Merkenrecht  

IEF 2659

De statisch ogende kop van een neushoorn

Rechtbank ’s-Hertogenbosch, 26 september 2006, LJN: AY8826. Red Bull GmbH tegen Frisdranken Industrie Winters B.V. & Smart Drinks Ltd. 

Vers op rechtspraak.nl: "Actie, avontuur en competitie." Over afvullen en sub-c-verbanden met bekende merken.

Red Bull produceert en verhandelt onder het merk "Red Bull" een zogenaamde energy drink. Winters is een onderneming die zich voornamelijk bezighoudt met het zogenoemde "afvullen" van blikjes met door haarzelf of door derden geproduceerde (fris-) dranken. Red Bull is klant geweest bij Winters. Een andere klant van Winters is Smart Drinks. In opdracht van Smart Drinks heeft Winters de energy-drinks gevuld van de merken Bullfighter, Pitbull, Red Horn (later gewijzigd in Long Horn) en Live Wire.

Ingevolge artikel 13A, lid 1, onder c BMW, kan een merkhouder zich verzetten tegen het gebruik van een teken door een derde, wanneer dat teken gelijk is aan of overeenstemt met het merk en in het economisch verkeer gebruikt wordt, indien dit merk bekend is binnen het Benelux-gebied en door het gebruik, zonder geldige reden, van het teken ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk.

Het afvullen van de hiervoor genoemde blikjes frisdrank, vormt voorshands een zodanig gebruik van een teken door Winters als in deze bepaling voorzien. Voorts is tussen partijen niet in geschil dat Red Bull kan worden aangemerkt als een in deze bepaling bedoeld "bekend merk".

De inbreuken genoemd in artikel 13A, lid 1, onder c BMW, wanneer zij zich voordoen, zijn het gevolg van een zekere mate van overeenstemming tussen het merk en het teken, op grond waarvan het betrokken publiek een samenhang ziet tussen het teken en het merk, dat wil zeggen een verband hiertussen legt, ook al verwart het deze niet.

Ten aanzien van het merk Bullfighter en de daarvoor gebruikte blikjes (kort gezegd een blikje met een blauwe en een blikje met een rode bovenrand), is de rechter voorshands van oordeel dat vorenbedoeld verband met de blikjes frisdrank van Red Bull aanwezig is. Voorop staat dat het in casu om identieke waren - energy drinks - gaat. Verder roept het uiterlijk van de blikjes Bullfighter - door de combinatie van het opvallend gebruik van het woordelement "bull", de kleurstelling, het beeld van de (gedeeltelijk in de rode kleur uitgevoerde) wild bewegende stier, de op die stier zittende stierenvechter en de vermelding van de woorden "energy drink" - een totaalindruk op, die wordt gekenmerkt door sport/sportiviteit, actie, avontuur en competitie.

Die totaalindruk zal een gemiddeld consument in verband brengen met eenzelfde beeld en imago dat Red Bull aan haar frisdrank heeft verbonden, getuige het reclame- en marketingmateriaal dat door Red Bull in haar productie 2 in het geding is gebracht. Winters doet door het gebruik van haar Bullfighter-verpakking dan ook afbreuk aan het onderscheidend vermogen van het Red Bull-merk, waardoor verwatering van dat merk kan optreden.

Het voorgaande kan ook worden overwogen met betrekking tot de Bullfighter-verpakkingen die Smart Drinks in punt 2.2 van haar pleitnotitie heeft afgebeeld. Het betreffen kennelijk nieuwere versies van de blikjes. Het enige verschil tussen die versies is de weergave van de tekst "Bullfighter", die bij de door Red Bull in de dagvaarding opgenomen blikjes is gesplitst in de onder elkaar geplaatste woorden "Bull" en "fighter" en bij de door Smart Drinks getoonde blikjes aaneen is geschreven.

Het betreft een marginaal verschil, dat voorshands de hiervoor gemaakte beoordeling van de vraag of sprake is van een verband niet anders maakt.

