Merkenrecht  

IEF 22537

Weigering merkregistratie ExactCut vanwege gebrek aan onderscheidend vermogen

Gerecht EU (voorheen GvEA) 5 feb 2025, IEF 22537; ECLI:EU:T:2025:136 (ExactCut s. r. o. tegen EUIPO), https://delex.nl/artikelen/weigering-merkregistratie-exactcut-vanwege-gebrek-aan-onderscheidend-vermogen

Gerecht EU 5 februari 2025, IEF 22537; IEFbe 3867; ECLI:EU:T:2025:136 (ExactCut s. r. o. tegen EUIPO) In de zaak tussen ExactCut en het EUIPO heeft het Gerecht zich uitgesproken over de weigering van de inschrijving van het figuurlijke merk ExactCut. De aanvraag werd afgewezen door het EUIPO omdat het merk niet voldeed aan de eisen van onderscheidend vermogen. De Kamer van Beroep van het EUIPO had geoordeeld dat het teken beschrijvend was voor de producten en diensten waarvoor de aanvraag was ingediend, en dus geen onderscheidend vermogen had. Het Gerecht bevestigt deze beoordeling. Het merk ExactCut bestaat uit de Engelse woorden exact (precisie) en cut (gesneden), die samen de kenmerken van de betrokken producten en diensten beschrijven. De Kamer van Beroep stelde vast dat deze woorden door het relevante publiek onmiddellijk als beschrijvingen van de producten en diensten worden herkend, zonder verdere reflectie. Het Gerecht onderschrijft deze conclusie en merkt op dat het teken een voldoende direct en concreet verband moet hebben met de producten of diensten, zodat het publiek het teken direct als beschrijving herkent. Het Gerecht benadrukt dat de beoordeling van het onderscheidend vermogen moet plaatsvinden op basis van de algehele indruk die het merk maakt, met inachtneming van de kenmerken van het teken als geheel. Het concludeert dat, hoewel het merk grafisch is gepresenteerd met kleuren die de woorden scheiden, de woorden zelf nog steeds de kenmerken van de producten en diensten beschrijven en geen onderscheidend vermogen bezitten.

IEF 22536

Afwijzing van de registratie van een positiemerk wegens gebrek aan onderscheidend vermogen

Gerecht EU (voorheen GvEA) 5 feb 2025, IEF 22536; ECLI:EU:T:2025:134 (VistaJet ltd tegen EUIPO), https://delex.nl/artikelen/afwijzing-van-de-registratie-van-een-positiemerk-wegens-gebrek-aan-onderscheidend-vermogen

Gerecht van de Europese Unie 5 februari 2025, IEF 22536; IEFbe 3866; ECLI:EU:T:2025:134 (VistaJet ltd. tegen EUIPO). In deze zaak verzoekt VistaJet ltd. het Gerecht om de nietigverklaring van de beslissing van het EUIPO, waarbij de aanvraag voor registratie van een EU merk is afgewezen. Het merk betreft een horizontale rode streep op de zilveren romp van een privévliegtuig. Het Gerecht oordeelt dat het aangevraagde merk geen onderscheidend vermogen heeft. Het aangevraagde merk is een positiemerk, gekarakteriseerd door de specifieke plaatsing van de rode streep op de zilveren romp van het vliegtuig, die van de neus naar de staart loopt, boven de vleugels. De beoordeling van het merk werd gebaseerd op de vraag of het merk voldoende onderscheidend is voor de gevraagde diensten. Het Gerecht oordeelt dat de rode lijn op de zilveren romp van het vliegtuig geen onderscheidend vermogen heeft voor de diensten waarvoor registratie wordt aangevraagd, te weten privévliegtuigvervoer en vluchtplanningsdiensten. Het Gerecht merkt op dat het aangevraagde merk een simpele geometrische lijn is, die in wezen niet in staat is om een boodschap over te brengen die consumenten zich zouden kunnen herinneren. Het merk bestaat uit een rode lijn op een zilveren romp, wat door het relevante publiek als een decoratief element wordt beschouwd. Het Gerecht bevestigt dat, volgens vaste jurisprudentie, een merk dat bestaat uit een eenvoudige geometrische figuur, zoals een lijn, niet in staat is om onderscheidend te zijn, tenzij het merk door gebruik onderscheidend vermogen heeft verworven.

