Auteursrecht  

IEF 11524

Nieuwe auteursrechtorganisatie van start met Pim van Klink als voorzitter

Uit't persbericht: Kunsteconoom Pim van Klink wordt voorzitter van de nieuwe organisatie voor auteursrecht en naburige rechten, de Federatie Auteursrechtbelangen. De Federatie zet de werkzaamheden voort van de in 1984 opgerichte Stichting Auteursrechtbelangen. De nieuwe federatie coördineert en bundelt waar mogelijk de belangen van de drie aangesloten platforms: Makers, Creatieve Media Industrie en VOI©E. Van Klink volgt Aad Kosto op, vanaf 2008 de stichtingsvoorzitter.

De nieuwe federatie coördineert en bundelt waar mogelijk de belangen van de drie aangesloten platforms: Makers, Creatieve Media Industrie en VOI©E. Van Klink volgt Aad Kosto op, vanaf 2008 de stichtingsvoorzitter.

Van Klink heeft zich zowel bij de rijksoverheid als bij tal van culturele instellingen vanaf 1980 ingezet om het beleid in economische zin te versterken. Hij promoveerde in 2005 op een nieuw kunsteconomisch concept waarin het auteursrecht als een beter financieringsmiddel voor kunstenaars wordt beschouwd dan overheidssubsidie. De afgelopen vier jaar heeft hij dat concept verder uitgewerkt als gasthoogleraar aan de Universiteit Antwerpen.

Een van de belangrijkste taken van de nieuwe Federatie Auteursrechtbelangen is voorlichting over auteursrecht en naburige rechten, en verbetering van het imago van “de rechten”. Van Klink hierover: “Ik vind het eervol om hieraan mijn bijdrage te kunnen leveren. Het auteursrecht komt de laatste tijd vooral negatief in het nieuws. Dat auteursrecht een spilfunctie heeft bij de inkomensvorming van kunstenaars en kunstproducenten is in deze tijd totaal ondergesneeuwd. Juist in een tijd waarin overheidssubsidiëring vermindert, is het van groot belang het middel van auteursrecht en naburige rechten extra onder de aandacht te brengen en te actualiseren. Het auteursrecht is toe aan een herwaardering als belangrijk instrument van creatie en innovatie in de 21e eeuw. De nieuwe Federatie kan en wil daar een voortrekkersrol in spelen.”

IEF 11522

HvJ: ruime uitleg wettelijke licentie - ruim baan voor tweedehands software

HvJ EU 3 juli 2012, zaak C-128/11 (UsedSoft)

Een bijdrage van Polo van der Putt, Vondst Advocaten.

Baanbrekende uitspraak. Anders dan de AG, is het Hof van Justitie van oordeel dat kopers van tweedehands software een wettelijk gebruiksrecht hebben. Een licentiecontract met de softareleverancier is daarvoor niet noodzakelijk. Dit geldt zowel voor software die is aangeschaft op een drager (zoals DVD) als software die is gedownload.

De uitputtingsregel houdt in dat indien een exemplaar van software op de markt is gebracht door verkoop, de rechthebbende zich niet kan verzetten tegen de verdere distributie ervan. Het idee hierachter is dat een rechthebbende één maal de mogelijkheid moet hebben om een redelijke vergoeding te vragen voor het op de markt brengen van zijn software, maar dat daarna het vrije verkeer goederen en diensten prevaleert.

Maar wat heb je aan het recht om software door te verkopen als de koper vervolgens opnieuw een licentie nodig zou hebben van de leverancier? De uitputtingsregel zou dan een wassen neus zijn. De meeste softwareleveranciers namen tot heden het standpunt in dat ook de koper over een licentie moet beschikken. Zij baseerden zich daarbij op de ruime definitie van verveelvoudiging uit de Softwarerichtlijn, in Nederland vastgelegd in artikel 45i Auteurswet. Dit artikel bepaalt dat onder het verveelvoudigen van software mede wordt verstaan het laden, het in beeld brengen, de uitvoering, de transmissie of de opslag van de software. Daarmee is ieder gebruik van software doorgaans een verveelvoudiging en voor een rechtmatige verveelvoudiging een licentie nodig is.

Echter, de Softwarerichtlijn voorziet ook in een wettelijke softwarelicentie, in Nederland vastgelegd in artikel 45j Auteurswet. Niet als inbreuk op het auteursrecht op software wordt beschouwd de verveelvoudiging, vervaardigd door de rechtmatige verkrijger van de software, die noodzakelijk is voor het met de software beoogde gebruik.

De vraag was dus of dit wettelijke gebruiksrecht, dat toekomt aan de rechtmatige verkrijger, ook toekomt aan de koper van software.

