IEF 21272
2 april 2025
Artikel

DeLex zoekt juridisch redactioneel stagiair voor juli 2025 t/m september 2025

 
IEF 22634
2 april 2025
Artikel

Pinsent Masons Nederland benoemt Arjan Reijns tot partner

 
IEF 22633
2 april 2025
Uitspraak

Voorzieningenrechter wijst inbreukvorderingen in octrooizaak over trappanelen toe

 
IEF 22527

Uitspraak ingezonden door Sjoerd Peters en Ricardo Dijkstra, Vondst Advocaten en Franklin Geurts en Bart van Trier, Vriesendorp & Gaade.

Openbaar voorgebruik aangetoond middels getuigenverhoren in octrooizaak tussen Van Dijke en Graafstra

Hof Den Haag 8 okt 2024, IEF 22527; ECLI:NL:GHDHA:2024:2642 (Van Dijke tegen Graafstra), https://delex.nl/artikelen/openbaar-voorgebruik-aangetoond-middels-getuigenverhoren-in-octrooizaak-tussen-van-dijke-en-graafstra

Hof Den Haag 8 oktober 2024, IEF 22527, LSR 2276; ECLI:NL:GHDHA:2024:2642 (Van Dijke tegen Graafstra). Deze zaak gaat over de handhaving van het Nederlandse octrooi NL1031590 (hierna: het octrooi) van Van Dijke voor een sorteerinrichting voor bol- en/of knolgewassen. Graafstra heeft onder andere aangevoerd dat het octrooi op meerdere gronden nietig is. In een tussenarrest heeft het hof overwogen dat ervan uitgegaan kan worden dat [naam 1] de feitelijke uitvinder van het octrooi is. Graafstra mag dit ontkrachten door tegenbewijs te leveren. Daarnaast heeft het hof overwogen dat de kenmerken van het octrooi vóór de prioriteitsdatum openbaar zijn gemaakt. Voor zover deze openbaarmaking heeft plaatsgevonden, zou dit met instemming of medeweten van Van Dijke zijn gebeurd. Ook hiervoor mag Graafstra bewijs leveren. Graafstra heeft hierop getuigen laten horen, waarna Van Dijke in contra-enquête eveneens getuigen heeft laten horen. Het hof concludeert in dit arrest dat het nietigheidsverweer van Graafstra slaagt en dat de vordering van Van Dijke terecht is afgewezen. De voorwaardelijke vordering tot nietigverklaring van het octrooi wordt toegewezen.

IEF 22575

Voorzieningenrechter oordeelt dat De Telegraaf een rectificatie moet plaatsen over column

Rechtbank Amsterdam 27 feb 2025, IEF 22575; ECLI:NL:RBAMS:2025:1264 (FIO tegen De Telegraaf), https://delex.nl/artikelen/voorzieningenrechter-oordeelt-dat-de-telegraaf-een-rectificatie-moet-plaatsen-over-column

Vzr. Rb. Amsterdam 27 februari 2025, IEF 22575; ECLI:NL:RBAMS:2025:1264 (FIO tegen De Telegraaf). De Stichting Federatie Islamitische Organisaties (hierna: FIO) is een samenwerkingsverband van 25 Haagse moskeeorganisaties. FIO heeft een zaak aangespannen tegen De Telegraaf vanwege de column "Gaza-akkoord zal Jodenhaat niet stoppen", die zowel online als in de papieren krant is verschenen. FIO stelt dat het bericht onrechtmatig is, omdat zij hierin wordt gelieerd aan Hamas en er beschuldigingen worden geuit die niet op feiten gebaseerd zijn. Zij vordert dat De Telegraaf wordt bevolen de column van de website te verwijderen en zowel online als in de papieren krant een rectificatie te plaatsen. De voorzieningenrechter beslist dat de column niet hoeft te worden verwijderd, maar dat De Telegraaf een tekst moet plaatsen waaruit duidelijk blijkt dat de FIO niet aan Hamas is gelieerd. Hoewel er in een column meer ruimte is voor uitvergrotingen, overdrijvingen en scherpe bewoordingen, is deze vrijheid niet onbegrensd. Uitlatingen van feitelijke aard moeten nog altijd steun vinden in de feiten.

