde en laagdrempelige afdoening van tariefgeschillen door de aanwijzing van een onafhankelijke Geschillencommissie auteursrecht. Bedrijven die klachten hebben over de hoogte van hun rekening kunnen daar straks terecht voor een snelle afdoening van hun bezwaren.

Met de maatregelen van de bewindsman kent straks ook de auteursrechtsector een sectorbreed en onafhankelijk kwaliteitstoezicht, met inbegrip van een concrete tarieventoetsing in het individuele geval door een Geschillencommissie.

IEF 11032

Door politie-striping exclusief te houden

Vzr. Rechtbank Zutphen 13 maart 2012, KG ZA 12-24 (Staat der Nederlanden tegen Globe Holding) - LJN BV8590 - persbericht

Uitspraak ingezonden door Sikke Kingma, Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn. Persbericht ingezonden door Globe Holding.

Auteursrecht op striping. De staat heeft in 1992 een extern bureau opdracht gegeven om een huisstijl te ontwerpen. De auteursrechten zijn onder voorbehoud ex 15b Auteurswet (door of vanwege de openbare macht) overgedragen aan de staat. Globe Holding heeft voor haar beveiligingsbedrijf striping aangebracht op haar vervoersmiddelen in de kleuren blauw en geel. Zij heeft daarbij afwijkende kleuren gebruikt en bovendien staat haar bedrijfslogo op de achterkant en de zijkanten.

De voorzieningenrechter verbiedt de eigenaar van het beveiligingsbedrijf om de auteursrechtelijk beschermde politiestriping te verveelvoudigen op zijn bedrijfsauto’s. De stelling dat er sprake is van willekeur wordt niet gevolgd. De Staat is succesvol in en buiten rechte opgetreden tegen een aantal van de genoemde voorbeelden. Ook andere voorbeelden vertonen duidelijke verschillen met de auteursrechtelijk beschermde striping van de Staat.

4.4. Hoewel er tussen de beide stripings inderdaad verschillen bestaan, stemmen de totaalindrukken zodanig overeen dat de (...) gestelde vraag voorhands bevestigend dient te worden beantwoord. Bij alle voertuigen is sprake van tweekleurige, (even) schuin geplaatste strepen van een vergelijkbare dikte met een horizon op een witte achtergrond. De strepen op de voorzijde van de voertuigen vormen tezamen een V. Van belang is met name dat de strepen in het ontwerp voor de politie volgens een dusdanig ingewikkeld patroon zijn aangebracht dat niet kan worden verwacht dat het publiek de betrekkelijk kleine verschillen tussen beide stripings zal opmerken, zodat er gevaar voor verwarring te duchten valt. Het feit dat de kleuren zoals gebruikt door gedaagde - geel met blauw - afwijken van de kleuren zoals gebruikt door de Staat - rood/oranje met blauw - en daarnaast het logo van Globe Holding op de voertuigen is afgebeeld, doet niet af aan nabootsing van de politie-striping en het bestaan van verwarringsgevaar. Van het publiek kan immers niet worden verwacht dat het zo vertrouwd is met de kleuren die politievoertuigen voeren dat deze afwijkingen terstond zal opmerken. Bovendien is gebleken dat bij andere overheidsdiensten soortgelijke huisstijlen - met inbegrip van stripings - worden gevoerd in andere kleuren dan die, welke de politie gebruikt.

4.5. Globe Holding wordt in haar stelling, dat sprake is van willekeur omdat er heel veel auto's met soortgelijke stripings rondrijden waar de Staat niets aan doet, niet gevolgd. De Staat heeft de stelling onderbouwd betwist. Van de zijde van de Staat is ter ziting gereageerd op een grroot aantal van de door Globe Holding overlegde foto's van voertuigen met stripings. Van een aantal daarvan heeft de Staat onbetwist gesteld dat de stripings naar aanleiding van sommaties reeds zijn verwijderd of aangepast. Van andere voorbeelden heeft de Staat onbetwist gesteld dat deze - met thans circa 140 andere zaken - nog in behandeling zijn. De Staat heeft daarbij verklaard dat niet in alle gevallen wordt geprocedeerd omdat in veel gevallen de stripings al worden verwijderd of aangepast na sommatie. Van andere voorbeelden heeft de Staat uitgelegd waarom deze door duidelijke verschillen niet in strijd zijn met het auteursrecht. De staat heeft onweersproken gesteld in die gevallen geen actie te ondernemen, maar in alle - hem bekende - gevallen hard op te treden en daar net zo lang mee door te gaan als nodig is om de inbreuk te stoppen. Dat de Staat bij het optreden tegen litigieuze stripings willekeurig te werk gaat, wordt daarom niet gevolgd.