Nee, zei de AG:

"98. [...] Volgens mij heeft deze bepaling [ de wettelijke licentie] enkel tot doel degene die reeds over een kopie van een computerprogramma beschikt in staat te stellen deze kopie te verveelvoudigen, teneinde het programma te kunnen gebruiken voor het beoogde doel. Degene die niet reeds over een kopie van een programma beschikt kan aan artikel 5, lid 1, van richtlijn 2009/24 daarentegen niet alleen geen machtiging ontlenen om het programma te reproduceren ten behoeve van het gebruik ervan voor het beoogde doel, maar ook niet voor het gebruik ervan zonder meer. Bovendien kan deze bepaling, die een voorhoud maakt voor andersluidende contractuele bepalingen, mijns inziens enkel van toepassing zijn op de verkrijger die een overeenkomst met de rechthebbende heeft gesloten."

Hiermee was de uitputtingsregel voor software feitelijk een dode letter geworden.

Het Hof van Justitie ziet het echter anders:

"81 Bij wederverkoop van de kopie van het computerprogramma door de eerste verkrijger van die kopie kan de nieuwe verkrijger dus overeenkomstig artikel 5, lid 1, van richtlijn 2009/24 de hem door de eerste verkrijger verkochte kopie op zijn computer downloaden. Een dergelijke download moet worden gezien als de reproductie van een computerprogramma die noodzakelijk is om die nieuwe verkrijger in staat te stellen dat programma voor het beoogde doel te gebruiken. 

[...]

85 Zoals blijkt uit punt 81 van het onderhavige arrest kan bijgevolg de nieuwe verkrijger van de gebruikslicentie, zoals de klant van UsedSoft, als „rechtmatige verkrijger” in de zin van artikel 5, lid 1, van richtlijn 2009/24 van de verbeterde en bijgewerkte kopie van het betrokken computerprogramma die kopie downloaden vanaf de website van de houder van het auteursrecht. Die download is immers de reproductie van een computerprogramma die noodzakelijk is om de nieuwe verkrijger is staat te stellen dat programma voor het beoogde doel te gebruiken."

Kortom, de koper van tweedehand software mag die software gebruiken voor het beoogde doel, zonder dat hij daarvoor een licentie van de leverancier nodig heeft. Hiermee opent het Hof van Justitie de deur voor de verkoop van tweedehands software. Het Hof volgt dus rechtbank Dordrecht, een mooie opsteker voor de Nederlandse rechterlijke macht. 

Het Hof zet die deur nog verder open door net als de AG te bepalen dat de uitputtingsleer niet alleen geldt voor software die verkocht is op fysieke dragers (een lezing voorgestaan door de softwareleveranciers), maar ook voor gedownloade software die weer wordt doorgeleverd:

"59 In die omstandigheden moet worden geconstateerd dat de in artikel 4, lid 2, van richtlijn 2009/24 bedoelde uitputting van het distributierecht zowel geldt voor materiële als immateriële kopieën van een computerprogramma, en dus mede voor kopieën van een computerprogramma die bij de eerste verkoop ervan van internet op de computer van de eerste verkrijger zijn gedownload."

Het Hof voegt daaraan toe dat deze uitputting niet alleen ziet op de orginele software, maar ook op de upgrades die zijn geleverd onder een onderhoudscontract: 

"67 Niettemin heeft de sluiting van een overeenkomst voor software updates zoals die aan de orde in het hoofdgeding bij gelegenheid van de verkoop van een immateriële kopie van een computerprogramma tot gevolg dat de aanvankelijk gekochte kopie wordt gerepareerd en bijgewerkt. Ook in geval van een overeenkomst voor software updates voor bepaalde tijd zijn de op basis van een dergelijke overeenkomst verbeterde, gewijzigde of aangevulde functies een onderdeel van de aanvankelijk gedownloade kopie en kunnen zij door de verkrijger zonder beperking in de tijd worden gebruikt, ook ingeval die verkrijger naderhand besluit zijn overeenkomst voor software updates niet te verlengen.

68 In die omstandigheden moet worden geconstateerd dat de uitputting van het distributierecht op grond van artikel 4, lid 2, van richtlijn 2009/24 zich uitstrekt tot de verkochte kopie van het computerprogramma zoals die door de houder van het auteursrecht wordt verbeterd en bijgewerkt."

Het voorgaande is slechts een snelle bloemlezing van het arrest. Het arrest bevat talloze andere interessante overwegingen en zal de tongen losmaken.

Volledigheidshalve nog even de vragen en de antwoorden:

"34 In die omstandigheden heeft het Bundesgerichtshof de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen gesteld:

„1) Dient de persoon die verval van het recht om controle uit te oefenen op de distributie van een kopie van een computerprogramma kan aanvoeren, als ‚rechtmatige verkrijger’ in de zin van artikel 5, lid 1, van richtlijn 2009/24 [...] te worden aangemerkt?

2) Zo de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, vervalt het recht om controle uit te oefenen op de distributie van een kopie van een computerprogramma overeenkomstig artikel 4, lid 2, [...] van richtlijn 2009/24[...], ingeval de verkrijger de kopie – met toestemming van de rechthebbende – heeft gemaakt door deze kopie van internet te downloaden op een gegevensdrager?