IEF 22574

Conclusie AG: hof paste geen onvoldoende strenge maatstaf toe bij de toepassing van art. 14 lid 1 sub b UMVo in Puma tegen Brooks

Hoge Raad 21 feb 2025, IEF 22574; ECLI:NL:PHR:2025:261 (Puma tegen Brooks), https://delex.nl/artikelen/conclusie-ag-hof-paste-geen-onvoldoende-strenge-maatstaf-toe-bij-de-toepassing-van-art-14-lid-1-sub-b-umvo-in-puma-tegen-brooks

Conclusie AG 21 februari 2025, IEF 22574; ECLI:NL:PHR:2025:261 (Puma tegen Brooks). Dit merkenrecht kortgeding gaat over de vraag of Brooks het teken ‘nitro’ beschrijvend gebruikt voor een kenmerk van haar hardloopschoenen, en zo ja, of dit gebruik in overeenstemming is met de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel (art. 14 UMVo). Puma is licentiehoudster van het Uniemerk ‘NITRO’ voor (onder andere) schoenen. In maart 2021 heeft Puma de hardloopschoenenlijn NITRO op de markt gebracht waarvan de tussenzool van de schoen met stikstof (nitrogen) is geïnjecteerd voor een betere demping. Brooks gebruikt deze techniek sinds medio 2020 voor hardloopschoenen en aanvankelijk gebruikte zij bij de aanprijzing van deze schoenen termen als “nitrogen injected” en “infused with nitrogen”. Vanaf medio 2022 gebruikt zij tevens de afkorting ‘nitro’. Volgens Puma maakt Brooks hiermee inbreuk op haar NITRO-merk. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen merkinbreuk was [zie IEF 21034]. Ook naar het voorlopig oordeel van het hof gebruikt Brooks de term ‘nitro’ beschrijvend in de zin van art. 14 lid 1 sub b UMVo [zie IEF 21945]. In cassatie voert Puma aan dat het hof een onvoldoende strenge maatstaf heeft gebruikt bij de toepassing van art. 14 lid 1 sub b UMVo en bestrijdt het oordeel dat Brooks’ gebruik van het teken in overeenstemming is met de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel. P-G Van Peursem concludeert tot afwijzing van de klachten. 

IEF 22573

OM handelt deels in strijd met recht op bronbescherming

Rechtbank Den Haag 26 feb 2025, IEF 22573; ECLI:NL:RBDHA:2025:2716 (De Correspondent tegen de Staat der Nederlanden (het OM)), https://delex.nl/artikelen/om-handelt-deels-in-strijd-met-recht-op-bronbescherming

Rb. Den Haag 26 februari 2025, IEF 22573; ECLI:NL:RBDHA:2025:2716 (De Correspondent tegen de Staat der Nederlanden (het OM)). Journalisten hebben in opdracht van De Correspondent een reconstructie gemaakt van het Nederlandse hulpmiddelenbeleid ten tijde van de coronapandemie en hebben in het kader van dit reconstructieonderzoek een ontmoeting gehad met verdachten tegen wie nu een strafrechtelijk onderzoek loopt. Dit gesprek is afgeluisterd door het OM. In deze procedure vordert De Correspondent dat de rechtbank voor recht verklaart dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens De Correspondent door in strijd te handelen met artikel 10 EVRM door het journalistieke brongeheim te schenden. De Correspondent stelt dat het OM ervan op de hoogte was dat er minimaal één journalist zou deelnemen aan het gesprek, en toch heeft het OM de bijeenkomst opgenomen en vastgelegd in het proces-verbaal, zonder inachtneming van de formele vereisten en waarborgen en zonder voorafgaande beoordeling en toetsing door een rechter.

IEF 22567

Geen verwarringsgevaar tussen MAY TEA en МАЙСКИЙ ЧАЙ

Gerecht EU (voorheen GvEA) 26 feb 2025, IEF 22567; ECLI:EU:T:2025:181 (Schweppes International Ltd tegen EUIPO, May OOO), https://delex.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-may-tea-en-majskij-caj