4.6. (...) Juist door politie-striping exclusief te behouden voor de politie door op te treden tegen inbreuk op het auteursrecht kan de Staat bewerkstelligen dat die betrouwbare en optimale herkenbaarheid van die striping voor de politie gehandhaafd blijft, hetgeen van groot belang is voor het functioneren van de politie.

Zie ook site: politiestriping.nl.

IEF 11031

Gerepareerd door vaststellingsovereenkomst

Vzr. Rechtbank Amsterdam 9 maart 2012, LJN BV8483 (Ahrend Inrichtn tegen Stichting Regionaal Opleidingencentrum van Amsterdam ten Eromes Holding

Aanbestedingsprocedure. Auteursrecht.

Rechtspraak.nl: Eiseres, die als tweede in de aanbesteding is geëindigd, stelt dat de aanbestedende dienst de winnaar van de aanbestedingsprocedure voor de levering van meubilair had moeten uitsluiten, omdat de winnaar onrechtmatig c.q. ongeldig heeft ingeschreven. De onrechtmatigheid c.q. ongeldigheid bestaat er volgens eiseres in dat de winnaar inbreuk maakt op de auteursrechten van een derde en dat zij deze inbreuk uiteindelijk in strijd met de mededinging en het bestek heeft gerepareerd door het sluiten van een vaststellingsovereenkomst met een derde. Volgens eiseres was dit niet toegestaan omdat de hiervoor bedoelde derde mededingingsrechtelijk verbonden is aan andere inschrijvers die aan de aanbesteding hebben deelgenomen, maar lager dan de winnaar en eiseres zijn geëindigd. De voorzieningenrechter is in dit kort geding van oordeel dat niet is komen vast te staan dat van een schending van artikel 6 Mededingingswet sprake is. Van de aanbestedende dienst kon om die reden niet worden gevergd dat zij alsnog tot uitsluiting van de winnaar over zou gaan. De vorderingen van eiseres worden om die reden afgewezen.

Proceskosten: De auteursrechtinbreuken komen slechts zijdelings aan de orde, hetgeen de toepassing van artikel 1019h Rv niet rechtvaardigt.

4.7.  Daartoe wordt als volgt overwogen. Indien – zoals in dit geval moet worden aangenomen – Howe en Eromes hun vaststellings¬overeenkomst hebben gesloten om een einde te maken aan de onzekerheid over de vraag of sprake was van een auteursrechtinbreuk, betekent dit onder de gegeven omstandigheden ook dat deze vaststellings¬overeenkomst niet de strekking of het gevolg heeft dat de mededinging wordt vervalst. Dit geldt te minder, nu in dit kort geding – anders dan Ahrend heeft betoogd – niet is komen vast te staan dat de vaststellingsovereenkomst enkel is gesloten om Eromes ongestoord de aanbesteding te laten winnen. Dit zou anders kunnen zijn indien Howe (die gelet op de onbestreden stelling van Ahrend mededingingsrechtelijk aan haar distributeurs is verbonden) zich eerst na de gunning jegens Eromes op het standpunt zou hebben gesteld dat Eromes inbreuk op haar auteursrechten maakte, danwel dat Eromes het standpunt van Howe niet vanaf de eerste sommatie zou hebben bestreden. Beide situaties doen zich – gelet op de hiervoor onder 2.11 en 2.12 opgenomen brieven – evenwel niet voor. Het moet er in dit kort geding dan ook voor worden gehouden dat aan de vaststellingsovereenkomst een daadwerkelijk geschil ten grondslag heeft gelegen en deze overeenkomst niet kan worden aangemerkt als een ‘reparatieovereenkomst’ die de eerlijke concurrentie tussen partijen heeft vervalst.

4.8.  Uit het vorenstaande volgt dat evenmin kan worden aangenomen dat Eromes over de middelen van Howe diende te beschikken om aan alle eisen van de aanbestedingsdocumentatie te voldoen. Om die reden moet de stelling van Ahrend dat Eromes niet in staat was om de leveringstermijnen (paragraaf 6.1.4 van de aanbestedingsdocumentatie) te halen, worden verworpen.