3) Zo de tweede vraag eveneens bevestigend wordt beantwoord, kan dan ook de persoon die een ‚tweedehands’ softwarelicentie heeft verkregen zich met het oog op het maken van een kopie van het computerprogramma als ‚rechtmatige verkrijger’ volgens artikel 5, lid 1, en artikel 4, lid 2, [...] van richtlijn 2009/24[...] beroepen op verval van het recht om controle uit te oefenen op de distributie van de kopie van het computerprogramma die door de eerste verkrijger met toestemming van de rechthebbende is gemaakt door deze kopie van internet op een gegevensdrager te downloaden, ingeval de eerste verkrijger zijn kopie heeft gewist of deze niet meer gebruikt?” "

[...]

"Het Hof van Justitie (Grote kamer) verklaart voor recht:

1) Artikel 4, lid 2, van richtlijn 2009/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma’s, moet aldus worden uitgelegd dat het distributierecht voor een kopie van een computerprogramma is uitgeput indien de houder van het auteursrecht die het – mogelijkerwijs kosteloos – downloaden van die kopie van internet op een gegevensdrager heeft toegestaan, tegen betaling van een prijs waardoor hij een met de economische waarde van de kopie van het hem toebehorende werk overeenstemmende vergoeding kan ontvangen, tevens een gebruiksrecht voor die kopie zonder beperking in de tijd heeft verleend.

2) De artikelen 4, lid 2, en 5, lid 1, van richtlijn 2009/24 moeten aldus worden uitgelegd dat in geval van wederverkoop van een gebruikslicentie die de wederverkoop van een van de website van de houder van het auteursrecht gedownloade kopie van een computerprogramma met zich brengt, welke licentie aanvankelijk aan de eerste verkrijger door die rechthebbende zonder beperking in de tijd was toegekend tegen betaling van een prijs waarmee deze laatste een met de economische waarde van die kopie van zijn werk overeenstemmende vergoeding moest kunnen ontvangen, de tweede en iedere latere verkrijger van die licentie zich op uitputting van het distributierecht op grond van artikel 4, lid 2, van die richtlijn kunnen beroepen en bijgevolg kunnen worden beschouwd als rechtmatige verkrijgers van een kopie van een computerprogramma in de zin van artikel 5, lid 1, van die richtlijn en het in deze laatste bepaling bedoelde reproductierecht hebben."

Op andere blogs:
1709blog (UsedSoft ruling: exhaustion rules okay)
Bird&Bird (ECJ ruling on "UsedSoft" case)
DeBrauw Legal Alert (UsedSoft v Oracle opens up market for second-hand software licences)
Dirkzwagerieit (Handel in licenties gedownloade software toegestaan)
Holla advocaten (Tweedehands software: het kan!)
IP-Watch (Form Over Function – The ECJ Rules On Software Copyright)
ITenRecht (HvJ: ruime uitleg wettelijke licentie - ruim baan voor tweedehands software)
ITenRecht (UsedSoft, een nadere beschouwing)
IusMentis (Gedownloade software mag worden doorverkocht)
KluwerCopyrightBlog (Welcome to the Brave Old World – UsedSoft and the ‘Full’ Online Exhaustion)
Mitopics (Tweedehands software, kan het echt?)
NautaDutilh (Resale of software licences now allowed)
SCL The IT Law Community (Resale of Software Licences: Latest ECJ Judgment)
SOLV (Column Menno Weij in Automatiseringsgids: Usedsoft-uitspraak)
Webwereld (Europese Hof: doorverkopen softwarelicentie mag)

IEF 11521

UsedSoft: Gebruikte Softwarelicenties (arrest)

HvJ EU 3 juli 2012, zaak C-128/11 (UsedSoft)

In navolging van IEF 11221. Gebruikte software, tweedehands softwarelicenties, begrip 'rechtmatige verkrijger'.

Uit't persbericht: An author of software cannot oppose the resale of his ‘used’ licences allowing the use of his programs downloaded from the internet. The exclusive right of distribution of a copy of a computer program covered by such a licence is exhausted on its first sale.

Antwoord:

1) Artikel 4, lid 2, van richtlijn 2009/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma’s, moet aldus worden uitgelegd dat het distributierecht voor een kopie van een computerprogramma is uitgeput indien de houder van het auteursrecht die het – mogelijkerwijs kosteloos – downloaden van die kopie van internet op een gegevensdrager heeft toegestaan, tegen betaling van een prijs waardoor hij een met de economische waarde van de kopie van het hem toebehorende werk overeenstemmende vergoeding kan ontvangen, tevens een gebruiksrecht voor die kopie zonder beperking in de tijd heeft verleend.

