Octrooirecht  

IEF 2975

Eerst even voor jezelf lezen

- Rechtbank ’s-Gravenhage, 28 november 2006, KG ZA 06-1253. Rooding Parket B.V. tegen Rooks Holding B.V, Gooink Holding B.V en  Hoogewoonink.

“Rooding stelt dat de verstrekte merklicentie op grond van de overeenkomst is beperkt tot gebruik van het merk LORRAINE strikt in de door Hoogewoonink c.s. geëxploiteerde parketdetailvestigingen voor zover deze de zogenoemde ““Lorraine”-uitstraling” hebben. In haar optiek is door het hanteren van de handelsnamen Lorraine Shops en Lorraine Legservice en door gebruik van de website www.lorraine.nl sprake van overschrijding van de grenzen van de merklicentie en derhalve van merkinbreuk.”

Lees het vonnis hier.

- Rechtbank ’s-Gravenhage, 23 november 2006, KG ZA 06-1187. Sol De Mallorca B.V. tegen The Sun Company Benelux B.V.

“In het tussen partijen gewezen vonnis van 7 juli 2006 is reeds overwogen dat Sol de aankleding van haar studio's zodanig dient te wijzigen dat niet meer gezegd kan worden dat zij de huisstijl van Sun gebruikt en dat daarvoor niet zonder meer noodzakelijk is dat alle elementen van de huisstijl gewijzigd worden. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat Sol met de hiervoor vermelde wijzigingen voldoende afstand heeft genomen van de huisstijl van Sun.”

Lees het vonnis hier.

- Rechtbank Rotterdam, 9 november 2006, LJN: AZ3045, Duyvis Production B.V. tegen Dutch-Nut-Group B.V.

“De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat de typische verschijningsvorm van de ‘tijgernootjes’ (namelijk het geschakeerd twee-kleurenpatroon van de nootjes) in zijn geheel beschouwd op zichzelf reeds als een onderscheidend kenmerk kan worden aange-merkt. (…) Geoordeeld moet worden dat de ‘poemanoten’ op deze wijze waargenomen een grote mate van overeenstemming vertonen met de ‘tijgernootjes’. Daarbij is mede van belang dat bij die waarneming niet een afzonderlijk exemplaar, maar een grotere hoeveelheid in het desbetreffende zakje, in een schaaltje of in de hand wordt gezien. Gevaar voor verwarring moet dan ook aannemelijk worden geacht. (…)  De vordering van Duyvis die strekt tot het staken van vorenbedoelde inbreuk zal derhalve worden toegewezen.  € 25.000,--  salariskosten advocaat.”

Lees het vonnis hier.

- Rechtbank Utrecht, 14 november 2006, LJN: AZ2861. Legropharma B.V. tegen Bayer.

Verloop octrooirecht, opzegging handelsrelatie “Bayer heeft betwist dat zij een doorleververbod hanteert. Ook heeft zij betwist dat zij een dergelijk verbod of enige leveringsbeperkende bepaling ooit met Legropharma heeft besproken. Bayer heeft in dit kader aangevoerd dat zij wegens het verlopen van het octrooi op Adalat® OROS beducht was voor de concurrentie van uitwisselbare versies van haar product. Om die reden heeft zij het beleid gevoerd om zoveel mogelijk distributiekanalen, waaronder Legropharma, voor de verkoop van haar product te benutten. Enig verbod op doorlevering paste derhalve ook niet in het gevoerde beleid. Bayer heeft voorts gesteld dat haar in mei 2006 is gebleken dat zij de concurrentiestrijd met de generieke en met Adalat®OROS uitwisselbare medicijnen van andere producenten had verloren waarna zij haar beleid heeft gewijzigd.”

Lees het vonnis hier.

- Rechtbank Groningen, 17 oktober 2006, LJN: AZ2541. Eiser tegen de Inspecteur van de Belastingdienst/Douane Noord/kantoor Groningen.

