HvJ EU: Vernietiging van de beoordeling van het Gerecht over 'Simba toys'

HvJ EU 10 november 2016, IEF 16360; zaak C-30/15 P (Simba Toys tegen EUIPO) Gemeenschapsmerk. Octrooi. Op verzoek van Seven Towns, een Britse vennootschap die met name de intellectuele- eigendomsrechten beheert die verbonden zijn aan de „Rubik’s cube”, heeft het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) in 1999 de vorm van deze kubus als driedimensionaal gemeenschapsmerk ingeschreven voor „driedimensionale puzzels”. In 2006 heeft Simba Toys, een Duitse speelgoedproducent, het EUIPO verzocht om nietigverklaring van het driedimensionale merk, met name op grond dat dit merk een technische oplossing bestaande in het draaivermogen ervan bevatte en een dergelijke oplossing enkel als octrooi en niet als merk kon worden beschermd. Aangezien het EUIPO deze vordering heeft afgewezen, heeft Simba Toys bij het Gerecht beroep tot vernietiging van de beslissing van het EUIPO ingesteld. Bij arrest heeft het Gerecht het beroep van Simba Toys verworpen. Het Gerecht heeft in het bijzonder geoordeeld dat de grafische voorstelling van de vorm van de Rubik’s cube geen technische oplossing bevatte die in de weg stond aan de bescherming ervan als merk, en dat deze dus kon worden ingeschreven als Uniemerk. Tegen dit arrest heeft Simba Toys hogere voorziening ingesteld bij het Hof van Justitie.
HvJ EU oordeelt tot de afwijzing van de vordering tot nietigverklaring van het Gerecht. Volgens het HvJ interpreteerde het Gerecht de criteria voor de beoordeling van artikel 7 (1) (e) (ii) 40/94 te eng. Anders dan het Gerecht heeft verklaard, wijst het Hof erop dat in het kader van dit onderzoek de wezenlijke kenmerken van de kubusvorm moeten worden beoordeeld op basis van de technische functie van de door deze vorm weergegeven waar.