2) De artikelen 4, lid 2, en 5, lid 1, van richtlijn 2009/24 moeten aldus worden uitgelegd dat in geval van wederverkoop van een gebruikslicentie die de wederverkoop van een van de website van de houder van het auteursrecht gedownloade kopie van een computerprogramma met zich brengt, welke licentie aanvankelijk aan de eerste verkrijger door die rechthebbende zonder beperking in de tijd was toegekend tegen betaling van een prijs waarmee deze laatste een met de economische waarde van die kopie van zijn werk overeenstemmende vergoeding moest kunnen ontvangen, de tweede en iedere latere verkrijger van die licentie zich op uitputting van het distributierecht op grond van artikel 4, lid 2, van die richtlijn kunnen beroepen en bijgevolg kunnen worden beschouwd als rechtmatige verkrijgers van een kopie van een computerprogramma in de zin van artikel 5, lid 1, van die richtlijn en het in deze laatste bepaling bedoelde reproductierecht hebben.

Prejudiciële vragen.

1) Dient de persoon die verval van het recht om controle uit te oefenen op de distributie van een kopie van een computerprogramma kan aanvoeren, als ‚rechtmatige verkrijger’ in de zin van artikel 5, lid 1, van richtlijn 2009/24[...] te worden aangemerkt?

2) Zo de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, vervalt het recht om controle uit te oefenen op de distributie van een kopie van een computerprogramma overeenkomstig artikel 4, lid 2, [...] van richtlijn 2009/24[...], ingeval de verkrijger de kopie – met toestemming van de rechthebbende – heeft gemaakt door deze kopie van internet te downloaden op een gegevensdrager?

3) Zo de tweede vraag eveneens bevestigend wordt beantwoord, kan dan ook de persoon die een ‚tweedehands’ softwarelicentie heeft verkregen zich met het oog op het maken van een kopie van het computerprogramma als ‚rechtmatige verkrijger’ volgens artikel 5, lid 1, en artikel 4, lid 2, [...] van richtlijn 2009/24[...] beroepen op verval van het recht om controle uit te oefenen op de distributie van de kopie van het computerprogramma die door de eerste verkrijger met toestemming van de rechthebbende is gemaakt, door deze kopie van internet op een gegevensdrager te downloaden, ingeval de eerste verkrijger zijn kopie heeft gewist of deze niet meer gebruikt?

Op andere blogs:
Op andere blogs:
1709blog (UsedSoft ruling: exhaustion rules okay)
Bird&Bird (ECJ ruling on "UsedSoft" case)
DeBrauw Legal Alert (UsedSoft v Oracle opens up market for second-hand software licences)
Dirkzwagerieit (Handel in licenties gedownloade software toegestaan)
Holla advocaten (Tweedehands software: het kan!)
ICT~Office (Europese rechter opent de deur voor handel in tweedehands software)
ICTRecht (Gastpost: Videogames na Usedsoft v. Oracle)
IE-Forum (Toepassing UsedSoft-arrest in verfmengsoftware PPG)
IE-Forum (Toepassing Usedsoft-zaak in verfmengsoftware: te kort door de bocht?)
IP-Watch (Form Over Function – The ECJ Rules On Software Copyright)
ITenRecht (HvJ: ruime uitleg wettelijke licentie - ruim baan voor tweedehands software)
ITenRecht (UsedSoft, een nadere beschouwing)
ITenRecht (Doorverkopen software geen wanprestatie?)
ITenRecht (De UsedSoft-uitspraak: een kleine revolutie)
IViR (Noot onder HvJEU 3 juli 2012, zaak C-128/11 (UsedSoft/Oracle International), Nederlandse Jurisprudentie 2013-11, nr. 118, p. 1337-1349)
IViR (N. Helberger, ‘Verkauft ist verkauft; wiederholen ist gestohlen’. Reflecties op de UsedSoft-uitspraak van het Europese Hof, Annotatie bij Hof van Justitie 3 juli 2012 (UsedSoft / Oracle), Tijdschrift voor Consumentenrecht & Handelspraktijken, 2013-2, p. 91-96.)
IusMentis (Gedownloade software mag worden doorverkocht)
KluwerCopyrightBlog (Welcome to the Brave Old World – UsedSoft and the ‘Full’ Online Exhaustion)
Mitopics (Tweedehands software, kan het echt?)
NautaDutilh (Resale of software licences now allowed)
SCL The IT Law Community (Resale of Software Licences: Latest ECJ Judgment)
SOLV (Column Menno Weij in Automatiseringsgids: Usedsoft-uitspraak)
Webwereld (Europese Hof: doorverkopen softwarelicentie mag)

IEF 11516

Oprichting Vereniging Componisten en Tekstdichters Ntb

Uit't persbericht. Maandag 2 juli werd de VCTN (de Vereniging Componisten en Tekstdichters Ntb) opgericht (zie ook de aankondiging van de Ntb-congres 2012).