Sector Bestuursrecht. “De beslissing van verweerder waarin wordt toegezegd dat de douaneautoriteiten in te voeren MP3-apparatuur extra zullen controleren op mogelijke inbreuken op intellectuele eigendomsrechten brengt geen publiekrechtelijke rechtsgevolgen met zich mee. De beslissing is daarom niet aan te merken als besluit in de zin van de Awb en het bezwaar had om die reden niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. “

Lees de uitspraak hier.

IEF 2969

A few words (2)

few.bmpCharlie McCreevy, European Commissioner for Internal Market and Services, speaks to the European Parliament JURI Committee:

"The protection of intellectual and industrial property -- copyrights, patents, trademarks or designs -- is at the heart of a knowledge-based economy and central to improving Europe's competitiveness. This is a priority for reform: grounded on sound economics, not just legal concepts, and concentrating on solutions that foster innovation and investment in real life.

On patents, there is an overwhelming desire for a system which is simpler, more cost-effective and that maintains the highest standards in the quality of its examination and grant procedures. All stakeholders went to great length to convey their views to us. Now, quite rightly, they expect action. This was the gist of my message to the plenary where I addressed this issue on 28 September.

The Commission will shortly be publishing a Communication setting out our proposals for the short and longer term. The initial focus will be on jurisdictional arrangements. We have carefully assessed Parliament's resolution of 12 October on future patent policy in Europe. I share Parliament's wish to explore all possible ways of improving the patent and patent litigation systems in the EU.

I agree that the proposed text for a European Patent Litigation Agreement (EPLA) needs significant improvements in order to bring it in line with Community requirements. I have taken note of concerns about democratic control, judicial independence and litigation costs under the current EPLA proposals. We also believe that there is a need for common implementing provisions such as uniform Rules of Procedure. And we are aware of the constitutional requirements and limitations of certain Member States. The specific concerns of SMEs also need to be taken into account.

 

My intention is to harness the momentum in the search for a workable compromise. The Community Patent and the EPLA are not mutually exclusive initiatives, indeed our aim should be to ensure that they eventually converge with the Community patent as the ultimate objective.

In both cases our goal is the same: a better, cheaper, more reliable patent system. And we need to deliver now in order to catch up with Europe's main competitors in terms of promotion of innovation and competitiveness. That is what industry expects from us.

But intellectual property is not just patents alone. Copyright is economically just as important.

As you may be aware, the Commission will shortly bring forward an initiative on copyright levies. There has been a great deal of discussion about this measure – not all of it has been well-informed – so I am very pleased to have this opportunity to explain my thinking to the Committee.

We have monitored the application of the Copyright Directive carefully since its adoption in 2001. We have had several consultation exercises, including on the specific question of fair compensation and copyright levies - I was pleased to send the most recent questionnaire to the Committee before the summer. As a result of this work, we have identified a number of problems.

Our point of departure is very clear. We are not in any way challenging the fair compensation provisions of the Directive. Where a rights holder suffers harm as a result of the private copy exception, they should be remunerated.

The Commission has made clear its strong commitment to creativity and innovation, and has stressed the need to have systems in place to ensure that it is properly rewarded. This applies every bit as much in the copyright industries as in any other sector.

However, we are concerned that the operation of some fair compensation schemes may be disrupting trade in the internal market. We also wonder whether consumers are getting as fair a deal as they should, and whether full account is being taken of the increased use of technological means to protect copyright protected works. We also feel that greater clarity and accountability in how schemes operate is in the best interests of all stakeholders.

We are looking for a balanced way forward that protects the interests of all concerned – rights holders, industry, consumers. We want a system of compensation that is predictable, fair and sustainable into the future.

My final remarks are on spare parts and the Commission's proposal on a designs directive. You will agree that it is not sufficient just to talk about creating opportunities for small and medium-sized firms. Here is an opportunity to do something about it.

