Octrooirecht  

IEF 16767

Uitspraak ingezonden door Roeland Grijpink en Rutger de Beer, HOYNG ROKH MONEGIER.

Inbreuk en ongeoorloofde reclame, want de kaarthouder is volgens marktkraamhouder "exact hetzelfde"

Rechtbank Den Haag 1 mei 2017, IEF 16767; ECLI:NL:RBDHA:2017:4450 (Secrid tegen marktkraamhouder), https://delex.nl/artikelen/inbreuk-en-ongeoorloofde-reclame-want-de-kaarthouder-is-volgens-marktkraamhouder-exact-hetzelfde

Vzr. Rechtbank Den Haag 1 mei 2017, IEF 16767; IEFbe 2155; RB 2845; ECLI:NL:RBDHA:2017:4450 (Secrid tegen X) Secrids productlijn begon in 2009 met de Cardprotector, een kaarthouder voor maximaal 6 kaarten van het sandaard creditcardformaat en is uitgebreid met de Miniwallet. Secrid is houdster van octrooi EP 2 434 922 B1 en Benelux modelregistratie 38548-01. Octrooi- en modelrechtinbreuk op deze kaarthouder en wallet wordt aangenomen. Uit de overlegde videobeelden blijkt ook van ongeoorloofde vergelijkende reclame op een braderie, nu de inbreukmakende kaarthouders aan de man worden gebracht met misleidende mededelingen: "Het is gewoon hetzelfde materiaal, wat ik zeg. Exact hetzelfde, alleen het enige wat zij hebben is met verf hebben ze hier Figuretta of Secrid hebben ze erop gezet. Dat is het verschil."

IEF 16731

Vraag aan HvJ EU: Wordt een product beschermd door een van kracht zijnd basisoctrooi als tegen de geldigheid van het octrooi nog hogere voorziening loopt?

HvJ EU 23 feb 2017, IEF 16731; C-121/17 (Teva UK e.a. tegen Gilead Sciences), https://delex.nl/artikelen/vraag-aan-hvj-eu-wordt-een-product-beschermd-door-een-van-kracht-zijnd-basisoctrooi-als-tegen-de-gel

Prejudiciële vraag gesteld aan HvJ EU 23 februari 2017, IEF 16731 ; IEFbe 2140; C-121/17 (Teva UK e.a. tegen Gilead Sciences)

“Op basis van welke criteria moet worden vastgesteld of “het product wordt beschermd door een van kracht zijnd basisoctrooi” in de zin van artikel 3, onder a), van verordening nr. 469/2009?”

ABC. Octrooirecht. De zaak betreft geldigheid van een ABC. Verzoeksters maken bezwaar tegen de geldigheid van verweersters ABC voor een combinatieproduct. Het ABC ziet op een antiretroviraal geneesmiddel dat wordt verhandeld onder de naam Truvada®. Verzoeksters willen generieke alternatieven voor Truvada op de markt brengen zodra het van kracht zijnde basisoctrooi (24-07-2017) vervalt. Zij betwisten het door verweerster gestelde dat het in het ABC omschreven product wordt beschermd door een Europees octrooi omdat het octrooi in hun ogen niet voldoet aan Vo. 469/2009. Dit zou onder meer duidelijk uit arresten C-322/10 en C-493/12 blijken. Zowel het product als de bestanddelen moeten vermeld staan in de conclusies van het octrooi en indien de conclusie een functionele definitie bevat moet zij “impliciet maar noodzakelijkerwijs en specifiek” betrekking hebben op dat product. Zij menen dat verwijzing naar het HvJEU niet nodig. Verweerster is het daar niet mee eens zolang geen duidelijkheid is over de juiste uitleg van artikel 3a van de Vo.

IEF 16729

Directe inbreuk op tweede medische indicatie voor osteoporose

Rechtbank Den Haag 5 apr 2017, IEF 16729; ECLI:NL:RBDHA:2017:3430 (Sun Pharmaceutical tegen Novartis), https://delex.nl/artikelen/directe-inbreuk-op-tweede-medische-indicatie-voor-osteoporose

Rechtbank Den Haag 5 april 2017, IEF 16729; LS&R 1445; ECLI:NL:RBDHA:2017:3430 (Sun Pharmaceutical tegen Novartis) Octrooirecht. Eindvonnis. Tweede medische indicatie. Vgl. HR-uitspraak 14 april, IEF 16723. Swiss type claim. Sun laat haar zoledroninezuur bereiden door Sun, gevestigd in India (hierna: Sun India). Verhandeling in Nederland van rechtstreeks verkregen product van in buitenland toegepaste werkwijze door gelieerde concernonderneming is een directe inbreuk op EP 689 B3. Sun dient de schade te vergoeden en alle verzekeringsmaatschappijen die een tender hebben uitgeschreven waaraan Sun heeft meegedaan en alle partijen waarmee Sun een overeenkomst heeft, te informeren. Sun kan uitsluitend deelnemen in een tenderprocedure/leveren volgens een overeenkomst die voldoende garandeert dat de levering van 5mg/100ml zoledroninezuur voor de behandeling van osteoporose wordt voorkomen.