Erwin Angad-Gaur, secretaris van de Ntb en de VCTN: “Met de oprichting van de VCTN ontstaat de grootste belangenorganisatie voor componisten en muziektekstschrijvers in Nederland. Dankzij de oprichting zal de stem van onze leden hopen wij de komende jaren nog helderder kunnen doorklinken in belangrijke discussies rond onder meer het auteursrecht en de broodnodige reorganisatie van Buma/Stemra dan voorheen. We zullen daarbij blijven samenwerken met collega-organisaties die expliciet het auteursbelang centraal stellen. De oprichting van de VCTN is dan ook expliciet niet tegen bestaande collega-organisaties of tegen Buma/Stemra gericht, maar heeft als doel de vele bij de Ntb aangesloten muziekauteurs nog beter dan voorheen bij te kunnen staan en te kunnen representeren.”

Het Ntb-congres besloot in juni 2011 tot oprichting van de nieuwe auteursvereniging met het doel de belangenbehartiging van muziekauteurs bij Buma/Stemra beter mogelijk te maken. Buma/Stemra sluit belangenorganisaties die niet ‘louter muziekauteurs’ verenigen uit van het recht op subsidie en belangrijker: het recht op het doen van bestuursvoordrachten. Hoewel al geruime tijd een bezwaarprocedure bij het College van Toezicht op Auteursrechtenorganisaties (CvTA) loopt wil de Ntb niet langer op een uitspraak wachten om de belangenbehartiging van de aangesloten muziekauteurs te kunnen maximeren.

Componisten en tekstschrijvers die lid zijn van de Ntb worden met de oprichting van de VCTN kostenloos (naast hun bestaande Ntb-lidmaatschap) lid van de nieuwe belangenvereniging, waarvoor uiteraard ook nieuwe leden zich kunnen aanmelden.

IEF 11515

Geen auteursrechtinbreuk 'Red Poppy Ladies'

Rechtbank Amsterdam 27 juni 2012, HA ZA 11-2847 (Eiser tegen gedaagde)

Uitspraak ingezonden door Helen Maatjes, Intellectueel Eigendom Advocaten.

Auteursrecht. In 1999 is in China ''The Beijing Red Poppy Ladies' Percussion Ensemble Co. LTD'' (hierna: Red Poppy Ladies) opgericht. Deze percussieband heeft veelal opgetreden in combinatie met een optreden van de ''China Girls'', een groep van vrouwelijke muzikanten. Eiser drijft een onderneming die zich richt op de organisatie van evenementen, met name gericht op het Aziatische marktsegment. Gedaagde heeft een evenement georganiseerd voor Holland Casino. Holland Casino heeft flyers verspreid waarin de Red Poppy Ladies zijn aangekondigd. (...) verkeerde op dat moment in de veronderstelling dat zij de Red Poppy Ladies voor Holland Casino had gecontracteerd. Vervolgens heeft Eiser een brief aan Holland Casino gezonden dat er geen contract is met voornoemde percussieband. Holland Casino is aansprakelijk gesteld voor de geleden schade. Er zou sprake zijn van auteursrechtinbreuk door verspreiding van de flyers met delen van teksten van haar website erop en van de door haar gemaakte publicatiemateriaal letterlijk over te nemen.

Het is van belang dat de flyers een goed beeld geven van het aangeboden evenement. De informatie die verspreid is door Holland casino, is volgens de rechtbank niet aan gedaagde toe te rekenen. De rechtbank wijst de op auteursrecht gebaseerde schadevergoeding af. De vordering richt zich op misgelopen boekingen. Volgens de rechtbank heeft Eiser niet de gestelde schade geleden, aangezien de rechtbank het niet aannemelijk acht dat Holland Casino met Eiser in zee zou zijn gegaan, gezien het kostenplaatje.

De rechtbank wijst de vorderingen van Eiser af en veroordeelt Eiser in het vergoeden van de proceskosten ad € 4949,64.

Inbreukverbod

4.2. (...) verwijt (...) delen van teksten van haar website en van door haar gemaakte publicatiemateriaal letterlijk te hebben overgenomen. Of (...) auteursrecht toekomt op de op haar site gepubliceerde teksten kan hier in het midden blijven. Ook indien (...) de maakster is van de bedoelde teksten en die tekst is te beschouwen als een werk in de zin van de Auteurswet, ziet de rechtbank in het onderhavige geval namelijk geen aanleiding om een verbod toe te wijzen. De door (...) aan Holland Casino geleverde teksten, die door Holland Casino zijn openbaar gemaakt, heeft (...) op haar beurt ontvangen van haar tussenpersoon, Minh-Zone Entertainment. (...) verkeerde op dat moment in de veronderstelling dat zij de Red Poppy Ladies voor Holland Casino had gecontracteerd. Holland Casino is, nadat zij daarvan op de hoogte was gesteld, direct tot rectificatie overgegaan. Een en ander betrof een eenmalig evenement (Chinees Nieuwjaar 2011) terwijl niet is gebleken dat (...) overigens enige poging heeft gewaagd de Red Poppy Ladies voor enig optreden te boeken, dan wel anderszins gebruik heeft gemaakt, dan wel dreigt te maken van de bedoelde teksten. De rechtbank ziet gelet op dit geheel van feiten en omstandigheden geen aanleiding te vrezen dat (...) in de toekomst bedoelde teksten opnieuw zal gebruik. Zij ziet gelet daarop geen aanleiding een (met een dwangsom versterkt) verbod op te leggen.