Now that the study on safety aspects which was commissioned by your Committee has been finalised, I very much look forward to you resuming the discussion on this issue. The study confirms our understanding that the safety aspect is unrelated to the issue of design protection. I therefore hope for the European Parliament's full support for the Commission's proposal. This would have a positive effect on the debate in Council."

Lees de volledige speech EU Commissaris Charlie McCreevy hier en zie eerder bericht hier.

 

IEF 2963

PCT Nieuws

Twee mededelingen van de WIPO.

1. PCT Notification 180: Amendments to the Regulations
"The Director General of the World Intellectual Property Organization (WIPO) presents his compliments to the Minister for Foreign Affairs and, pursuant to Article 68(4) of the Patent Cooperation Treaty (PCT), done at Washington on June 19, 1970, amended on September 28, 1979, modified on February 3, 1984, and on October 3, 2001, has the honor to transmit herewith certified copies, in English and in French , of the amendments to the Regulations under the said Treaty, adopted by the Assembly of the International Patent Cooperation Union (PCT Union), on October 3, 2006, at its thirty-fifth (20th extraordinary) session, held in Geneva from September 25 to October 3, 2006, with effect from April 1, 2007." Lees hier meer.

 

2. PCT Notification 181: Amended Schedule of Fees Annexed to the Regulations.

"The Director General of the World Intellectual Property Organization (WIPO) presents his compliments to the Minister for Foreign Affairs and, pursuant to Article 68(4) of the Patent Cooperation Treaty, done at Washington on June 19, 1970, amended on September 28, 1979, and modified on February 3, 1984, and on October 3, 2001, has the honor to transmit herewith a certified copy in English and a certified copy in French of the amended Schedule of Fees Annexed to the Regulations under the said Treaty. The said amended Schedule of Fees was adopted by the Assembly of the International Patent Cooperation Union (PCT Union), on October 3, 2006, at its thirty-fifth (20th extraordinary) session, held in Geneva from September 25 to October 3, 2006, with effect from October 12, 2006." Lees hier meer.

IEF 2962

Intellectuele Eigendomsrechten en volksgezondheid

Tweede Kamer, Kamervragen met antwoord. Vragen van het lid Kant (SP) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over intellectuele eigendomsrechten en volksgezondheid in de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

1 Wat waren de overwegingen om tijdens de 59e WHO-conferentie de Europese Commissie namens de lidstaten te laten spreken over de resolutie met betrekking tot intellectueel eigendom?

2 Deelt u de mening dat de competentie van de Europese Commissie met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten binnen de Wereld Handelsorganisatie (WTO) zich niet uitstrekt tot de WHO?

3 Klopt het dat het oorspronkelijke standpunt van de Europese Commissie zeer veel overeenkomsten vertoont met het standpunt van de farmaceutische industrie?

4 Bent u geheel tevreden met het uiteindelijke standpunt van de Europese Commissie? Welke invloed heeft de Nederlandse delegatie hierop gehad?

5 Gaat de Europese Commissie ook namens de lidstaten het woord voeren in de intergouvernementele werkgroep die zich zal buigen over «oplossingen om de huidige crisis in onderzoek en ontwikkelingen van geneesmiddelen voor ontwikkelingslanden het hoofd te bieden» zoals in de eerdergenoemde resolutie is bepaald?

6 Klopt het dat ook een Nederlandse afvaardiging zitting gaat nemen in deze werkgroep zoals u eerder aan Wemos in een brief meedeelde?

7 Bent u van plan vast te houden aan het spreekrecht van de Nederlandse afvaardiging ook als over intellectuele eigendomsrechten wordt gesproken?

8 Bent u bereid de bevoegdheidsverdeling tussen de Europese Commissie en de lidstaten, waar het gaat om volksgezondheid en intellectuele eigendomsrechten, waar mogelijk aan de orde te stellen bijvoorbeeld tijdens de voorbereidende bijeenkomsten van de WHO?