Gerecht van de Europese Unie 26 februari 2025, IEF 22567; IEFbe 3880; ECLI:EU:T:2025:181 (Schweppes International Ltd tegen EUIPO, May OOO). May OOO heeft bij het EUIPO een verzoek tot nietigverklaring ingediend van de EU-beeldmerken MAY TEA, op basis van oudere registraties van de beeldmerken МАЙСКИЙ en het woordmerk МАЙСКИЙ ЧАЙ, en heeft zich daarbij beroepen op verwarringsgevaar. De Kamer van Beroep heeft de nietigverklaringsverzoeken toegewezen en de merken ongeldig verklaard. Schweppes heeft vervolgens beroep ingesteld tegen deze beslissingen bij het Gerecht en betoogd dat er geen sprake is van verwarringsgevaar tussen de merken.  Het Gerecht beoordeelt de door de Kamer van Beroep gehanteerde maatstaven en bevestigt dat het relevante publiek in dit geval het Letse publiek omvat, met name degenen die zowel Engels als Russisch spreken of een basiskennis van deze talen hebben. De Kamer heeft vastgesteld dat deze consumenten de termen "майский чай" en "may tea" als synoniemen beschouwen en daarom de merken conceptueel identiek vinden. Op basis daarvan heeft de Kamer geoordeeld dat deze conceptuele identiteit volstaat om de visuele en fonetische verschillen tussen de merken te compenseren en dat er verwarringsgevaar bestaat. Schweppes voert echter aan dat de Kamer een onjuiste beoordeling heeft gemaakt door te veronderstellen dat een deel van het Letse publiek de Engelse en Russische woorden voor "mei-thee" als direct uitwisselbaar beschouwt. Volgens Schweppes is er geen directe associatie, aangezien de consument een vertaling zou moeten maken en bovendien rekening zou moeten houden met de verschillende alfabetten. Daarnaast wijst Schweppes op de significante visuele en fonetische verschillen tussen de merken, die volgens haar het risico op verwarring wegnemen.

IEF 22572

Gedaagde maakt inbreuk op auteursrecht van het logo van zwemvereniging Blue Marlins

Rechtbank Den Haag 25 feb 2025, IEF 22572; ECLI:NL:RBDHA:2025:2769 (Blue Marlins tegen gedaagden c.s.), https://delex.nl/artikelen/gedaagde-maakt-inbreuk-op-auteursrecht-van-het-logo-van-zwemvereniging-blue-marlins

Vzr. Rb. Den Haag 25 februari 2025, IEF 4794; ECLI:NL:RBDHA:2025:2769 (Blue Marlins tegen gedaagden c.s.). Blue Marlins is een zwemvereniging die gebruik maakt van het bovenstaande logo (hierna: het Blue Marlins-logo). Gedaagde 1 en gedaagde 2 (hierna samen: gedaagden c.s.) zijn echtgenoten. Hun zoon was lid bij Blue Marlins. Gedaagde 2 was vrijwilligster en ondersteunend lid. Op 1 januari van dit jaar heeft de zwemvereniging de lidmaatschappen van gedaagde 2 en haar zoon opgezegd, vanwege een betalingsachterstand en vermeend onwenselijk gedrag van de zoon. Gedaagde 2 heeft toen een e-mail gestuurd naar meerdere ouders of leden van de club, met een lange klaagzang over wat er allemaal fout gaat binnen de vereniging. In deze e-mail zijn verschillende afbeeldingen opgenomen. Twee daarvan, het vergrootglasteken en het stembusteken, bevatten het logo van de Blue Marlins. Blue Marlins heeft gedaagden c.s. gesommeerd om de e-mail in te trekken, en het onrechtmatig gebruik van haar handelsnaam en het Blue Marlins-logo te staken. Gedaagden c.s. heeft daaraan geen gehoor gegeven en dus vordert Blue Marlins dit nu bij de voorzieningenrechter.

IEF 22571

Geen schending BOB 'Port' door merk 'Quevedo Port'

Gerecht EU (voorheen GvEA) 26 feb 2025, IEF 22571; ECLI:EU:T:2025:182 (Instituto dos Vinhos do Douro e do Porto, IP tegen EUIPO, Vinoquel- Vinhos Oscar Quevedo, Lda.), https://delex.nl/artikelen/geen-schending-bob-port-door-merk-quevedo-port

Gerecht van de Europese Unie 26 februari 2025, IEF 22571; IEFbe 3882; ECLI:EU:T:2025:182 (IVDP tegen EUIPO, Vinoquel- Vinhos Oscar Quevedo, Lda.) Het Instituto dos Vinhos do Douro e do Porto, IP (IVDP) heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de Kamer van Beroep van het EUIPO. Het geschil betreft de aanvraag van Vinoquel- Vinhos Oscar Quevedo, Lda. om registratie van het Uniemerk "Quevedo Port" voor producten in klasse 29 (olijfolie) en klasse 33 (wijn). IVDP diende oppositie in, gebaseerd op de beschermde oorsprongsbenaming (BOB) "Porto" of "Port", die is geregistreerd voor wijn. De oppositieafdeling van het EUIPO verwerpte de oppositie. IVDP stelde vervolgens beroep in bij de Kamer van Beroep, die het beroep heeft verworpen. De Kamer oordeelde dat de overeenkomsten tussen de tekens onvoldoende zijn om als direct of indirect commercieel gebruik van de BOB te kwalificeren. Het achtte tevens onwaarschijnlijk dat "Quevedo Port" de BOB oproept in de geest van het relevante publiek. IVDP verzoekt het Gerecht de beslissing van de Kamer te vernietigen en de inschrijving van "Quevedo Port" voor olijfolie te weigeren. 