IEF 16723

Uitspraak mede ingezonden door Thijs van Aerde, Houthoff Buruma; Rutger Kleemans en Jelle Drok, Freshfields Bruckhaus Deringer.

HR: Sun heeft het niet in haar macht indirecte octrooiinbreuken in de distributieketen volledig te verhinderen

Hoge Raad 14 apr 2017, IEF 16723; ECLI:NL:HR:2017:692 (Sun Pharmaceutical tegen Novartis), https://delex.nl/artikelen/hr-sun-heeft-het-niet-in-haar-macht-indirecte-octrooiinbreuken-in-de-distributieketen-volledig-te-ve

HR 14 april 2017, IEF 16723; LS&R 1444; ECLI:NL:HR:2017:692 (Sun Pharmaceutical tegen Novartis) Octrooirecht. Kort geding-cassatie na IEF 14599 en IEF 13841. Octrooi voor tweede medische indicatie. Swiss-type claim. Het beroep op een prioriteitsdocument dient te worden onderzocht of in dat document, in zijn geheel beschouwd, de geclaimde uitvinding direct en ondubbelzinnig aan de gemiddelde vakman, die gebruik maakt van zijn algemene vakkennis, wordt geopenbaard. Het hof heeft die juiste maatstaf vooropgesteld.

Het hof heeft terecht geoordeeld dat – ervan uitgaande dat indirecte inbreuk op een ‘Swiss-made claim’ rechtens mogelijk is – onder die omstandigheden aan de vereisten van indirecte octrooi-inbreuk als bedoeld in art. 73 lid 1 ROW 1995 is voldaan. Indirecte inbreuk. Van producent zijn er te verlangen inspanningen om te voorkomen dat zijn product voor de geoctrooieerde indicatie wordt voorgeschreven. Het is niet in de macht van Sun om inbreuk in de distributieketen en bij het gebruik van haar product steeds en volledig te verhinderen.

Geen strijd met het mededingingsrecht (r.o. 3.6.3 en .4). Verbod is te algemeen, waardoor executieproblemen mogelijk zijn.  In kort-gedingcassatie behoeft geen afstemming met oordeel bodemrechter aan de orde [IEF 16729]. Het verwijzingshof dient zich wel ernaar te richten. Beroep wordt verworpen.

IEF 16681

Benoemde deskundige niet onpartijdig vanwege werkverleden bij rechtsvoorganger Hallmark

Hof Amsterdam 1 dec 2015, IEF 16681; ECLI:NL:GHAMS:2015:5102 (eiser tegen Hallmark Cards), https://delex.nl/artikelen/benoemde-deskundige-niet-onpartijdig-vanwege-werkverleden-bij-rechtsvoorganger-hallmark

Hof Amsterdam 1 december 2015, IEF 16681; ECLI:NL:GHAMS:2015:5102 (eiser tegen Hallmark Cards) Recent gepubliceerd. Vervolg van HR 2 mei 2014, IEF 13815. Onbestreden is dat Hallmark niet heeft voldaan aan haar contractuele verplichting zich ervoor in te spannen dat geoctrooieerde objecten (een doosje en een structuur) in zoveel mogelijk landen worden gebruikt. Heeft de wederpartij schade geleden en, zo ja, wat is de omvang ervan? De benoemde deskundige heeft gewerkt voor de rechtsvoorganger van Hallmark en onderhield zakelijke relaties met het Amerikaanse Hallmark-concern. Het hof ziet in de gerezen twijfels omtrent de onpartijdigheid van de deskundige reden om diens rapport geheel buiten beschouwing te laten en zal nieuwe deskundige benoemen. Comparitie van de partijen.

IEF 16669

Uitspraak ingezonden door Ilse Werts, Carreen Shannon en Wim Maas, TaylorWessing.

Conclusies octrooi al in 3GPP2-standaard geopenbaard

Rechtbank Den Haag 22 mrt 2017, IEF 16669; (Koninklijke Philips tegen Asus), https://delex.nl/artikelen/conclusies-octrooi-al-in-3gpp2-standaard-geopenbaard

Rechtbank Den Haag 22 maart 2017, IEF 16669; ECLI:NL:RBDHA:2017:2721 (Koninklijke Philips tegen Asus) Octrooi. IE-zaak. Telecom octrooi. Standaard-essentieel. FRAND. Philips is houdster van octrooien die zij essentieel acht voor de technische 3G en 4G-standaarden. Er is gepleit over de geldigheids- en niet FRAND-gerelateerde inbreukaspecten terzake het octrooi EP1623511. De rechtbank vernietigt in reconventie het NL deel van dit octrooi. Proceskostenveroordeling ad €75.000 volgens afspraken (zie 1.1).