IEF 22534

Rechtbank Den Haag verklaart zich onbevoegd in zaak tussen Bacardi en Pesco

Rechtbank Den Haag 4 dec 2024, IEF 22534; ECLI:NL:RBDHA:2024:23071 (Bacardi c.s. tegen Pesco), https://delex.nl/artikelen/rechtbank-den-haag-verklaart-zich-onbevoegd-in-zaak-tussen-bacardi-en-pesco

Rb. Den Haag 4 december 2024, IEF 22534; ECLI:NL:RBDHA:2024:23071 (Bacardi c.s. tegen Pesco). Bacardi c.s. zich bezig met de productie en verkoop van alcoholhoudende dranken en heeft merkrechten op de merken GREY GOOSE en PATRÓN. Pesco Supply B.V. (hierna: Pesco), een internationale groothandel, wordt beschuldigd van inbreuk op deze merkrechten en het schenden van eerdere onthoudingsverklaringen uit 2014 en 2015. Bacardi c.s. vordert onder andere een verklaring voor recht dat Pesco de onthoudingsverklaringen heeft overtreden, met bijbehorende boetes en schadevergoedingen. Pesco betwist de bevoegdheid van de rechtbank Den Haag op basis van een forumkeuzebeding dat geschillen aan de rechtbank Amsterdam toewijst. De rechtbank Den Haag verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Amsterdam voor de vorderingen die betrekking hebben op de niet-nakoming van de onthoudingsverklaringen. Deze vorderingen worden verwezen naar de rechtbank Amsterdam, conform het forumkeuzebeding dat partijen zijn overeengekomen.

IEF 22533

Verkoper gebruikte handelsnaam, EAN-nummers en afbeeldingen van gedaagde op Bol.com

Rechtbank Rotterdam 29 jan 2025, IEF 22533; ECLI:NL:RBROT:2025:1323 (eiseres handelsnaam 1 tegen gedaagde), https://delex.nl/artikelen/verkoper-gebruikte-handelsnaam-ean-nummers-en-afbeeldingen-van-gedaagde-op-bol-com

Rb. Rotterdam 29 januari 2025, IEF 22533; ECLI:NL:RBROT:2025:1323 (eiseres tegen gedaagde). In deze zaak vordert eiseres, handelend onder de naam handelsnaam 1, schadevergoeding en andere vergoedingen wegens inbreuk op haar merk- en auteursrechten door gedaagde. Gedaagde heeft gezichtsglitters en gezichtsjuwelen aangeboden via Bol.com, waarbij hij gebruik heeft gemaakt van de EAN-codes en advertenties van eiseres. Eiseres stelt dat dit onrechtmatig was, omdat de producten van gedaagde niet identiek waren aan de producten van eiseres. Gedaagde heeft de vorderingen betwist. De rechtbank begint met de beoordeling of gedaagde de EAN-codes en advertenties van eiseres mocht gebruiken. De rechtbank stelt vast dat dit in strijd is met de gebruikersvoorwaarden van Bol.com. Hierin staat dat identieke artikelen moeten onder dezelfde EAN-code worden aangeboden. De producten die gedaagde aanbood verschillend echter van de producten van eiseres. De rechtbank oordeelt dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door de EAN-codes en advertenties van eiseres te gebruiken, wat valt onder de regels over misleidende handelspraktijken en oneerlijke concurrentie.

IEF 22531

Thom Browne vs Adidas: rood-wit-blauw bies en four bar maakt geen inbreuk

Rechtbank Den Haag 5 feb 2025, IEF 22531; ECLI:NL:RBDHA:2025:1269 (THOM BROWNE, INC. tegen ADIDAS AG), https://delex.nl/artikelen/thom-browne-vs-adidas-rood-wit-blauw-bies-en-four-bar-maakt-geen-inbreuk

Rb. Den Haag 5 februari 2025, IEF 22531; ECLI:NL:RBDHA:2025:1269 (THOM BROWNE, INC. tegen ADIDAS AG). In deze zaak staat de vraag centraal of het gebruik van de rood-wit-blauwe bies en de four bar door Thom Browne op kleding inbreuk maakt op de merkregistraties van Adidas. hom Browne vordert een verklaring voor recht dat zij geen inbreuk maakt op de merken van Adidas. Daarnaast vordert ze nietigverklaring van het internationale merk met registratienummer 876661 (hierna: het Adidas positiemerk 4) en de vervallenverklaring van enkele beeldmerken. De rechtbank heeft de verschillende vorderingen beoordeeld en oordeelt als volgt. De rechtbank begint met de beoordeling van de geldigheid van het Adidas positiemerk 4, dat uit drie parallelle strepen bestaat. Thom Browne stelt dat dit merk niet voldoet aan de eisen van duidelijkheid en precisie, en daarom nietig verklaard moet worden. De rechtbank verwerpt dit betoog en concludeert dat het merk in voldoende mate is bepaald, ondanks de variëteit in mogelijke verschijningsvormen van de strepen. De grafische weergave van het merk, in combinatie met de beschrijving in de registratie, maakt het mogelijk om het voorwerp en de reikwijdte van de bescherming vast te stellen. Er is volgens de rechtbank geen sprake van een ongeldige merkregistratie, en de vordering van Thom Browne om het merk nietig te verklaren wordt afgewezen.