4.11. Ahrend zal als de jegens ROC en Eromes in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Eromes en ROC hebben evenwel verzocht Ahrend in de daadwerkelijke proceskosten te veroordelen op grond van artikel 1019h Rv. De voorzieningenrechter stelt voorop dat ROC geen inhoudelijk verweer tegen de gestelde auteursrechtinbreuk van Eromes heeft gevoerd en ook niet heeft behoeven te voeren, omdat Ahrend geen vordering met die grondslag jegens ROC heeft ingesteld. De auteursrechtinbreuken komen slechts zijdelings aan de orde, hetgeen de toepassing van artikel 1019h Rv niet rechtvaardigt. Met betrekking tot Eromes geldt dat zij wel verweer heeft gevoerd tegen de door Ahrend gestelde auteursrecht inbreuk. Zij heeft daarbij verwezen naar het rapport van professor Jacbobs. De voorzieningenrechter gaat er – mede gelet op de dag waarop het rapport is uitgebracht – vanuit dat dit rapport niet is opgesteld ten behoeve van deze procedure, maar eerder ter onderbouwing van haar stellingen jegens Howe. Voor het overige is de gestelde auteursrechtinbreuk slechts zijdelings in het verweer van Eromes aan de orde gekomen. Er is dan ook onvoldoende aanleiding om van het forfaitaire liquidatietarief af te wijken.

IEF 11029

Uit een passie voor film en muziek

Correctionele kamer (strafrechtbank) van de Rechtbank van Eerste Aanleg Kortrijk, 29 februari 2012, nr. 12/383 (OM gevoegd: VZW IFPI en SABAM tegen MINJAUW)

Uitspraak ingezonden door Jules De Keersmaecker, advocatenkantoor Jules De Keersmaecker.
Met samenvatting van Willem De Vos, Sirius Legal.

België. Strafzaak auteursrecht met burgerlijke partijen IFPI en SABAM. Nadat in 2008 ontdekt werd dat er muziek van de Britse groep Kaiser Chiefs voor de releasedatum op het internet werd verspreid, diende de auteursrechtenvereniging SABAM een klacht in tegen onbekenden. Onderzoek leidde naar een man waarbij tijdens een huiszoeking op zijn computer in totaal 1.127 gedownloade films en CD’s gevonden. De man werd uiteindelijk strafrechtelijk vervolgd voor inbreuken op de auteurswet en de zaak kwam voor de Correctionele Kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Kortrijk. Hierbij stelden o.a. SABAM, IFPI en Universal Music zich burgerlijke partij ten einde een schadevergoeding te bekomen.

Ondanks dat de man de feiten heeft toegegeven, vraagt hij de rechtbank om een milde bestraffing en betwist hij de gevorderde schadevergoedingen. Hij benadrukt dat hij de feiten beging uit een grote passie voor film en muziek en dus niet met een winstoogmerk. Daarnaast stelt hij dat Universal Music een fout beging (lek/fout medewerker/gebrek aan beveiliging) waardoor het album van de Kaiser Chiefs voor de release datum kon verspreid worden.

Bij vonnis van 29 februari 2012 veroordeelt de rechtbank de man wegens het op bedrieglijke wijze namaken van CD’s en DVD’s en deze in voorraad te hebben gehad voor verkoop (art. 80, lid 1 en 3 Auteurswet). De rechter stelt dat wel degelijk een vermogensrechtelijk voordeel – weliswaar niet omvangrijk en niet op commerciële wijze - wordt nagestreefd doordat de aankoopkosten van muziek en films worden vermeden (via ruil met anderen). De rechtbank veroordeelt de man tot het betalen van een geldboete van 5.500 euro, deels met uitstel (op strafgebied) en een schadevergoeding van ongeveer 66.000 euro (op burgerlijk gebied).

Elementen waarmee de rechtbank rekening houdt bij het bepalen van de straf en strafmaat, pagina 5:

Enerzijds:
- de aard van de feiten en hun ernst;
- de lengte van de periode waarin strafbare feiten werden gepleegd;
- het aantal gepleegde inbreuken;
- de immorele ingesteldheid van beklaagde die handelt enkel en alleen met het oog op de snelle, goedkope en intense bevrediging van zijn passie voor muziek en film en hierbij voorbij gaat aan de bijzonder nadelige gevolgen van zijn handelen voor alle actoren actief op de distributiemarkt van film en muziek;
- de genoten materiële en morele voordelen;
- de beoogde voordelen;

Anderzijds;
- het blanco strafregister;
- de inkomsten waarover beklaagde beschikt;

Een geldboete, ernstig doch grotendeels met uitstel, zal - mede om de belangen van de burgerlijke partijen niet onnodig te hinderen - moeten volstaan als eerste confrontatie met de correctionele rechtbank, om beklaagde te confronteren met het laakbaar karakter van zijn handelen en om hem bovenal te weerhouden van het plegen van nieuwe misdrijven in de toekomst.