Een verband in vorenbedoelde zin kan voorshands niet worden aangenomen met betrekking tot de overige merken van Winters. In het totaalbeeld van de blikjes van het merk Pitbull ontbreken actieve en competitieve elementen, waardoor elk verband met in een arena vechtende stieren en dus met Red Bull en het door haar opgebouwde imago van haar energy drink wordt doorbroken. De combinatie van het gebruik van de naam Pitbull in één woord en de afbeelding van die hond, roepen een totaalbeeld op dat te ver af staat van de algemene indruk die door het Red Bull-merk bij een gemiddelde consument wordt achtergelaten. Datzelfde geldt voor het Pitbull-blikje zonder de afbeelding van de hond. Aan het enkele gebruik op dat blikje van het woordelement "bull", komt in dezen geen doorslaggevende betekenis toe.

Ook bij de merken Red Horn en Long Horn  is het voor een verbod noodzakelijk verband tussen de voor die merken gebruikte tekens en het Red Bull-merk naar het voorlopig oordeel van de rechter niet aanwezig. Het is onvoldoende aannemelijk dat de algemene indruk van deze merken die bij een gemiddelde koper van energy drinks achterblijft - welke grotendeels zal worden beheerst door de statisch ogende kop van een neushoorn - door die gemiddelde koper met Red Bull in verband zal worden gebracht. Van een inbreuk op het merkrecht van Red Bull is wat deze merken betreft voorshands dan ook geen sprake.

Het voorgaande geldt voorshands eveneens voor het merk Live Wire. De in de kleuren blauw en groen, abstract, in een passieve houding en in een enigszins kinderlijke stijl afgebeelde, juist vriendelijk ogende stier in combinatie met de frisse en vrolijke oranje achtergrond van het blikje, laat geen met Red Bull verband houdende algemene indruk achter.

Conclusie van het bovenstaande is dat Winters met het vullen van de blikjes van merk Bullfighter op grond van artikel 13A, lid 1, aanhef en onder c BMW inbreuk maakt op de merkrechten van Red Bull. Dat geldt niet voor de overige merken die in dit kort geding aan de orde zijn. Met betrekking tot die merken kan een onderzoek naar de vraag of Red Bull zich met succes op artikel 13A, lid 1, onder b BMW kan beroepen achterwege worden gelaten, nu dat artikelonderdeel een strenger en dus beperkter toetsingskader in zich heeft (gevaar voor verwarring) dan het zojuist besproken artikel 13A, lid 1, onder c BMW.

(…) Winters verricht binnen de uitbating door Smart Drinks van het merk Bullfighter slechts een ondergeschikte hulptaak. Er kan in redelijkheid worden betwijfeld of Winters met de uitoefening van die hulptaak te kwader trouw heeft gehandeld, hetgeen ingevolge het vijfde lid van artikel 13A BMW vereist is voor toewijzing van de vordering tot - kort gezegd - het afleggen van rekening en verantwoording. Ook de vordering onder 4 (Winters te bevelen om de totale hoeveelheid inbreukmakende producten op haar kosten permanent te (doen) vernietigen) vereist de aanwezigheid van kwade trouw aan de zijde van Winters (vgl. artikel 13bis, lid 1 BMW), hetgeen impliceert dat sprake moet zijn van een moedwillige inbreuk op een merkrecht. Die conclusie kan ten aanzien van Winters voorshands niet worden getrokken, zodat ook deze vordering zal worden afgewezen.


Lees het vonnis hier.  

IEF 2656

Nieuwsbrieven

stabilo.bmpAlicante News (OHIM)  - European Trade Marks and Designs Newsletter. Met o.a. “The Stabilo invalidity decision, The  Bugatti Cancellation case,  Loewe vs Vicosta, Luxembourg and BoA case law & Statistical highlights.” Lees hier meer.

Nieuwsbrief Shield Mark, Oktober 2006. Met oa.a. de kleur paars voor Shampoo, cirkels op schoenen en veel .eu domeinnamen. Lees hier meer.

IEF 2654

Eerst even voor jezelf lezen

Hoge Raad, 22 september 2006 , arrest en conclusie AG Huydecoper,  LJN: AX3069. Kruidvat Retail B.V. tegen Lancôme Parfums Et Beauté Et Cie, Jean Cacharel S.A., L'oreal S.A., Les Parfums Cacharel Et Cie, Parfums Paloma Picasso Et Cie en L'oreal Luxe Producten Nederland B.V.

Cassatie in de in eerdere instanties uitgebreid besprokene en geannoteerde zaak over het verminken van auteursrechtelijk beschermden parfumverpakkingen. In cassatie voornamelijk  mededingingsrecht, selectieve distributie, reëel gevaar van afscherming van nationale markten en uitleg van het dépositairecontract.