IEF 22530

Afwijzing van merkinschrijving "Biorepair" wegens beschrijvende aard

Gerecht EU (voorheen GvEA) 29 jan 2025, IEF 22530; ECLI:EU:T:2025:108 (Coswell SpA tegen EUIPO), https://delex.nl/artikelen/afwijzing-van-merkinschrijving-biorepair-wegens-beschrijvende-aard

Gerecht van de Europese Unie 29 januari 2025, IEF 22530; IEFbe 3864; ECLI:EU:T:2025:108 (Coswell SpA tegen EUIPO). In deze zaak verzoekt Coswell SpA om de vernietiging van de beslissing van de Kamer van Beroep van het EUIPO, die de inschrijving van het merk Biorepair voor verschillende producten heeft geweigerd. De Kamer van Beroep heeft geoordeeld dat de merknaam beschrijvend is voor de betrokken producten, die voornamelijk betrekking hebben op mondverzorging en tandheelkundige producten, en dat het merk geen onderscheidend vermogen bezit. Coswell SpA stelt dat de Kamer van Beroep ten onrechte heeft geoordeeld dat het merk "biorepair" beschrijvend was. Zij stelt dat het merk suggestief is en niet direct beschrijvend. Bovendien wijst Coswell op de merkregistraties in andere landen, zoals Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten. Het Gerecht bevestigt de beslissing van de Kamer van Beroep en oordeelt dat de term "biorepair", samengesteld uit de woorden "bio" en "repair", door het Engelstalige publiek direct wordt begrepen als "biologische reparatie", wat beschrijvend is voor de producten die het merk beoogt. Het Gerecht stelt dat de Kamer van Beroep zowel de afzonderlijke woorden "bio" en "repair" als de betekenis van hun combinatie in zijn geheel heeft beoordeeld. Er wordt opgemerkt dat er geen mentale inspanning van het relevante publiek vereist is om de beschrijvende betekenis van het merk te begrijpen. Daarnaast benadrukt het Gerecht dat de merkregistraties in andere landen geen invloed hebben op de beoordeling van de inschrijfbaarheid van het merk binnen de Europese Unie. Het Gerecht wijst erop dat het systeem van merkregistraties van de EU autonoom is en onafhankelijk van andere nationale systemen werkt. Beslissingen in derde landen over de inschrijving van een merk hebben geen effect op de beoordeling van de inschrijfbaarheid in de Europese Unie.

IEF 22520

Verwarringsgevaar tussen SYC en SYR

Gerecht EU (voorheen GvEA) 25 jan 2025, IEF 22520; ECLI:EU:T:2025:111 (Atusa Grupo Empresarial SA tegen EUIPO, Hans Sasserath GmbH & Co. KG), https://delex.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-syc-en-syr

Gerecht van de Europese Unie 29 januari 2025, IEF 22520; IEFbe 3859; ECLI:EU:T:2025:111 (Atusa Grupo Empresarial SA tegen EUIPO, Hans Sasserath GmbH & Co. KG) Het Gerecht heeft uitspraak gedaan in de zaak tussen Atusa Grupo Empresarial SA, het EUIPO en Hans Sasserath GmbH & Co. KG over een oppositieprocedure rond het EU-beeldmerk SYC. Atusa heeft een aanvraag ingediend voor de inschrijving van dit merk voor verwarmings-, koel- en sanitaire installaties. Hans Sasserath heeft oppositie ingesteld op basis van zijn oudere woordmerk SYR, dat ook is geregistreerd voor soortgelijke installaties. De Oppositieafdeling van het EUIPO heeft de aanvraag afgewezen vanwege verwarringsgevaar voor het Spaanstalige deel van het publiek. Atusa heeft beroep ingesteld, maar de Kamer van Beroep heeft de afwijzing bevestigd.

IEF 22522

Rood label op matras mist onderscheidend vermogen, kan niet als positiemerk worden ingeschreven

Gerecht EU (voorheen GvEA) 29 jan 2025, IEF 22522; ECLI:EU:T:2025:107 (Doorinn GmbH tegen EUIPO), https://delex.nl/artikelen/rood-label-op-matras-mist-onderscheidend-vermogen-kan-niet-als-positiemerk-worden-ingeschreven