Schadevergoeding

4.4. Ook in het kader van de gevorderde schadevergoeding is niet relevant of (...) enig auteursrecht toekomt op bedoelde teksten. De rechtbank wil aannemen dat het van belang is dat flyers een goed beeld geven van hetgeen wordt aangeboden, maar zonder nadere toelichting, die ontbreekt, ziet de rechtbank niet in dat de onjuiste informatie die op de sites van Holland Casino, de flyers en de China Times heeft gestaan aan (...) toe te rekenen. Het is immers Holland Casino geweest die met de onjuiste informatie naar buiten is getreden. Daar komt bij dat Holland Casino dit heeft gedaan in het kader van optredens die bij haar zouden plaatsvinden. Een eventueel onjuist beeld ten gevolge van die openbaarmaking raakt derhalve Holland Casino en niet (...). In zoverre ziet de rechtbank dan ook niet in dat (...) de door haar gestelde schade heeft geleden. De rechtbank laat daarbij nog in het midden of de gestelde schade een gevolg is van een eventuele auteursrechtinbreuk. De op het auteursrecht gebaseerde schadevergoeding zal hoe dan ook worden afgewezen.

Gebruik van de naam Red Poppy Ladies onrechtmatig?

4.6. De rechtbank kan (...) hierin niet volgen. Ook als ervan moet worden uitgegaan dat (...) in Nederland de exclusieve vertegenwoordiger is van de Red Poppy Ladies (hetgeen wordt betwist) en ook als het handelen van (...) als onrechtmatig is te beschouwen jegens (...) (hetgeen eveneens wordt betwist) acht de rechtbank niet aannemelijk dat (...) schade heeft geleden ten gevolgen van het handdelen van (...). De schade die (...) stelt te hebben geleden, komt er op neer dat zij boekingen heeft misgelopen. De schade is het gevvolg van het naar het publiektoe aankondigen van de komst van de Red Poppy Ladies door Holland Casino. De enkele omstandigheid daat - gelijk (...) stetlt - (...) de teksten die Holland Casino heeft gebruik aan Holland Casino heeft toegezonden, is zonder nadere toelichting - die ontbreekt - onvoldoende om tot het oordeel te kunnen komen dat (...) aansprakelijk is voor deze zelfstandige openbaarmakingen door Holland Casino. Zo heeft (...) onbetwist naar voren gebracht heeft zij niets met de sites van Holland Casino te maken.

Dit betekent dat alleen het naar Holland Casino toe communiceren vann de naam Red Poppy Ladies resteert. De rechtbank acht niet aannemelijk dat (...) ten gevolge daarvan schade heeft geleden. (...) stelt wel dat zij in he kader van het Chinees Nieuwjaar 2011 met Holland Casino in gesprerk is geweest en dat zij mogelijk een en ander had kunnen uitonderhandelen, maar dee rechtbank acht het niet aannemelijk dat Holland Casino met (...) in zee zou zijn gegaan. Dit is reeds het geval omdat Holland Casino voor het gehele evenement in alle 13  vestigingen een maximale begroting had van €95.000,00 terwijl voor een optreden van alleen de Red Poppy Ladies €10.000,00 per avond in rekening brengt. Een optreden in alle vestigingen zou dan  neerkomen op een kostenpost voor alleen de Red Poppy Ladies van € 130.000,00

IEF 11498

Harmonisatie auteursrechtelijk exploitatiebegrip afgerond

Een bijdrage: ‘Harmonisatie van auteursrechtelijke exploitatiebegrippen door Europees Hof afgerond’ van Joost Becker, Dirkzwager.

Met de recente arresten Donner en SAS Institute/World Programming geeft het Europese Hof zichzelf een eigen ‘lente’-akkoord om de auteursrechtelijke kernbegrippen - de uitsluitende rechten die aan de auteur toekomen - vervolmaakt te harmoniseren. Eerder was al sprake van een harmonisatieslag op de begrippen ‘mededeling aan het publiek’ en ‘distributie’. Daar worden nu aan toegevoegd de toerekening van de handelingsketen aan de handelaar in het kader van distributie en de uitbreiding van het recht op ‘reproductie’.
(…)
De traditionele betekenissen van openbaarmaking en verveelvoudiging uit de Auteurswet kunnen (bijna) helemaal de prullenbak in: sinds de afgeronde harmonisatie van de auteursrechtelijke exploitatiebegrippen door het Hof heten bewerken en verveelvoudigen gezamenlijk ‘reproductie’ en bestaat openbaar maken uit twee rechten: ‘mededeling aan het publiek’ en ‘distributie’.
(…)
“Deze [door het Europese Hof geformuleerde begrippen] spelen nu een doorslaggevende betekenis bij de uitlegging van het begrip ‘mededeling aan het publiek’. Vele handelingen die voorheen traditioneel onder het (immateriële) openbaarmakingsbegrip uit de Auteurswet vielen, moet nu worden bezien in dit licht. Zodoende heeft het Hof gezorgd voor een vergaande harmonisatie.
(…)