Lees het arrest hier.

IEF 2652

Uit het beschermde vuistje (4)

boerenkaas.bmpJournaal Warenwet,  editie september 2006, bericht  “Registratie Nederlandse Boerenkaas als traditionele specialiteit naderbij". Na een lange weg van protesten, kamervragen en regeringsinspanning, (eerder berichten hier) is het dan bijna zover.


“Termijn om bezwaar aan te tekenen tegen registraties (…). Derde landen en natuurlijke of rechtspersonen met een rechtmatig belang, die in een derde land gevestigd of woonachtig zijn, kunnen direct bij de Commissie tegen het verzoek bezwaar aantekenen (…). In dit verband begint de periode (…)  op de dag van publicatie van dit bericht voor het volgende verzoek:

Boerenkaas.

Volgens Journaal Warenwet loopt de bezwarenperiode van een half jaar vanaf 31 maart 2006. Lees de aankondiging in het Publicatieblad hier.

IEF 2651

Accuraat gereproduceerd

bhimohim.bmp"The requirement that trade marks in Europe must be "graphically represented" should be scrapped, according to a senior adviser at the Community trade mark office in Alicante.
Vincent O'Reilly, director of IP policy at OHIM, said the requirement – found in Article 2 of the 1988 EU Trade Mark Directive and Article 4 of the 1994 EU Regulation on the Community trade mark – had its roots in the 19th century when trade mark procedure was paper-based. He added that it is less relevant today as registers and bulletins exist electronically rather than in hard copies.

Instead, O'Reilly proposed that there should be a requirement that trade marks be "accurately reproduced". This would mean that, if and when technology becomes available, there would be fewer obstacles to the registration of novel marks such as smells."

Lees hier meer (Managing IP).

IEF 2645

Geen aanleiding

Kamerstuk 30633, nr. 6, 2e Kamer. Wijziging van de wet van 10 mei 2006, houdende goedkeuring van het op 25 februari 2005 te Den Haag tot stand gekomen BVIE; Verslag, vastgesteld 18 september 2006.

Het onderzoek naar bovengenoemd wetsvoorstel heeft de vaste commissie voor Economische Zaken geen aanleiding gegeven tot het stellen van vragen of het maken van opmerkingen.

De voorzitter van de commissie, De Haan, de griffier van de commissie, Tielens-Tripels

IEF 2639

Voor- en afbakken

paneita.JPGRechtbank Breda, 20 september 2006, HA ZA 05-411. Molkerei Meggle Wasserburg GMBH tegen Vloemans, h.o.d.n. Pane Italiano. (Met dank aan Klos Morel Vos & Schaap).

 

Straightforward freihaltebedürfnis-vonnis.

Gedaagde Vloemans drijft onder de handelsnaam Pane Italiano een  eenmanszaak die zich bezig houdt met de import en groothandel in half-fabrikaten (bake-off) uit Italië, hoofdzakelijk voorgebakken brood ten behoeve van horeca-ondernemingen. In juli 2002 heeft hij het woordbeeldmerk  “Pane Italiano”  bij het Benelux Merkenbureau ingeschreven voor de klasse 30: meel en graanpreparaten, brood, banketbakkers- en suikerbakkerswaren .

Eiseres Meggle brengt in supermarkten in de Benelux Italiaans afbakbrood op de markt met verpakkingen waarop is afgebeeld het merk Meggle in combinatie met “Pane Italiano”.

Bij vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter ‘s-Hertogenbosch van 22 februari 2005 is een door Vloemans tegen Meggie gevorderd verbod om het merk en handelsnaam “Pane italiano” te gebruiken, afgewezen. In de onderhavige zaak vordert Meggle nu de nietigheid en doorhaling van Vloemans woordbeeldmerk Pane Italiano.

De Rechtbank Breda oordeelt dat: De woorden “Pane Italiano” en “Italian bake-off”  waaruit het teken van Vloemans bestaat, zijn ieder voor zich en in onderlinge samenhang uitsluitend beschrijvend voor de waren waarvoor het merk is ingeschreven. In ieder geval staat buiten twijfel dat de woorden die onderdeel uitmaken van het door Vloemans ingeschreven merk kunnen dienen tot aanduiding van kenmerken van de waren die bij het depot werden aangeduid. Dergelijke woorden moeten, ook voor de toekomst, worden vrijgehouden voor de handel.

De stelling van Vloemans dat het in aanmerking komend publiek in de Benelux de betekenis van de woorden Pane Italiano ontgaat, omdat dit publiek de Italiaanse taal niet machtig is, wordt gepasseerd. Gelet op de algemeen bekende populariteit van de Italiaanse keuken in de Benelux mag verondersteld worden dat de betekenis van Italiaanse benamingen van ingrediënten en gerechten afkomstig uit Italië bij het in aanmerking komend publiek bekend is. Dat het woord PANE veelvuldig als beschrijvende aanduiding voor Italiaans brood in de Benelux wordt gebruikt, is door Meggle genoegzaam aangetoond.
Het beroep van Vloemans op het Baby-dry-arrest gaat niet op, aangezien in het onderhavige geval geen sprake is van een nieuw woord, met een onverwachte wending, zoals bij Baby-dry wel het geval was. In liet onderhavige geval is sprake van losse beschrijvende woorden die in een gebruikelijke volgorde staan. De combinatie van de beschrijvende woorden verschilt niet merkbaar van de loutere som van de beschrijvende bestanddelen, zoals het geval kan zijn bij een verrassende wending, extra lading of dubbele bodem.

het geval van een woordbeeldmerk kan een bepaalde visuele weergave van uitsluitend beschrijvende woorden er toe leiden dat het woordbeeldmerk als geheel vanwege de visuele weergave toch onderscheidend vermogen heeft. In het onderhavige geval heeft de grafische weergave van de woorden in het woordbeeldrnerk van Vloernans echter geen, althans onvoldoende onderscheidend vermogen. De gebruikte lettertypes en lettergrootte voor de weergave in zwarte letters op een witte achtergrond van de woorden “Pane Italiano” en de woorden “Italian Bake-off” zijn zeer gebruikelijk en geenszins opvallend.

Een merk als Pane Italiano, dat een zuiver beschrijvend merk is, kan ondanks gebrek aan onderscheidend vermogen, vanwege zijn bekendheid bij liet publiek (inburgering), aan onderscheidingskracht  winnen. (…)Nu Vloemans slechts heeft aangetoond dat hij het teken Pane Italiano heeft gebruikt als merk in advertenties en op beurzen, is hij er niet in geslaagd om aan te tonen dat merk het teken Pane Italiano door inburgering onderscheidend vermogen heeft gekregen en heeft hij dit zelfs onvoldoende gemotiveerd gesteld om aan de bewijsfase toe te

De rechtbank verklaart de Benelux registratie van het merk Pane Italiano nietig en beveelt de doorhaling daarvan.

Lees het vonnis hier.

IEF 2632

Eenvoudige potten- en pannenverkoper

global.bmpRechtbank 's-Gravenhage, 24 augustus 2006, 06-847. Yoshida Metal Industry c.s. tegen Hunter.

Vormmerkzaak, met wederom een ruime proceskostenveroordeling. En met mooie vonnisnaam: Global Hunter.
 
Eiseres Yoshida brengt keukenmessen op de markt met een kenmerkend handvat en onder de geregistreerde merknaam GLOBAL. Hunter heeft in juni van dit jaar twee koks te Utrecht keukenmessen verkocht waarvan hij aangaf dat deze van het merk GLOBAL waren. Het bleken echter namaakmessen te zijn. Beide koks hebben aangifte gedaan van oplichting, waarna Hunter is aangehouden en tot op de dag van vandaag (!) in voorlopige hechtenis zit.

Materieelrechtelijk gezien is het vonnis weinig interessant: de messen zijn nagemaakt en ook is er sprake van merkinbreuk. Onder verwijzing naar de Handhavingsrichtlijn vordert Yoshida een bedrag van ruim 15 duizend euro voor werkelijk gemaakte procureurskosten.
 
De rechter wijst deze vordering toe. Het verweer van Hunter dat "het hier gaat om het aanpakken van een eenvoudige potten en pannen verkoper" treft volgens de rechter geen doel, omdat "slechts de ernst en omvang van de inbreuk van belang zijn, en de omstandigheden van dit geval (te weten: een meer dan incidentele verkoop van kennelijk in bedrijfsmatig verband vervaardigde bedrieglijk echt voorkomende doch inferieure namaakproducten die aan de producent van de originele producten grote schade kunnen toebrengen) toewijzing van de nevenvorderingen waar het thans om gaat alleszins rechtvaardigen".
 