Elementen waarmee de rechtbank rekening houdt bij de schadebegroting:
-    filmindustrie: pagina 7, paragrafen 6 tem 8
-    muziekindustrie: pagina 9 paragrafen 1 tem 4

 

IEF 11027

Geen plicht om permanent ten toon te stellen

Rechtbank Dordrecht 7 maart 2012, LJN BV8014 (Eiseres tegen Gemeente Papendrecht)

Kunst & Recht. In navolging van eerder tussenvonnis (zie IEF 9668), als randvermelding. Schenking van een kunstcollectie aan de Gemeente Papendrecht. Er is geen sprake van wanprestatie door de gemeente Papendrecht bij het beheer van de aan haar geschonken kunstcollectie.

Schenker stelt dat er wanprestatie wordt gepleegd ter zake van het bewaren, beheer en niet tentoonstellen van de geschonken schilderijen in het museum De Rietgors en wil de schenking ontbinden. De gemeente heeft adequate maatregelen genomen om schade te herstellen en te voorkomen; in de gegeven omstandigheden is er geen sprake van een tekortkoming aan de zijde van de Gemeente. De vorderingen van schenker worden afgewezen. In reconventie wordt succesvol de wijziging van de overeenkomst gevorderd. De opslag mag plaatsvinden in een "state of the art" opslag in Dordrecht en is er geen verplichting om de kunstcollectie permanent ten toon te stellen.

2.2.  De gemeente Papendrecht heeft een uitgebreide samenvatting van de administratie en de archieven overgelegd. De samenvatting geeft een goed overzicht van de kunstwerken die in loop der tijd zijn verkocht, aangekocht en geruild. Weliswaar is de samenvatting niet zeer gemakkelijk inzichtelijk, maar wat er is aangekocht en verkocht, strookt wel steeds met wat uit de jaarverslagen van Stichting de Rietgors blijkt. Voorts worden de namen van de kunstwerken, de omschrijving en de prijzen steeds genoemd. Ook is er voor de jaren 1979-1988 (de jaren waarin er aan- en verkopen hebben plaatsgevonden) steeds een rekening opgemaakt.

2.4.  De gemeente Papendrecht heeft haar stelling, dat zij na het intreden van de schade aan de collectie in 2005 adequate maatregelen heeft genomen om de schade te herstellen en verdere schade te voorkomen, in haar akte meer kracht bijgezet. Zij heeft duidelijker gespecificeerd welke maatregelen zij heeft genomen om de zilvervisjes uit het depot te verwijderen. (...)

Met betrekking tot de specifieke door [eiseres] genoemde werken, die schade zouden hebben opgelopen als gevolg van de opslag, heeft de gemeente Papendrecht gedetailleerd aangegeven dat er hier geen sprake is van een tekortkoming aan haar zijde. De hier aan de orde zijnde beschadigingen houden verband met het feit dat de kunstenaar qua materiaal of techniek minder gelukkige keuzes heeft gemaakt, zoals het plakken van een tekening op een verkeerde drager zodat de tekening loslaat van de achtergrond, of indroogschade als gevolg van overdadig verfgebruik van de schilder. Ook heeft de gemeente Papendrecht nogmaals toegelicht dat de collectie, gelet op de omstandigheden waaronder deze in de bungalow van [schenker kunstcollectie] werd bewaard en het feit dat in de bungalow waterschade is opgetreden, reeds bij aanvang niet in perfecte staat verkeerde.

In de procedure was reeds komen vast te staan dat de gemeente Papendrecht de werken, die schade hebben opgelopen, in 2005 – voor een relatief bescheiden bedrag – heeft laten herstellen, en dat de collectie in 2009 door de taxateur in overwegend goede staat is geacht. Dit alles brengt, in onderlinge samenhang bezien, mee dat niet kan worden aangenomen dat de gemeente Papendrecht met betrekking tot de opslag van de collectie is tekortgeschoten in haar verplichtingen.