ECLI:NL:RBDHA:2017:2719: Octrooi vernietigd. Gebrek nieuwheid.
ECLI:NL:RBDHA:2017:2720: Zaak aangehouden omdat octrooi is vernietigd in andere procedure. Enka/ Dupont.
ECLI:NL:RBDHA:2017:2721 Octrooi vernietigd. Gebrek nieuwheid. Rechtbank komt daarom niet toe aan FRAND-verweer. Vordering tot exhibitie afgewezen. Uit deze laatste:

In TS 125 214 (zie r.o. 2.12) waarnaar Philips verwijst, wordt enkel gesproken over het verlagen van het totale zendvermogen van het mobiele station in geval het maximale toegestane uitzendniveau zou worden overschreden. Een subsequente verhoging van het zendvermogen bij verbetering van de kanaalkwaliteit binnen het vooraf bepaalde tijdvak van een dataframe is niet expliciet in deze paragraaf opgenomen, maar deze verhoging betreft volgens Philips kennelijk een logische gevolgtrekking, evenals dus bij de 3GPP2 standaard het geval is.[r.o. 4.10]

IEF 16651

Proceskostenveroordeling voor eiser na intrekking octrooirechtelijk kort geding

Rechtbank Den Haag 9 mrt 2017, IEF 16651; ECLI:NL:RBDHA:2017:2285 (Putkast tegen Custom), https://delex.nl/artikelen/proceskostenveroordeling-voor-eiser-na-intrekking-octrooirechtelijk-kort-geding

Vzr. Rechtbank Den Haag 9 maart 2017, IEF 16651; ECLI:NL:RBDHA:2017:2285 (Putkast tegen Custom) Kort geding, proceskostenveroordeling ten laste van eiser na intrekking kort geding vanwege gestelde inbreuk op Nederlands octrooi. De voorzieningenrechter veroordeelt Putkast in de proceskosten, tot dusver aan de zijde van CBM begroot op € 11.667,42.

 

IEF 16625

Inbreukverbod: Geen impliciete openbaarmaking van toediening van vitamine B12

Rechtbank Den Haag 1 mrt 2017, IEF 16625; ECLI:NL:RBDHA:2017:1907 (Eli Lilly tegen Sandoz), https://delex.nl/artikelen/inbreukverbod-geen-impliciete-openbaarmaking-van-toediening-van-vitamine-b12

Vzr. Rechtbank Den Haag 1 maart 2017, IEF 16625; LS&R 1430; ECLI:NL:RBDHA:2017:1907 (Eli Lilly tegen Sandoz) Octrooirecht. Lilly brengt geneesmiddel ALIMTA op de markt bij behandeling van tumorgroei van bepaalde longkankers. Na octrooi is een ABC verkregen voor een 'pemetrexed, desgewenst in de vorm van een farmaceutisch aanvaardbaar zout'. Tevens is ze houdster van EP(NL)1313508 'Combination containing an antifolate and methylmalonic acid lowering agent'. Er is onvoldoende kans dat het octrooi nietig zal worden bevonden, omdat het niet inventief zou zijn. Er is geen (impliciete) openbaarmaking van de toediening van vitamine B12. Het inbreukverbod wordt toegewezen.

 

IEF 16606

Uitspraak ingezonden door Machteld Hiemstra, Simmons & Simmons.

Afgifte nieuw ABC voor meerfasepreparaat met bekende werkzame stof door toepassing Neurim-arrest

Rechtbank Den Haag 1 feb 2017, IEF 16606; (Bayer tegen Octrooicentrum NL), https://delex.nl/artikelen/afgifte-nieuw-abc-voor-meerfasepreparaat-met-bekende-werkzame-stof-door-toepassing-neurim-arrest

Rechtbank Den Haag 1 februari 2017, IEF 16606; LS&R 1429 (Bayer tegen Octrooicentrum NL) ABC-recht. Toepassing Neurim-arrest [IEF 11598]. Bayer heeft, met succes, beroep ingesteld tegen de door Octrooicentrum NL geweigerde afgifte van een ABC voor een meerfasepreparaat voor de anticonceptie op basis van natuurlijke oestrogenen, estradiolvaleraat. In het primaire besluit staat dat de aanvraag van Bayer slechts een ander doseringsregime betreft, daarom zou er geen sprake zijn van een nieuw product. In het HvJ EU-arrest Neurim (middel tegen slapeloosheid) werd een handelsvergunning ook geweigerd voor humaan geneesmiddel, omdat al een handelsvergunning was verstrekt voor veterinair gebruik van dezelfde stof. Een nieuwe therapeutische toepassing van een bekende werkzame stof, welke nieuwe toepassing door een octrooi wordt beschermd, komt in aanmerking voor een ABC. Het standpunt dat de handelsvergunning vanwege het bepaalde in artikel 3 sub d ABC-Verordening afgifte in de weg staat, is niet langer houdbaar. Beroep wordt toegewezen.