Antwoord van minister Hoogervorst (Volksgezondheid, Welzijn en Sport). (Ontvangen 6 november 2006)

1 De resolutie handelt niet zozeer over intellectuele eigendomsrechten alswel over de vraag op welke wijze onderzoek naar en ontwikkeling van medicijnen voor ziektes die ontwikkelingslanden disproportioneel raken gestimuleerd kan worden. Aangezien intellectuele eigendomsrechten wel in de titel van de resolutie stonden en een vorm van «beloning» zijn voor onderzoek en ontwikkeling stelde de Commissie in de voorbereiding van de World Health Assembly (WHA) in Brussel dat zij op veel onderwerpen die tijdens het overleg over de resolutie werden besproken exclusief bevoegd is. Nederland is daar niet van overtuigd, maar constateert dat de mandaatskwestie op gezondheidsgebied een grijs gebied is. Vanuit een pragmatische houding is Nederland akkoord gegaan met de eenmalige taakverdeling tussen Commissie en Raad (woordvoering door de voorzitter) tijdens de WHA in mei 2006. Dit moet in het licht gezien worden van een meer algemene discussie die momenteel gaande is over de woordvoering namens de Europese Unie bij de WHO. Tijdens de EU-voorbereiding gedurende deze WHA stelde de Commissie dat zij bij de onderhandelingen bij dit agendapunt op alle onderwerpen in plaats van de lidstaten zou spreken.

2 De Commissie is exclusief bevoegd op het terrein van intellectuele eigendomsrechten als zij handelsgerelateerd zijn, zoals bij TRIPs (Trade Related Aspects of Intellectual Property Rights) in de WTO. Binnen de WHO gaat het in de eerste plaats om gezondheid. In het geval van de genoemde resolutie gaat het om het stimuleren van onderzoek en ontwikkeling naar medicijnen voor ziektes die ontwikkelingslanden disproportioneel raken. De bescherming van intellectuele eigendomsrechten is hier slechts een deelonderwerp.

3 Ik constateer slechts dat de Europese Commissie het onderwerp «intellectuele eigendomsrechten en gezondheid» vooral vanuit het gezichtspunt van bescherming van intellectuele eigendomsrechten benadert.

4 Tijdens de WHA heeft Nederland, samen met andere Lidstaten, bij de Commissie aangedrongen op een constructieve houding ten opzichte van de resolutie. Dit heeft ertoe geleid dat er inderdaad een aanvaardbare en werkbare resolutie tot stand is gekomen. In de onderhandelingen heeft de Nederlandse delegatie een niet onbelangrijke en ondersteunende functie gehad in de totstandkoming van de tekst van de resolutie. In deze resolutie wordt de DG van de WHO gevraagd een werkgroep op te stellen die zich richt op het opstellen van een globale strategie en actieplan die een basis bieden voor essentieel gezondheidsonderzoek en ontwikkeling dat gedreven wordt door de behoeften die er bestaan en relevant is voor ziektes die ontwikkelingslanden disproportioneel raken. Bovendien wordt de WHO opgeroepen het door Nederland geïnitieerde priority medicines rapport periodiek te herzien.

5 De Commissie heeft gesteld dat zij overeenkomstig de vooraf in Brussel overeengekomen bevoegdheidsverdeling zal spreken op het terrein van intellectuele eigendomsrechten. Op de overige terreinen kunnen de Lidstaten dus het woord voeren, in afstemming met elkaar en de Commissie.

6 Ja, een Nederlandse afvaardiging zal deelnemen aan deze werkgroep.

7 Zie antwoord op vraag 5.

8 Nederland heeft dit reeds aan de orde gesteld tijdens voorbereidende bijeenkomsten in Brussel in juli en oktober van dit jaar en zal dit blijven doen.

Lees de Kamervragen hier.

IEF 2954

Geneesmiddelentests ROW (2)

Eerste Kamer, Kamerstuk 30 663, B.  Wijziging van de Rijksoctrooiwet 1995 ter implementatie van Richtlijn nr. 2004/27/EG en Richtlijn nr. 2004/28/EG (eerder bericht hier)

"Eindverslag van de Vaste Commissie voor Economische Zaken. Vastgesteld 14 november 2006. Het onderzoek van dit voorstel heeft de commissie geen aanleiding gegeven tot het maken van opmerkingen.

De voorzitter van de commissie,
Luijten
De griffier van de commissie,
Nieuwenhuizen"

IEF 2939

Kraankop

korver.bmpRechtbank ‘s-Gravenhage, 15 november 2006, HA ZA 05-3006, Comap Benelux S.A./N.V., Comap S.A., en Comap Abbeville S.A. tegen Korver Kompagnie B.V.

Inbreuk op Europees octrooi dat ziet op een thermostatische kraankop en slaafse nabootsing. Geen vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten.

Comap stelt zich op het standpunt dat de kraankop van Korver onder de beschermingsomvang van haar octrooi valt en dat deze een ongeoorloofde slaafse nabootsing is van haar kraankop. Eerder al heeft een kort geding rechter Korver verboden inbreuk te maken op de octrooirechten van Comap en haar verboden thermostaatkranen op de markt brengen die voor wat betreft het uiterlijk zozeer overeenkomen met de thermostaatkranen van Comap, dat bij het publiek het gevaar voor verwarring is te duchten. Korver is daarnaast bevolen een opgave te doen inzake de omvang van het inbreukmakend handelen. De bodemrechter volgt de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen grotendeels toe.

Comap heeft in een bodemprocedure belang bij een verbod, aangezien het vonnis van de voorzieningenrechter slechts een voorlopig karakter heeft. Ook de omstandigheid dat Korver geen wetenschap zou hebben gehad van het feit dat zij inbreukmakende handelingen verrichtte, staat aan de toewijzing van het verbod niet in de weg. Schuld is voor toewijzing van het verbod geen vereiste. De rechter komt tot een grensoverschrijdend verbod aangezien de geldigheid van het octrooi niet ter discussie heeft gestaan. De uitspraak GAT/LuK staat aan deze vordering dan ook niet in de weg.

De bodemrechter oordeelt dat er sprake is van slaafse nabootsing. “Dat de naam Sanivesk op de verpakking staat, komt bij de beantwoording van de vraag of verwarringsgevaar aanwezig is, in het kader van de slaafse nabootsing van het uiterlijk van het product, geen relevante betekenis toe. Na de verkoop en bij in gebruik name zal het product immers zonder de verpakking en zonder de aanduiding “Sanivesk” worden aanschouwd. Daarbij komt dat het feit dat een andere naam wordt gehanteerd, niet automatisch betekent dat het product van een andere producent afkomstig zou zijn.“

De rechter wijst de nevenvordering en een schadevergoeding, op te maken bij staat en te vereffenen bij de wet, toe. Voor een voorschot op de schadevergoeding acht de rechtbank onvoldoende gronden aanwezig.

De berekening van het procureurssalaris vindt plaats volgens het gebruikelijke liquidatietarief. De rechtszekerheid staat er aan in de weg dat de proceskosten bij procedures die zijn begonnen vóór 29 april 2006 richtlijn conform zouden worden toegekend. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat de Handhavingrichtlijn geen overgangsrecht bevat.

Korver heeft in reconventie nog gesteld dat Comap onrechtmatig heeft gehandeld door niet alleen de Sanivesk- kraankoppen, maar tevens de in verpakking bijgesloten huizen in beslag te nemen. De rechtbank wijst de eis in reconventie af omdat tijdens beslaglegging niet Korver maar Dresco over de kraankoppen en huizen beschikte.

Lees het vonnis hier.

IEF 2930

Geneesmiddelentests ROW

Eerste Kamer, Kamerstuk 30663, A. Wijziging van de Rijksoctrooiwet 1995 ter implementatie van Richtlijn nr. 2004/27/EG en Richtlijn nr. 2004/28/EG; Gewijzigd voorstel van wet.

Artikel I: Onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot vijfde respectievelijk zesde lid wordt een nieuw lid ingevoegd in artikel 53 van de Rijksoctrooiwet 1995, luidende:

4. Het uitvoeren van de noodzakelijke studies, tests en proeven met het oog op de toepassing van artikel 10, eerste tot en met vierde lid, van Richtlijn 2001/83/EG tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PbEG L 311) of artikel 13, eerste tot en met het vijfde lid van Richtlijn 2001/82/EG tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 311) en de daaruit voortvloeiende praktische vereisten worden niet beschouwd als een inbreuk op octrooien met betrekking tot geneesmiddelen voor menselijk gebruik, respectievelijk geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik.

Artikel IA
1. Indien artikel 42, tiende lid, van het bij koninklijke boodschap van 8 december 2003 ingediende voorstel van Wet houdende vaststelling van een nieuwe Geneesmiddelenwet, Kamerstukken II, 2003/04, 29 359, tot wet wordt verheven en in werking treedt vóór het tijdstip waarop deze rijkswet in werking treedt, vervalt artikel 42, tiende lid, van de Geneesmiddelenwet op het tijdstip waarop deze rijkswet in werking treedt.

2. Indien deze rijkswet in werking treedt vóór of op het tijdstip waarop artikel 42, tiende lid, van het bij koninklijke boodschap van 8 december 2003 ingediende voorstel van Wet houdende vaststelling van een nieuwe Geneesmiddelenwet, Kamerstukken II, 2003/04, 29 359, tot wet wordt verheven en in werking treedt, vervalt artikel 42, tiende lid, van de Geneesmiddelenwet op het tijdstip waarop laatstgenoemde wet in werking treedt.

Artikel II

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lees het kamerstuk hier.

IEF 2926

Dat de naam Octrooicentrum Nederland voert

rvs.gifRaad van State, 8 november 2006, LJN: AZ1749. Uitspraak op het hoger beroep van Pi-Wi Beheer BV en het Bureau voor de Industriële Eigendom, dat de naam Octrooicentrum Nederland voert.

Bij brief van 30 december 2003 heeft het Bureau voor de Industriële Eigendom, dat de naam Octrooicentrum Nederland voert , de rechtsvoorganger van appellante meegedeeld dat uit het nieuwheidsonderzoek inzake de octrooiaanvrage van appellante is gebleken dat de octrooiaanvrage betrekking heeft op meer dan één uitvinding.

In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank ’s-Gravenhage geoordeeld dat de brief van 30 december 2003 geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb en dat daarom het OCN terecht en op goede gronden het bezwaar van appellante tegen die brief niet-ontvankelijk heeft verklaard. Appellante kan zich hiermee niet verenigen.

Uit de parlementaire geschiedenis van de Row 1995 blijkt dat de wetgever het octrooistelsel ingrijpend heeft willen wijzigen. De wetgever heeft ervoor gekozen af te wijken van de oude procedure van artikel 24A, tweede lid, van de Row 1910, waarin een tussentijds gegeven niet-eenheidsbeslissing binnen drie maanden kon worden aangevochten. In het in de Row 1995 neergelegde stelsel vindt inhoudelijke toetsing achteraf plaats in een civiele procedure ter zake van octrooi-inbreuk. De mededeling bedoeld in artikel 34, vierde lid, van de Row 1995 is een mededeling die betrekking heeft op feitelijk handelen. Met die mededeling zijn geen rechtsgevolgen beoogd.

Naar het oordeel van de Afdeling kan de brief van 30 december 2003, waarin appellante ter zake van haar octrooiaanvrage mededeling is gedaan als bedoeld in artikel 34, vierde lid, van de Row 1995, dan ook niet worden aangemerkt als een rechtshandeling en is om die reden geen sprake van een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb.