In reconventie:

2.7.  De vordering van de gemeente Papendrecht om de kunstcollectie in Dordrecht te mogen opslaan in plaats van in Papendrecht, zal worden toegewezen. De stellingen van de gemeente Papendrecht rechtvaardigen dit oordeel. Dordrecht bevindt zich geografisch zeer in de nabijheid van Papendrecht, de gemeente Dordrecht werkt al nauw samen met de gemeente Papendrecht en in Dordrecht is het niveau van kunstopslag hoger dan in Papendrecht. Het bespaart de gemeente Papendrecht de kosten van het zelf opzetten van een nieuw kunstdepot. Het was voor de gemeente Papendrecht ten tijde van het sluiten van de schenkingsovereenkomsten nog niet voorzienbaar dat de gemeente Dordrecht recentelijk een kwalitatief hoogwaardige (“state of the art”) opslagruimte voor kunst zou laten bouwen. Voorts is van belang dat de schenkingsbepalingen de gemeente Papendrecht, zoals reeds geoordeeld, niet verplichten om de kunstcollectie permanent ten toon te stellen.

IEF 11019

Wetswijziging Toezicht CBO's: Einde heropening, stemming dinsdag

Verslag heropening Beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten:

In't kort: Hiermee zijn wij gekomen aan het eind van de heropening. We gaan volgende week dinsdag over het wetsvoorstel stemmen.

Staatssecretaris Teeven: Wellicht worden mevrouw Peters en mevrouw Van Toorenburg door mijn uitleg nog overtuigd om hun amendement in te trekken. Ik had eigenlijk gehoopt dat het argument van de onuitvoerbaarheid, dat het onmogelijk is om te doen wat in het amendement wordt gevraagd, voldoende zou zijn om dat te doen.

Volgens mij is er nu genoeg gewisseld over de argumenten en heb ik afdoende aangegeven waarom het amendement niet uitvoerbaar is.

Integrale verslag:
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
- het wetsvoorstel Wijziging van de Wet van 6 maart 2003, houdende bepalingen met betrekking tot het toezicht op collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten (31766),

(Zie vergadering van 14 februari 2012.)

De voorzitter:
De commissie heeft mij met de hand op het hart beloofd dat dit een korte behandeling zal zijn. Ik geef het woord aan de heer Verhoeven.

De algemene beraadslaging wordt heropend.

De heer Verhoeven (D66):
Voorzitter. De conclusies van het vorige debat waren vrij duidelijk. Het CBO-systeem is in essentie goed, het toezicht moet worden versterkt en de vraag is vooral hoe. De staatssecretaris wilde niet verder gaan dan zijn eigen wetsvoorstel. Hij bleef ondanks aandringen van de Tweede Kamer tegen ex-ante-tarieventoezicht. De D66-fractie kwam met een amendement. De fracties van GroenLinks en CDA wilden ook scherper tarieventoezicht vooraf, maar kwamen in eerste instantie met een spookamendement en later met een amendement met vreemde trekjes. Het is een soort carnavalscommunisme. Aan het billijkheidscriterium wordt immers iets toegevoegd om cadeautjes uit te delen met andermans geld. Niet-commerciële organisaties zijn sympathiek, maar krijgen ook geen korting op bier of elektriciteit. Als zij die al krijgen, is dat niet aan de overheid, maar aan de verkopende partij. Over publiek geld mag de politiek dergelijke keuzes maken, maar niet over geld van auteurs, want die hebben het al niet zo breed.

De voorzitter:
Ik zie u lachen, maar u bent op dit moment de enige die het leuk vindt. Ik wil graag een beetje opschieten. Als je zulke teksten uitspreekt, kan ik voorspellen wat er gaat gebeuren.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik wil een vraag stellen, maar die mag retorisch zijn. Weet de heer Verhoeven nog wat wij vorige keer zeiden, namelijk hoe een man reageert als hij gepasseerd wordt en zeker op Internationale Vrouwendag?

Mevrouw Peters (GroenLinks):
Daaraan moet ik niet veel meer toevoegen. Grapjes waar je zelf om moet lachen, zijn vaak de grappigste.

De voorzitter:
Ik zou zeggen: don't push your luck.

De heer Verhoeven (D66):
De D66-fractie blijft bij het eigen amendement en beantwoordt graag alle vragen, maar kan de fracties van GroenLinks en CDA niet steunen.