IEF 22564

Merkregistratie eBilet terecht geweigerd wegens beschrijvend karakter

Gerecht EU (voorheen GvEA) 26 feb 2025, IEF 22564; ECLI:EU:T:2025:184 (eBilet Polska sp. z o.o. tegen EUIPO), https://delex.nl/artikelen/merkregistratie-ebilet-terecht-geweigerd-wegens-beschrijvend-karakter

Gerecht van de Europese Unie 26 februari 2025, IEF 22564; IEFbe 3878; ECLI:EU:T:2025:184 (eBilet Polska tegen EUIPO). eBilet Polska heeft bij het EUIPO een aanvraag ingediend voor de inschrijving van het beeldmerk "eBilet" voor verschillende goederen en diensten, waaronder software, tickets, detailhandelsdiensten en reserveringsdiensten voor entertainment en reizen. De onderzoeker van het EUIPO heeft de aanvraag gedeeltelijk geweigerd, omdat het merk als beschrijvend werd beschouwd en geen onderscheidend vermogen had. Verzoekster heeft daarop beroep ingesteld bij het EUIPO. De Kamer van Beroep heeft het beroep verworpen en geoordeeld dat het merk "eBilet" beschrijvend is, omdat het direct de soort en het beoogde gebruik van de betrokken goederen en diensten aanduidt, evenals de manier waarop de diensten worden aangeboden. Daarnaast heeft de Kamer van Beroep geoordeeld dat het merk niet onderscheidend is, omdat het relevante publiek het niet zal beschouwen als een aanduiding van commerciële herkomst. 

IEF 22570

AI output: beschermd of inbreukmakend? De stellingen voor het IE symposium in Zeist

Tijdens het IE symposium in Zeist op 12 maart 2025 discussiëren Arnout Groen, Stef van Gompel en Dirk Visser met de zaal over stellingen met betrekking tot drie thema’s: 

1. Wanneer is AI-output beschermd? En wie draagt de bewijslast?
2. Wanneer maakt AI-output inbreuk? En wie draagt de bewijslast?
3. Wie is aansprakelijk voor AI-inbreuken?

In dit bericht worden de stellingen nader toegelicht. 

IEF 22568

Rechtsstrijd rond auteursrecht Montis-stoelen: rechtbank oordeelt dat de arresten geen onrechtmatige rechtspraak zijn

Rechtbank Den Haag 19 feb 2025, IEF 22568; ECLI:NL:RBDHA:2025:2637 (Montis tegen de Staat), https://delex.nl/artikelen/rechtsstrijd-rond-auteursrecht-montis-stoelen-rechtbank-oordeelt-dat-de-arresten-geen-onrechtmatige-rechtspraak-zijn

Rb. Den Haag 19 februari 2025, IEF 22568; ECLI:NL:RBDHA:2025:2637 (Montis tegen de Staat). Montis, een meubelproducent, liet in 1988 modellen registreren voor de fauteuil Charly en de eetkamerstoel Chaplin, ontworpen door [naam]. In 1990 droeg hij zijn rechten over aan Montis. Later ontstond een conflict met meubelketen [bedrijfsnaam], die een soortgelijke stoel verkocht. Montis spande een rechtszaak aan, maar verloor deze in het Montis I-arrest. Het auteursrecht op de stoelen was vervallen, omdat Montis bij afloop van haar modelbescherming geen instandhoudingsverklaring had ingediend. In het Montis II-arrest stelde Montis dat Duitsland het land van oorsprong was, waardoor de Berner Conventie (BC) zou gelden en het auteursrecht niet vervallen zou zijn. Het hof gaf Montis gelijk, maar na cassatie oordeelde de Hoge Raad dat het auteursrecht toch was vervallen. Wel vroeg de Hoge Raad het Benelux-Gerechtshof of de wetswijziging van 2003 het auteursrecht had kunnen laten herleven. Het BenGH oordeelde van niet.