Met de introductie van deze laatste omstandigheden harmoniseert het Hof het begrip distributie nog verder. Dat is ook nodig – zeker in gevallen van internetverkoop waarbij auteursrechtelijke werken of kopieën worden verkocht – omdat eigendomsoverdracht van producten vaak pas bij (af)levering aan een lid van het publiek plaatsvindt. Zo behoudt het Hof de uitlegging van het begrip ‘distributie’ voor zichzelf.
(…)
Waar na het Infopaq-arrest mogelijk nog aan twijfel onderhevig kon zijn of handelingen die traditioneel als bewerkingen onder het verveelvoudigingsrecht van de auteur vallen ook reproductiehandelingen zijn, is na het SAS Institute/World Programming-arrest die twijfel bij mij weggenomen: dit zijn de jure reproductiehandelingen ex art. 2 ArRl.
(...)
Eén ding is in mijn optiek helder: in nagenoeg alle gevallen moet bij beoordeling van de inbreuk op de uitsluitende rechten van de auteur, of de afbreuk daarvan, de recente rechtspraak van het Europese Hof, die de exploitatiebegrippen harmoniseert, worden toegepast. Dat de traditionele begrippen ‘openbaar maken’ en ‘verveelvoudigen’ uit de Auteurswet na de afgeronde harmonisatie van de uitsluitende rechten van deauteursrechthebbende door het Europese Hof nog zomaar kunnen worden toegepast in Nederland, lijkt verleden tijd. De rechtspraktijk zal uitwijzen of de uitkomst in dezelfde gevallen wezenlijk anders zal zijn. Ik hoop en verwacht van niet.

Lees hier het gehele artikel.

IEF 11495

Opheffing samenloop leidt tot verruiming rechten 'namakers'

Conclusie A-G Timmerman BenGH 13 juni 2012, in zaak A 2011/4 (MAG Instrument Incorporated tegen Edco C.S.)

Conclusie ingezonden door Niels Mulder, DLA Piper.

Merkenrecht. Auteursrecht. Modellenrecht.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest  van 28 oktober 2011 (LJN BR3059) prejudiciële vragen gesteld met betrekking tot de overgangsbepaling van het Protocol houdende wijziging van de Eenvormige Beneluxwet inzake tekeningen of modellen van 20 juni 2002 (hierna: het Protocol) . Dit is geschied nadat een vonnis van de rechtbank Amsterdam (LJN BA1277) en een arrest van het gerechtshof Amsterdam (LJN BK8821) is gewezen.

Feiten
MAG produceert en verkoopt diverse modellen zaklampen (de 'Mag-Lite zaklampen') en treedt op tegen het op de markt brengen van een zaklamp door Edco (de 'Alu-zaklamp'). Naar aanleiding van een eerder geschil in 1998 hebben de partijen een overeenkomst gesloten, waarbij Edco zich zou onthouden van verhandelen van kopieën van MAG's zaklampen. Edco heeft zich hier niet aan gehouden.

Prejudiciële vragen en beantwoording door A-G

1. Dient art. IV van het Protocol aldus te worden uitgelegd dat onder de in dat artikel genoemde handelingen moeten worden begrepen, de handelingen waartegen de houder van de tekening of het model zich niet kon verzetten krachtens de tekst van art. 14 lid 8 BTMW, zoals dat gold vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van dat Protocol?

2. Indien vraag 1 ontkennend beantwoord wordt, dient dan nochtans als regel van overgangsrecht te worden aangenomen dat artikel 14 lid 1 BTMW, zoals gewijzigd bij het Protocol, niet van toepassing is op handelingen die worden verricht door degene die daarmee vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit Protocol was begonnen, indien de houder van de tekening of het model zich niet kon verzetten tegen deze handelingen krachtens art. 14 lid 8 BTMW zoals dat gold vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van dit Protocol?

3.26 Dit alles overziend meen ik dat, alhoewel getwijfeld kan worden hoe het antwoord op
de eerste prejudiciele vraag moet luiden als art. IV Protocol naar de letter wordt gelezen, die
bepaling uitgelegd naar diens ratio en strekking tot de slotsom leidt dat de eerste prejudiciele
vraag bevestigend beantwoord dient te worden.