IEF 16605

Vraag aan HvJ EU over eerste markttoegang van een product die een nieuwe formulering van een oud werkzaam bestanddeel is

HvJ EU 16 mrt 2017, IEF 16605; C-443/17 (Abraxis), https://delex.nl/artikelen/vraag-aan-hvj-eu-over-eerste-markttoegang-van-een-product-die-een-nieuwe-formulering-van-een-oud-wer

Prejudicieel gestelde vraag aan HvJ EU 16 maart 2017, IEF 16605; IEFbe 2095; LS&R 1428  (Abraxis tegen Comptroller-General of Patents) Octrooirecht. Via MinBuza: Verzoeker (Abraxis Bioscience) heeft bij het bureau voor intellectuele eigendom van het Verenigd Koninkrijk (hierna: UK IPO) een aanvraag ingediend voor een aanvullend beschermingscertificaat (hierna: ABC). Verweerder (Comptroller-General, hoofd van UK IPO) is verantwoordelijk voor de afgiften van ABC’s in het Verenigd Koninkrijk. Verzoeker heeft de ABC aangevraagd voor een product dat gemakshalve ‘nab-paclitaxel’ wordt genoemd. Verzoeker brengt nab-paclitaxel in de handel onder de handelsnaam Abraxane, krachtens de vergunning voor het in de handel brengen (hierna: VHB van Abraxane). Vóór de afgifte van de VHB van Abraxane, werd paclitaxel op grond van eerdere VHB’s in de handel gebracht door andere partijen onder de merknamen Paxene en Taxol. De precieze inhoud van de eerdere VHB’s doet in casu niet ter zake. Nab-paclitaxel wordt beschermd door het Europees octrooi (UK) nr. 0 961 612 (hierna: octrooi). Verzoeker betoogt dat nab-paclitaxel een nieuwe en op uitvinderswerkzaamheid rustende formulering is van een bestaande werkzame stof (paclitaxel) en dat artikel 3d ABC-verordening, aldus moeten worden uitgelegd dat het toestaat dat een ABC wordt afgegeven voor een product dat bestaat uit een nieuwe en op uitvinderswerkzaamheid berustende formulering van een bestaande werkzame stof. De hoor-medewerker stelde echter dat, ofschoon artikel 3d ABC-verordening de afgifte toestaat van een ABC voor nieuw en op uitvinderswerkzaamheid berustend therapeutisch gebruik, dit niet het geval was voor de afgifte van een ABC voor een nieuw en op uitvinderswerkzaamheid berustende formulering van een bestaande werkzame stof. Verweerder is het met de conclusie van de hoor-medewerker eens. Verzoeker heeft beroep ingediend tegen de beslissing van verweerder (26.10.2016) tot afwijzing van verzoekers ABC-aanvraag. 

Het eerste probleem is dat de ABC-verordening geen definitie bevat van de uitdrukking ‘werkzame stof’. Meer bepaald, wat is het standpunt ten aanzien van (i) substanties die, op enigerlei wijze, een werkzame stof ondersteunen om een bepaalde therapeutische werking te bewerkstelligen en (ii) combinaties van die substanties en die werkzame stof? Het tweede probleem is dat artikel 3d vereist dat de VHB waarvan wordt uitgegaan ‘de eerste vergunning is voor het in de handel brengen van het product als geneesmiddel’. Hoe moet dit vereiste worden uitgelegd in een situatie waarin voor dezelfde werkzame stof of combinatie van werkzame stoffen al eerder een vergunning voor het in de handel brengen is afgegeven, maar de nieuwe vergunning voor een andere formulering of een ander therapeutisch gebruik van die werkzame stof of combinatie van werkzame stoffen is bestemd? Zoals wordt betoogd door verweerder, blijkt uit de arresten C-431/04, C-210/13 en C-631/13 dat ABC’s niet louter kunnen worden afgegeven voor nieuwe formuleringen. Maar aangezien dit onderwerp in geen van die arresten rechtstreeks en volledig wordt afgedaan, is dit standpunt niet duidelijk. Derhalve richt de verwijzende rechter een verzoek om een prejudiciële beslissing tot het Hof inzake de uitlegging van artikel 3d van de ABC-verordening over de gestelde vraag: