Octrooirecht  

IEF 16303

Ingezonden door: Jelle Drok en Rutger Kleemans, Freshfields Bruckhaus Deringer

Conclusie AG: maatregelen die de inbreuk bij tweede medische indicatie bemoeilijken zijn voldoende

Hof Den Haag 30 sep 2016, IEF 16303; (Novartis tegen Sun Pharmaceutical), https://delex.nl/artikelen/conclusie-ag-maatregelen-die-de-inbreuk-bij-tweede-medische-indicatie-bemoeilijken-zijn-voldoende

Conclusie A-G: Hof Den Haag 30 september 2016 IEF 16303; ECLI:NL:GHDHA:2015:1769 (Novartis tegen Sun Pharmaceutical) Octrooirecht. Preferentiebeleid zorgverzekeraars. De AG heeft gereageerd op een zaak waarin het hof Den Haag een indirect inbreukverbod op de tweede medische indicatie van een werkzame stof heeft toegewezen. Sun had in deze zaak in het kader van de tender van VGZ duidelijk moeten maken dat het Generieke Product slechts voor de behandeling van de ziekte van Paget bestemd is, en niet voorgeschreven of geleverd mocht worden voor de behandeling van osteoporose (tweede medische indicatie). De AG oordeelt als volgt: “voor zover de klachten veronderstellen dat de maatregelen de inbreuk geheel zouden moeten kunnen voorkomen om effectief te zijn, lijkt mij dat een onjuiste rechtsopvatting, omdat volgens mij voldoende is dat de maatregelen de inbreuk bemoeilijken en het cross label gebruik ernstig wordt ontraden.”

IEF 16272

Geen beroep op Duits Gebrauchsmuster ná vaststellingsovereenkomst over daarop gebaseerde octrooi

Rechtbank Den Haag 6 aug 2016, IEF 16272; ECLI:NL:RBDHA:2016:10895 (Booth tegen Hestex), https://delex.nl/artikelen/geen-beroep-op-duits-gebrauchsmuster-n-vaststellingsovereenkomst-over-daarop-gebaseerde-octrooi

Rechtbank Den Haag 6 augustus 2016, IEF 16272; ECLI:NL:RBDHA:2016:10895 (Booth tegen Hestex Systems) Octrooirecht. Vaststellingsovereenkomst. Hestex heeft Booth meegedeeld dat haar transportcontainers inbreuk maken op het octrooi EP2415681, een tweetal Gemeenschapsmodellen en een tweetal Gebrauchsmusters. In deze brief verzoekt Hestex een onthoudingsverklaring te ondertekenen. Booth vordert dat Hestex moet worden verboden om DE 126, EP 681 en/of daaraan gerelateerde rechten in te roepen of om op basis van die rechten vorderingen in te stellen. Hestex heeft na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst geen beroep gedaan of dreigt dat te doen op EP 681, er is geen belang bij toewijzing. De vaststellingsovereenkomst is gesloten ter beëindiging van de procedure van inbreuk op EP 681. Zelfs indien zou moeten worden geconcludeerd dat DE 126 niet onder het bereik van de vaststellingsovereenkomst valt, is het onzorgvuldig en in strijd met de postcontractuele goede trouw dat Hestex in de gegeven omstandigheden buitengerechtelijke actie onderneemt. Hestex dient zich te onthouden van handhaving van DE126 buiten rechte tegen klanten van Booth.

IEF 16269

Geldigheid van Amerikaans octrooi 'furnace tube inspection' is onvoldoende verdedigd

Rechtbank Den Haag 21 sep 2016, IEF 16269; ECLI:NL:RBDHA:2016:11387 (Quest tegen A.Hak), https://delex.nl/artikelen/geldigheid-van-amerikaans-octrooi-furnace-tube-inspection-is-onvoldoende-verdedigd

Vzr. Rechtbank Den Haag 21 september 2016, IEF 16269; ECLI:NL:RBDHA:2016:11387 (Quest tegen A.Hak) Octrooirecht. Exhibitie kort geding. Quest richt zich op de VS-markt van ongeveer 150 fabrieken die ruwe aardolie omzetten in eindproducten zoals benzine en diesel. Zij is houdster van Amerikaans octrooi voor '2D and 3D display system and method for furnace tube inspection'. Quest vordert exhibitie ex 843a Rv van digitale code van de broncode van Haks Frunace Piglet.  Artikel 1019 Rv is niet van toepassing bij VS-octrooi. De gestelde rechtsbetrekking ex 843a Rv is inbreuk op Amerikaans octrooi. Er is geen redelijk vermoeden van inbreuk, want Quest heeft de geldigheid van de onafhankelijke conclusies van het octrooi onvoldoende verdedigd. Verzoek wordt afgewezen.

 

IEF 16266

Uitspraak ingezonden door Wim Maas, TaylorWessing.

Inzagevordering ex 843a Rv in UMTS-LTE-octrooiportefeuille in bovengemiddeld complexe procedure afgewez

Rechtbank Oost-Brabant 23 sep 2016, IEF 16266; (Asus tegen Philips), https://delex.nl/artikelen/inzagevordering-ex-843a-rv-in-umts-lte-octrooiportefeuille-in-bovengemiddeld-complexe-procedure-afge

Vzr. Rechtbank Oost-Brabant 23 september 2016, IEF 16266 (Asus tegen Philips) Octrooirecht. FRAND. Kosten tolken. Octrooien van Philips zijn SEPs voor de ETSI vastgestelde UMTS-standaard. Asus de door Philips aangeboden licentie niet aanvaard en verzoekt om inzage in UMTS-LTE-octrooiportefeuille ex 843a Rv met het oog op Asus' verweer in drie in Den Haag gevoerde octrooiinbreukprocedures.

Gelet op de verwevenheid van de onderhavige inzagevordering met de stellingen van partijen en de beoordeling daarvan die zal moeten plaatsvinden in de bodemprocedure bij de rechtbank Den Haag, acht de voorzieningenrechter het toewijzen van diezelfde inzagevorderingen in dit kort geding, vooruitlopend op de beoordeling door de bodemrechter, niet opportuun en zelfs ongewenst. De vordering is geen "relatief eenvoudige zaak", maar bovengemiddeld complexe en omvangrijke procedure inzake octrooiinbreuk. Aansluiting IE-indicatie bij maximum van 15.000 euro conform de IE-indicatietarieven en veroordeling in de kosten van de ingeschakelde tolken.

IEF 16256

Vraag aan HvJ EU: Impliceert de exceptie van onbevoegdheid van de nationale rechter een aanvaarding van de rechtsonbevoegdheid?

HvJ EU 5 apr 2016, IEF 16256; C-433/16 (Bayerische Motoren Werke), https://delex.nl/artikelen/vraag-aan-hvj-eu-impliceert-de-exceptie-van-onbevoegdheid-van-de-nationale-rechter-een-aanvaarding-v

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ 5 april 2016, C-433/16; IEF 16256; IEFbe 1932 (Bayerische Motoren Werke) Octrooirecht. Gemeenschapsmodel. Inbreuk. Acacia heeft verzoekster gedagvaard ter verkrijging van een uitspraak tot vaststelling van niet-inbreuk op gemeenschapsmodellen van allooivelgen voor autobanden, in eigendom of onder octrooi van verzoekster. Zij vordert dat vragen aan het HvJEU worden gesteld voor wat betreft de bevoegdheid van de ITA rechter. Verzoekster heeft (onder meer) de onbevoegdheid van de ITA rechter als exceptie opgeworpen, die beide de DUI rechtbanken als bevoegd aanwijzen. Voor wat betreft het verwijt van misbruik van machtspositie stelt zij dat ‘de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan’ niet dezelfde is en niet dezelfde kan zijn als die waar de uiteindelijke economische schade aan het vermogen van de beweerde schadelijder zich heeft voorgedaan, aangezien aldus het forum van artikel 5, lid 3, van de Vo. Brussel I zou samenvallen met het forum actoris, hetgeen in strijd is met het algemeen criterium van de woonplaats van verweerder. Zij wijst op het feit dat verweerster geen enkele vordering tot schadevergoeding tegen haar heeft ingediend zodat de plaats van de schade zich niet in ITA kan bevinden. 

IEF 16236

Uitspraak ingezonden door Otto Swens en Nadine Wiersma, VONDST Advocaten.

Vochtgehaltes zijn arbitraire parameterwaarden, niet inventieve conclusies

Rechtbanken 7 sep 2016, IEF 16236; ECLI:NL:RBDHA:2016:10815 (Teva tegen Boehringer Ingelheim), https://delex.nl/artikelen/vochtgehaltes-zijn-arbitraire-parameterwaarden-niet-inventieve-conclusies

Rechtbank Den Haag 7 september 2016, LS&R 1371; IEF 16236; ECLI:NL:RBDHA:2016:10815 (Teva / Boehringer Ingelheim - VRO) Octrooirecht. Boehringer was houdster van het aanvullend beschermingscertificaat (ABC) dat op 11 maart 2016 verlopen is. Het gaat in het geding o.a. om de vraag of de gestelde uitvinding volgens EP 220 voldoende uitvindingshoogte heeft. Bepalend voor deze vraag is of de uitvinding voor de gemiddelde vakman een niet voor de hand liggende wijze voortvloeit uit de stand van techniek. De rechtbank onderzoekt aan de hand van de problem-and-solution-approach: de vochtgehaltes arbitraire parameterwaarden zijn die geen inventiviteit aan deze conclusies kunnen verlenen. In het octrooi ontbreekt iedere vermelding of uitleg omtrent de in de gewijzigde conclusies geclaimde lagere vochtgehaltes zodat ook voor deze conclusies geldt dat er geen technisch effect plausibel is gemaakt en die gehaltes bij de beoordeling van de inventiviteit evenzeer buiten beschouwing dienen te blijven.

IEF 16230

Vraag aan HvJ EU: Mag een merkinbreukvordering worden afgewezen vanwege te kwader trouw, nog vóór de beoordeling reconventionele nietigheidsvordering?

HvJ EU 8 sep 2016, IEF 16230; (Raimund tegen Aigner), https://delex.nl/artikelen/vraag-aan-hvj-eu-mag-een-merkinbreukvordering-worden-afgewezen-vanwege-te-kwader-trouw-nog-v-r-de-be

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 8 september 2016, C-425/16; IEF 16230; IEFbe 1922 (Raimund) (gov.uk) Merkenrecht.

Verzoeker is sinds 17-05-2005 (‘met voorrang’) houder van het Uniewoordmerk ‘Baucherlwärmer’, een kruidenmengsel dat hij sinds circa 2000 met die naam aanduidt. Ook verweerster handelt in een dergelijk kruidenmengsel dat zij met dezelfde naam aanduidt. Verzoeker heeft een vordering tot staking ingesteld, vernietiging van de waren en publicatie van de uitspraak. Verweerster stelt dat verzoeker het Uniemerk in strijd met de goede zeden en te kwader trouw heeft verworven en stelt dan ook een reconventionele vordering tot nietigverklaring van verzoekers Uniemerk in. Laatstgenoemde procedure wordt geschorst in afwachting van kracht van gewijsde van de uitspraak op verzoekers vordering; in beroep is de schorsing opgeheven zodat die procedure nog aanhangig is. De rechter in eerste aanleg wijst verzoekers vordering af wegens aanvraag te kwader trouw. Het zou verzoeker bekend zijn geweest dat het kruidenmengsel zowel door verweerster als al door haar vader onder die naam werd samengesteld. Die beslissing wordt in beroep bekrachtigd. De zaak ligt nu voor ‘Revision’ bij de verwijzende rechter. Verzoeker stelt dat de lagere rechters de vraag inzake kwade trouw in de inbreukprocedure niet hadden mogen onderzoeken zonder dat de zaken waren gevoegd, respectievelijk zonder in kracht van gewijsde gegane beslissing in de procedure over de reconventionele vordering.

De verwijzende OOS rechter (Oberster Gerichtshof) stelt vast dat kwade trouw bij aanvraag een absolute nietigheidsgrond is die in de inbreukprocedure alleen geldig kan worden aangevoerd wanneer verweerster op grond daarvan een reconventionele vordering instelt. De vraag rijst echter hoe de reconventionele vordering dient te worden behandeld. Volgens de (Duitstalige) doctrine kan het nietigheidsbezwaar in ieder geval pas slagen wanneer het merk in de procedure inzake de reconventionele vordering nietig is verklaard. Het is echter niet duidelijk of de beslissing over de reconventionele vordering al in kracht van gewijsde moet zijn gegaan. Hij legt de volgende vragen voor aan het HvJEU:

IEF 16179

Uitspraak ingezonden door Alexander Tsoutsanis en Matthijs Schonewille, DLA Piper.

'Geen inbreukverklaring' door varianten Sfeerhaarden kan niet in executiekortgeding

Rechtbank Den Haag 9 aug 2016, IEF 16179; ECLI:NL:RBDHA:2016:9395 (Ruby Decor c.s. tegen Basic Holdings), https://delex.nl/artikelen/geen-inbreukverklaring-door-varianten-sfeerhaarden-kan-niet-in-executiekortgeding

Vzr. Rechtbank Den Haag 9 augustus 2016, IEF 16179; ECLI:NL:RBDHA:2016:9395 (Ruby Decor c.s. tegen Basic Holdings) Octrooi sfeerhaarden. Basic Holdings is houdster van EP 2 029 941 B1 voor een ‘Artificial Fireplace’. De Ruby-sfeerhaarden hebben dezelfde (technische) kenmerken. In kort geding [IEF 15913] wordt verboden inbreuk te maken op het octrooi op last van een dwangsom. Ruby Decor c.s. wil zekerheid dat zij door de verhandeling van Varianten (voorgelegd aan advocaat per brief met drie eenvoudige tekeningen) geen dwangsommen zal verbeuren. Het is aan de bodemrechter inbreuk vast te stellen en in een executiegeschil of er dwangsommen zijn verbeurd. De voorzieningenrechter wijst het gevorderde af. Oplegging in kort geding van een ongeclausuleerd en in tijd onbeperkt verbod als door Ruby Decor c.s. gevorderd  is niet mogelijk.

 

IEF 16169

HvJ EU: Is einde van erkenningsprocedure onder 28 lid 4 Geneesmiddelenverordening hetzelfde als handelscertificaat

HvJ EU 28 jul 2016, IEF 16169; (MSD tegen Comptroller-General), https://delex.nl/artikelen/hvj-eu-is-einde-van-erkenningsprocedure-onder-28-lid-4-geneesmiddelenverordening-hetzelfde-als-hand

Prejudiciële vraag gesteld aan HvJ EU 29 juli 2016, IEF 16169; IEFbe 1893; RB 2746; LS&R 1354 (MSD tegen Comptroller-General)
ABC. Octrooi. Erkenning handelsvergunning .

(1) Is an end of procedure notice issued by the reference member state under Article 28(4) of the Medicinal Products Directive equivalent to a granted marketing authorisation for the purposes of Article 3(b) of the SPC Regulation?
(2) If the answer to question (1) is no, is the absence of a granted marketing authorisation at the date of the application for a certificate an irregularity which can be cured under Article 10(3) of the SPC Regulation once the marketing authorisation has been granted?

IEF 16166

Presentaties Exploring solutions in the debate surrounding patents and plant breeders' rights

The Netherlands EU Presidency 2016, Symposium speeches, Finding the Balance - Exploring solutions in the debate surrounding patents and plant breeders’ rights, 18 mei 2016. Different EU Member States, stakeholders and the European Parliament have expressed their concern regarding this situation, especially after a ruling of the Enlarged Board of Appeal of the European Patent Office last year on the patentability of products resulting from essential biological processes. In order to find a way for restoring the balance, the Netherlands Presidency will host a symposium together with the European Commission to discuss the issue with both Member States and stakeholders and explore possible ways forward.