Lees het vonnis hier.

IEF 2626

Toch Tien

O.a. het AD komt met het bericht dat Talpa toch de rechten  op de naam ‘Tien’ heeft gekocht van SBS .“insiders vermoeden dat de mediatycoon de naam zal gebruiken voor zijn tweede zender, die hij volgend jaar wil beginnen.

De Mol mocht vorig jaar de met veel bombarie gepresenteerde naam Tien niet gebruiken voor zijn eerste tv-zender. SBS (SBS 6, Net 5 en Veronica) protesteerde met succes bij de rechter, omdat Tien te veel zou lijken op TV10, een merk dat SBS al had gedeponeerd. SBS bood de naam daarop voor 5 miljoen euro te koop aan, maar dat vond De Mol te duur.

De deal tussen SBS en Talpa is onlangs beklonken. Tegelijkertijd hebben beide tv-bedrijven, die elkaar het afgelopen jaar voortdurend in de haren zaten, ook het lange conflict over het realityprogramma Expeditie Robinson geschikt, bevestigt SBS. Over de financiële details van de regeling doet het concern geen mededelingen."

Lees hier meer. Eerdere berichten o.a. hier en hier en hier.

IEF 2623

Punt

Gerechtshof Den Haag, 15 juni 2006, rol nummer 05/1107.Nokta Telecom V.O.F. tegen Nokia Corporation

In juni 2005 oordeelde de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag dat er sprake is van auditieve en visuele gelijkenis tussen het bekende merk NOKIA en de door gedaagde gebruikte handelsnaam Nokta Telecom en de domeinnaam www.noktatelecom.nl.

 Nokta voert aan dat zij het teken NOKTA niet als merk, maar als onderdeel van hun handelsnaam en hun domeinnaam gebruiken.  Het Hof oordeelthet teken 'nokta' wordt gebruikt als onderdeel van een handelsnaam. Hoewel een handelsnaam mede kan dienen ter onderscheiding van waren of diensten (in de zin van art. 13A lid 1 sub b en c BMW) is er in casu geen sprake van merkgebruik. Nokia  heeft niet aannemelijk gemaakt  dat het publiek het gebruik van de handelsnaam NOKTA TELECOM in fiete opvat als gebruik van een teken waarmee de diensten van Nokta worden onderscheiden.. Het gebruik van Nokta als onderdeel van de domeinnaam levert volgens het hof gebruik als handelsnaam, en geen merkgebruik op.

 

Met betrekking tot 13A lid 1 sub d merkt het hof op  Nokia sinds de jaren 90 merkrechten heeft, Nokia een bekend merk is en dat Nokta haar winkels pas in 2002 heeft geopend. Daar de tekens voor wat betreft het kenmerkende gedeelte - Nokta - in ieder geval visueel overeenstemt met het merk Nokia en gebruikt wordt dan wel ingeschreven is voor dezelfde waren  en diensten, en dat Nokia als bekend merk een ruime beschermingsomvang heeft, acht het hof aannemelijk dat Nokta  ongerechtvaardigt voordeel heeft getrokken uit en/of ongerechtvaardigd afbeuk doet aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk. Het feit dat 'nokta' een aanduiding is voor (tref)punt in de Turkse taal, levert ook bij het hof geen geldige reden voor gebruik  op.

Ten overvloede gaat het Hof nog in op de stelling van Nokta dat art. 5a Handelsnaamwet toepassing mist omdat er naar haar mening geen sprake van verwarringsgevaar is. Het Hof overweegt dat in de handelsnaam NOKTA TELECOM, NOKTA als het kenmerkende deel moet worden aangemerkt en dat de woorden 'nokia' en 'nokta' een visuele gelijkenis vertonen. Op grond van de activiteiten die beide ondernemingen verrichten, oordeelt het Hof dat er gevaar voor indirecte verwarring mogelijk is.

Het Hof verlengd wel de termijn waarbinnen Nokta het gebruik van de domeinnaam moet staken.

Lees het arrest hier. Eerder bericht + vonnsi rechtbank hier