3.27 Als uw Hof zou menen dat art. IV Protocol naar de letter moet worden uitgelegd en dat de uitkomst daarvan is dat de eerste vraag ontkennend beantwoord dient te worden, meen ik dat de ratio van de regel, de strekking van de toelichting, de rechtszekerheid en de wenselijkheid van uniformiteit in het overgangsrecht, zoals die hiervoor zijn besproken, aanleiding geven om art. IV Protocol naar analogie toe te passen op handelingen waartegen op grond van het samenloopverbod onder het oude recht niet kon worden opgetreden. In gelijke zin betoogt Geerts34 . Dat zou betekenen dat de tweede prejudicie!e vraag bevestigend beantwoord dient te worden.

IEF 11491

Ons auteursrecht is uiterst auteursonvriendelijk

Een bijdrage: 'De mierenkolonie Nederland' van Erwin Angad-Gaur, Ntb.

De Nederlandse politiek kan een visionair kunstbeleid aan zijn laars lappen, omdat de mieren die het Nederlandse culturele klimaat domineren niets moeten hebben van creatieve krekels.

(...) Het is fijn voor een muzikant of acteur als Kunstenaar, met grote of desnoods met kleine k, gerespecteerd te worden, maar een noodzaak is dat niet. Kunst hoeft niet per definitie en consequent als iets hoogs en verhevens aanbeden te worden. Minder onschuldig en vele malen hinderlijker
wordt het, zodra de in ons land klaarblijkelijk diep gewortelde overtuiging dat kunst of cultuur voornamelijk iets is ‘om erbij te doen’, toegang vindt bij onze volksvertegenwoordiging, in onze wetgeving en in ons kunstbeleid. Ons auteursrecht is uiterst auteursonvriendelijk, ons kunstbeleid nauwelijks doordacht, ons omroepbeleid is blijven steken in de jaren vijftig. (...)

Verschijnt een dezer dagen tevens in Sena Performers Magazine 2, 2012.

Lees hier het volledige artikel.

IEF 11490

Actualiteitenbijeenkomst 'Wetsvoorstel Auteurscontractenrecht'


Op 26 juni 2012 vond op initiatief van Uitgeverij deLex de goed bezochte actualiteitenbijeenkomst plaats met als thema 'Auteurscontractenrecht het wetsvoorstel'. Vanzelfsprekend stond het wetsvoorstel van 19 juni 2012 hierbij centraal. Professor Dirk Visser gaf een interessante visie op het geheel en er vond een levendige discussie plaats tussen het panel en deelnemers. Voor diegene die hierbij niet aanwezig konden zijn, volgt hieronder een verkort overzicht van de presentatie van Professor Dirk    Visser en kunt u de volledige presentatie downloaden.

1. Art. 2 akte vereiste en uitlegregel
2. Art. 25b toepassingsbereik
3. Art. 25c billijke vergoeding
4. Art. 25d disproportionaliteitsregel
5. Art. 25e non usus
6. Art. 25f onredelijke bedingen
7. Art. 25g geschillencommissie
8. Art. 25h geen afstand en conflictregel
9. Art. 45d proportionele vergoeding film
10. Artikel II WNR
11. Artikel III overgangsrecht

Eerder is op IE-Forum het wetsvoorstel gepubliceerd (IEF 11458).

Bekijk hier de volledige presentatie.

IEF 11489

The Pirate Bay: a never ending story


Een bijdrage van Bjorn Schipper, Bousie advocaten

Betreft een artikel over de saga rondom The Pirate Bay.

Met de opkomst van internet nam ook de digitale exploitatie van muziek een aanvang. Eind jaren ’90 van de vorige eeuw was het onder andere Napster dat als een van de eerste muziekplatforms de mogelijkheden liet zien van muziekdistributie via internet. Aanvankelijk zonder toestemming van de rechthebbenden hetgeen Napster uiteindelijk duur is komen te staan. Met Napster was de digitale geest uit de fles en nam illegale muziekdistributie een
vlucht. Omdat onder andere legale alternatieven (te) lang op zich lieten wachten, kreeg de
bestaande muziekorde het aan de stok met soortgelijke muziekplatforms die probeerden te voorzien in de groeiende digitale muziekbehoefte bij consumenten. Dit leidde wereldwijd tot een aanhoudende stroom van rechtszaken waarbij de ene na de andere digitale aanbieder van programma’s waarmee muziek kon worden uitgewisseld op zwart ging. Denk aan Kazaa, Streamcast, Grokster en Mininova. In Nederland is op dit moment al een aantal jaar de strijd om The Pirate Bay gaande. In deze bijdrage ga ik in op de aanloop naar deze juridische strijd en geef ik een overzicht van de tegen The Pirate Bay gevoerde rechtszaken. In een volgende bijdrage voor Muziekwereld zal ik meer de nadruk leggen op de argumenten die recent door de internet providers zijn gehanteerd in de principiële procedures over het al dan niet moeten blokkeren van de toegang naar de website van The Pirate Bay.

Eerder verschenen in Muziekwereld 2012-2.

Lees hier het volledige artikel.