Mevrouw Peters (GroenLinks):
Voorzitter. Collega Van Toorenburg en ik kregen een reactie van de staatssecretaris op ons amendement dat het ex-ante-toezicht op de tarieven van de staatssecretaris verbreedt. Marginaal, zeg ik er voor de heer Verhoeven bij. De staatssecretaris neemt er drie kantjes voor om het aannemen van dit amendement ten sterkste te ontraden. Ik hoorde in de wandelgangen zelfs dat hij dreigt de hele wet in te trekken als het amendement wordt aangenomen. Wat doet hem zo steigeren?

Ex-ante-toezicht zou de vrije prijsvorming verstoren. Merkwaardig, want de staatssecretaris introduceert ook zelf een ex ante toezicht. Merkwaardig, want in de auteursrechtenmarkt legt de overheid al allerlei tarieven op. Merkwaardig, omdat marktcorrectie in de vorm van stevig toezicht, zelfs volgens de meest geharnaste neoliberale economische theorieën, wordt bepleit als sprake is van monopolisten, zoals hier. Dan werkt het vrije prijsmechanisme niet.

Het zou onuitvoerbaar zijn. Raadselachtig, omdat de toetsingscriteria die wij stellen, dezelfde zijn als die welke de staatssecretaris aan de geschillencommissie voorlegt. En als het voor de geschillencommissie achteraf uitvoerbaar is, is het ook voor het college van toezicht vooraf uitvoerbaar.

De staatssecretaris zegt dat wij het beter aan zelfregulering kunnen overlaten. Hij doet de praktijk geweld aan. Juist op het punt van tariefdifferentiatie, maatwerk, beter rekening houden met aard, omvang en functionaliteit van het gebruik, is het overleg met de werkgroep-Pastors immers stukgelopen.

Dezer dagen zijn wij overspoeld door gebruikers die daarover klaagden. De cbo's gedragen zich als typische monopolisten. De kleine gebruiker en de grote brancheorganisatie: allemaal hebben ze er last van. Zeker voor niet-commerciële of kleine gebruikers is het moeilijk om zich daartegen te verweren. Dit tast het draagvlak voor de afdracht van auteursrechttarieven aan en daar is niemand bij gebaat. Niemand betwist het recht van makers op een billijke vergoeding, integendeel. Daarom zijn transparantie en een billijke tarifering zo belangrijk. Opvallend vond ik dat de cbo's tijdens een presentatie in Nieuwspoort deze week erkenden dat aard, omvang en functionaliteit belangrijke elementen van de tarifering behoren te zijn. Laat ze dat dan ook transparant aantonen en toepassen. En als ze het menen, valt van het toezicht niets te vrezen.

Mocht de Kamer zich onverhoopt door de staatssecretaris laten overtuigen en mocht voor een breder ex-ante-toezicht de tijd nog niet rijp zijn, dan wil ik bij de volgende motie een voorzichtiger variant voorleggen. Hij laat het beslismoment over verbreding van het toezicht samenvallen met de geplande evaluatie over drie jaar.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat voor gebruik van auteursrechtelijk beschermd werk een billijke vergoeding dient te worden betaald;

constaterende dat collectief beheer van beschermde werken voor de inkomenspositie van veel makers en het gebruiksgemak van veel gebruikers onmisbaar is, maar dat dit onder druk staat door een gebrek aan transparantie, maatwerk en gelegenheid tot inspraak bij de tarifering en daardoor lijdt aan afnemend draagvlak in de samenleving;

constaterende dat collectieve beheersorganisaties aangeven bij de tarifering rekening te willen houden met aard, omvang en functionaliteit van het gebruik, maar dat het Pastorsoverleg met brancheorganisaties over meer maatwerk bij de tariefdifferentiatie is mislukt;

overwegende dat het beginsel dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld, de waarde van het gebruik van het werk in het economisch verkeer, waaronder begrepen de al dan niet commerciële aard en de omvang van het gebruik, en de wijze waarop rekening gehouden is met de belangen van de betalingsplichtigen goede indicatoren zijn voor billijkheid en maatwerk bij de tarifering;

constaterende dat het wetsvoorstel een ex ante buitensporigheidstoets op tariefstijgingen en een geschillencommissie introduceert;

verzoekt de regering, de aangekondigde evaluatie van de wet toezicht op de cbo's onafhankelijk te laten verrichten en daarbij te laten onderzoeken in hoeverre het met het voorliggende wetsvoorstel versterkte toezicht ertoe heeft bijgedragen dat billijkheid en maatwerk bij de tariefdifferentiatie zijn verbeterd, beter rekening wordt gehouden met de belangen van de betalingsplichtigen en de klachten over het functioneren van de cbo's zijn afgenomen;

verzoekt de regering tevens, bij uitblijven van significante verbetering van de huidige praktijk en na ommekomst van de evaluatie het ex ante toezicht op de tarifering uit te breiden opdat het draagvlak voor collectief beheer wordt versterkt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peters, Van Toorenburg, Smeets en Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 26 (31766).