Gerecht van de Europese Unie 29 januari 2025, IEF 22522; IEFbe 3861; ECLI:EU:T:2025:107 (Doorinn GmbH tegen EUIPO). Het Gerecht heeft uitspraak gedaan in de zaak tussen Doorinn GmbH en het EUIPO over de weigering van de inschrijving van een positiemerk. Doorinn had een aanvraag ingediend voor een positiemerk, bestaande uit een rood label dat zich aan de onderkant van een matras bevindt, op de verticaal lopende rand in het onderste derde gedeelte. De aanvraag betrof matrassen en medische matrassen. De onderzoeker van het EUIPO heeft de aanvraag afgewezen wegens het ontbreken van onderscheidend vermogen. De Kamer van Beroep heeft dit besluit bevestigd en geoordeeld dat het teken geen onderscheidend vermogen heeft, omdat het met het uiterlijk van de waren versmelt en niet aanzienlijk afwijkt van de norm of de gangbare praktijken in de sector. Het Gerecht onderzoekt of de Kamer van Beroep terecht heeft geoordeeld dat het teken geen onderscheidend vermogen heeft. Het stelt vast dat het teken een positiemerk is, dat niet als losstaand element van het matras kan worden gezien, maar versmelt met de vorm van een deel van de waar. Daarom is terecht het criterium toegepast dat dergelijke tekens alleen onderscheidend vermogen hebben als zij aanzienlijk afwijken van wat gebruikelijk is in de sector. Het Gerecht stelt vast dat de relevante kringen bestaan uit alle consumenten van de Unie en dat de beoordeling van het onderscheidend vermogen gebaseerd moet zijn op de algehele indruk, waarbij rekening wordt gehouden met de kenmerken van het teken als geheel.

IEF 22521

Gerecht bevestigt beslissing EUIPO: beeldmerk ‘Frosty’ stuit op oppositie vanwege verwarringsgevaar

Gerecht EU (voorheen GvEA) 29 jan 2025, IEF 22521; ECLI:EU:T:2025:113 (Appellant tegen EUIPO), https://delex.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-beslissing-euipo-beeldmerk-frosty-stuit-op-oppositie-vanwege-verwarringsgevaar

Gerecht EU 29 januari 2025, IEF 22521, IEFbe 3860; ECLI:EU:T:2025:113 (Apellant tegen EUIPO). Appellant heeft bij het EUIPO een aanvraag tot inschrijving van het beeldmerk dat links is afgebeeld ingediend. De klassen zijn milkshakes, (ijs)koffie en (ijs)thee. Opposant heeft verzet aangetekend tegen deze inschrijving op basis van het beeldmerk dat rechts is afgebeeld. Dit Spaanse beeldmerk is ingeschreven voor ‘granizado’, oftewel frisdranken, andere niet-alcoholische dranken, vruchtendranken, siropen en andere preparaten voor de bereiding van dranken. Het EUIPO heeft dit verzet gegrond verklaard en later het beroep van appellant verworpen. Het oordeelde dat er voldoende bewijs was geleverd van het effectieve gebruik van het andere merk voor soortgelijke waren, waardoor er sprake was van verwarringsgevaar. Appellant verzoekt nu het Gerecht om dit besluit nietig te verklaren. Ter ondersteuning van dit beroep voert appellant twee middelen aan: ze stelt dat het normale merk niet is aangetoond wat betreft de plaats, tijd omvang en aard, en daarnaast betoogt ze dat de Kamer van Beroep onterecht tot de conclusie gekomen dat er sprake is van verwarringsgevaar.

IEF 22515

Geen rechtsgeldige opzegging licentieovereenkomst tussen Copar en CSB

Rechtbank Amsterdam 12 jun 2024, IEF 22515; ECLI:NL:RBAMS:2024:4434 (Copar B.V. tegen Continental Sweets Belgium N.V.), https://delex.nl/artikelen/geen-rechtsgeldige-opzegging-licentieovereenkomst-tussen-copar-en-csb

Rb. Amsterdam 12 juni 2024, IEF 22515; (Copar B.V. tegen Continental Sweets Belgium N.V.). De rechtbank heeft uitspraak gedaan in de zaak tussen Copar B.V. en Continental Sweets Belgium N.V. (CSB) over de beëindiging van een licentieovereenkomst. Copar en CSB maakten in het verleden deel uit van hetzelfde concern en verhandelden beide het snoepgoed Draculatanden. Na hun splitsing hebben zij afspraken gemaakt over het merkrecht en de distributie van het snoepgoed, die zijn vastgelegd in een licentieovereenkomst. Copar kreeg daarin het exclusieve recht om de Draculatanden in Nederland te verkopen, terwijl CSB zich richtte op de Belgische en Luxemburgse markt. CSB beëindigde de licentieovereenkomst en beriep zich daarbij op de change of control-bepaling in de overeenkomst. Daarnaast voerde zij aan dat sprake was van onvoorziene omstandigheden. Copar betwistte de rechtsgeldigheid van de opzegging en vorderde een verklaring voor recht dat de opzegging geen effect had en dat zij het recht behoudt om de Benelux-handelsmerken in Nederland te gebruiken.