De heer Taverne (VVD):
Ik heb met belangstelling geluisterd naar mevrouw Peters, die haar zeer kort en bondig geformuleerde motie voorlas. Naar ik begrijp, komt het niet vaak voor dat een debat wordt heropend omdat het voornamelijk is bedoeld voor het inbrengen van nieuwe, belangrijke informatie. Mag ik uit het indienen van deze motie opmaken dat mevrouw Peters voorziet dat het amendement-Peters/Van Toorenburg niet voldoende steun zal krijgen? Is het dan niet zuiverder als mevrouw Peters en mevrouw Van Toorenburg dat amendement intrekken?

Mevrouw Peters (GroenLinks):
Het wetsvoorstel en het amendement worden waarschijnlijk komende dinsdag in stemming gebracht. Ik hoop natuurlijk dat de VVD-fractie zich laat overtuigen en voor het amendement zal stemmen, zodat deze hele motie niet nodig zal zijn.

Ik merk overigens op dat er bij heropening van het debat nieuwe informatie kan zijn. Het kan ook zijn dat na sluiting van het debat een reactie is gegeven door een staatssecretaris op een amendement dat door de Kamer is ingediend en dat deze zulke fundamentele vragen oproept, waarop ik nu een reactie heb gegeven, dat heropening van het debat nodig is. Ik vind dat het argument van de staatssecretaris dat het hem juist om vrije prijsvorming te doen is, de fundamentele vraag oproept waar dit wetsvoorstel voor staat. Dat grijpt juist in op de vrije prijsvorming, ook volgens de plannen van de regering.

De voorzitter:
Dank u wel. We hadden een afspraak dat dit niet lang zou duren.

De heer Taverne (VVD):
Ik heb nog een korte afsluitende opmerking respectievelijk vraag aan mevrouw Peters. Alles overwegende wat zij naar voren brengt, zou dit toch het moment zijn dat de motie voldoende voorziet in het beantwoorden van de vragen die zij heeft. Daarmee lijkt het amendement mij overbodig.

Mevrouw Peters (GroenLinks):
Het lijkt mij prematuur om zulke conclusies te trekken. Ik moet de reactie van de staatssecretaris nog horen.

Staatssecretaris Teeven:
Voorzitter. Ik weet dat u het niet lang laat duren, maar het amendement is nog niet ingetrokken, dus ik moet toch een reactie geven op wat mevrouw Peters daarover heeft opgemerkt in haar termijn. Het is een bijzondere behandeling van het wetsvoorstel geworden, met spookamendementen en wandelgangenverhalen, maar daar kan ik niet zoveel mee. Ik zal mij baseren op wat er in de plenaire zaal is gezegd.

Ik denk niet dat ik op de korte mededeling van de heer Verhoeven in hoef te gaan. Hij heeft duidelijk gemaakt wat zijn positie was, maar dat had hij in de eerste twee termijnen ook al gedaan. Zonder in herhaling te vervallen is het misschien goed om te zeggen dat de onuitvoerbaarheid het grootste bezwaar is van de regering, zoals ook uit de brief bleek.

Daarbij zijn drie factoren doorslaggevend, maar uit de bijdrage van mevrouw Peters in derde termijn begrijp ik dat zij daarvan nog niet is overtuigd. Het eerste argument is de billijkheidstoetsing, die onlosmakelijk is verbonden met het concrete geval waarin tarifering moet plaatsvinden. Dat is inderdaad niet geschikt voor abstracte toetsing ex ante. Het wetsvoorstel heeft betrekking op buitensporigheid en in het amendement wordt voorgesteld om vooraf te toetsen op billijkheid. Dan krijg je vier soorten billijkheid waaraan je moet toetsen en dat wordt zeer moeilijk. Het tweede argument is dat het college de in het amendement gevraagde billijkheidstoetsing niet kan uitvoeren door het ontbreken van gegevens en een toetsingskader, zoals ik in de brief heb gemotiveerd. Het is echt onmogelijk om dat te doen. Het derde argument is dat het onverenigbaar is met de Europese en de internationale verplichtingen. Het vierde punt dat ik in herinnering wil roepen, is dat wij enorme tijdverlies zouden oplopen. Als het college iets moet doen wat het niet kan, zoals ik in de brief heb geschreven, zal dat heel veel tijdverlies geven. Dan worden ook alle goede dingen van het wetsvoorstel waarover het kabinet en de Kamer het eens zijn, een beetje teniet gedaan. Om die redenen heb ik gemeend de argumentatie in de brief zo te moeten omschrijven als ik heb gedaan.

Wellicht worden mevrouw Peters en mevrouw Van Toorenburg door mijn uitleg nog overtuigd om hun amendement in te trekken. Ik had eigenlijk gehoopt dat het argument van de onuitvoerbaarheid, dat het onmogelijk is om te doen wat in het amendement wordt gevraagd, voldoende zou zijn om dat te doen.

Volgens mij is er nu genoeg gewisseld over de argumenten en heb ik afdoende aangegeven waarom het amendement niet uitvoerbaar is.

Ik kom dan tot de bespreking van de motie. De regering gaat uiteraard niet over de constateringen van de indieners van een motie, maar ik heb wel moeite met de constatering in de motie dat het Pastors-overleg is mislukt. Ik denk dat dit veel te absoluut is. Je kunt zeggen dat niet het resultaat is behaald dat we allemaal hadden gewild, maar je kunt tegelijkertijd constateren dat er wel degelijk vooruitgang is geboekt. Dat is ook het standpunt van de regering.

Ik ga door naar het dictum van de motie. Ik heb een evaluatie aan de Kamer toegezegd. In die zin is datgene wat in de motie wordt gevraagd, niets nieuws. Ik ben dus ook bereid om aandacht te besteden aan de in de motie genoemde aspecten. Ik ben het eens met de indieners van de motie en met het brede gevoelen in de Kamer dat er wel wat te verbeteren is in deze sector. Daar heb ik ook goed naar geluisterd. Degenen die hier vandaag meeluisteren en ook de direct betrokkenen bij dit wetsvoorstel kennen ook het gevoelen van het parlement en de regering op dit punt. Dat betekent dat er de komende drie jaar dus ook heel veel zal moeten verbeteren.

Ik wil het oordeel over de motie graag aan de Kamer laten, maar ik ga er dan eigenlijk wel van uit dat het amendement op stuk nr. 21 wordt ingetrokken.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Hiermee zijn wij gekomen aan het eind van de heropening. We gaan volgende week dinsdag over het wetsvoorstel stemmen.

IEF 11017

Kunst & IE-Recht

Van Abbemuseum Eindhoven, 5 april 2012 van 14.00 tot 17.15 uur, volledige uitnodiging.

Op donderdag 5 april 2012 organiseert deLex, uitgever van onder meer IE-Forum.nl, een interessante themamiddag op de scheidslijn van Intellectuele Eigendomsrechten en de wereld van de Kunst. Tijdens deze bijeenkomst brengen juridisch adviseur en raadsheer-plv. mr. René Klomp en advocaat mr. Marianne Korpershoek u op de hoogte van actuele ontwikkelingen in o.a. het intellectuele eigendomsrecht, valse kunst, volgrecht.

Het evenement zal geheel in stijl plaatsvinden in het Van Abbemuseum te Eindhoven. Aansluitend heeft u de gelegenheid na te borrelen en het museum te bezoeken tijdens de avondopenstelling.

Aanmelden hier

Hof Den Bosch (Duijssens/Broeren) IEF 10502
Auteursrecht op figuren op schilderijen / slaafse nabootsing. Over de bescherming van karakters.

Hof Den Bosch (Canvas-Transfer) IEF 10737
Middels een chemisch procedé wordt een afbeelding van kunstenaars als Matisse, Picasso en Miro van een poster (waarvoor licentie is betaald) overgezet op een canvasdrager. Auteursrechtelijk is dit niet toegestaan.

Kosten
Deelname per persoon € 325 (excl. BTW).
Sponsors van IE-Forum / ITenRecht / Reclameboek € 285 (excl. BTW).
Leden rechterlijke macht / wetenschappelijk personeel (fulltime) € 95 (excl. BTW).
Geen jurist? Stuurt u dan een email voor de speciale voorwaarden: dsterenborg@delex.nl.
Hierin zijn begrepen de kosten koffie, thee, documentatie, vrij bezoek Van Abbemuseum en de borrel.