De rechtbank heeft dan ook terecht, zij het op andere gronden, geoordeeld dat het OCN het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Lees de uitspraak hier.

IEF 2922

Verjaardag & Convenant

ovo.gifPersbericht: "Vrijdag 10 november viert de Orde van Octrooigemachtigden haar 70-jarig bestaan met een Lustrumbijeenkomst in het Concert- en congresgebouw de Doelen in Rotterdam.

Bij die gelegenheid zullen de Orde van Octrooigemachtiden en de Staatssecretaris van het Ministerie van Economische Zaken een convenant tekenen met de titel: "Convenant versterking gebruik octrooisysteem.

De doelstellingen van het convenant zijn er onder meer op gericht om de bekendheid met het octrooisysteem bij potentiële gebruikers te vergroten alsmede de toegankelijkheid van het gebruik van de expertise van octrooigemachtigden, waar nodig, te vergroten.

EZ en Octrooicentrum Nederland, een agentschap van EZ, zullen in hun voorlichting aan het MKB, universiteiten, hogescholen, topinstituten en andere organisaties voldoende aandacht besteden aan de mogelijkheden die het octrooisysteem biedt en de waardevolle diensten die octrooigemachtigden daarbij kunnen bieden. Octrooicentrum Nederland en de Orde van Octrooigemachtigden zullen zich gezamenlijk inspannen om de voorlichting over het octrooisysteem verder te intensiveren door middel van het geven van voorlichtingsbijeenkomsten en gastcolleges. Verder zullen EZ, Octrooicentrum Nederland en de Orde zich inspannen om de bekendheid van het beroep van octrooigemachtigde te vergroten op universiteiten.

In het convenant is afgesproken dat Octrooicentrum Nederland in samenspraak met het bestuur van de Orde een richtsnoer zal ontwikkelen over de aard en de reikwijdte van de door Octrooicentrum Nederland uit te voeren stand van de techniek onderzoeken in octrooiliteratuur en databases. Octrooicentrum Nederland zal zich inspannen om informatie digitaal beschikbaar te stellen die thans als verwijzingen zijn opgenomen in het octrooiregister, voor zover dit mogelijk en relevant is.

De Orde van Octrooigemachtigden meent dat met dit convenant het gebruik van het octrooisysteem zal worden versterkt en het vertrouwen in de kwaliteit en de waarde van de diensten van octrooigemachtigden zal worden bevorderd."

Lees het convenant hier. Klik  hier voor de website van de orde .

IEF 2899

Europese octrooirechters

vntie.gifAfgelopen week is door Europese octrooirechters, bijeen op een conferentie georganiseerd door het Europees octrooibureau (EOB) in samenwerking met EPLAW (European Patent Lawyers Association) in Venetië, een aanzet gegeven tot een ontwerp van de Rules of Procedure voor het toekomstige EPLA Court, in het kader waarvan is gekomen tot de tweede resolutie van dit forum (Second Venice Resolution, San Servolo, 4th November 2006).

In een eerste resolutie van verleden jaar is door Europese octrooirechters, kort gezegd, opgeroepen te komen tot een bespoediging van de totstandkoming van het zogenoemde European Patent Litigation Agreement. Die eerste resolutie is inmiddels onderschreven door vrijwel alle Europese octrooirechters in de verdragsstaten van het Europees octrooiverdrag (EOV).

Indien en voor zover het EPLA als optioneel protocol bij het EOV zal worden aangenomen te eniger tijd, is het overigens volgens de huidige ontwerp EPLA-verdragstekst de Administrative Committee (samengesteld uit vertegenwoordigers van participerende EOV verdragsstaten) die deze procedureregels op voorstel van de Executive Committee (gevormd door de toekomstige EPLA Court rechters) zal vaststellen.

De in de tweede resolutie bedoelde "Principles" vormen derhalve binnen de actualiteit rond EPLA op velerlei ander vlak slechts een eerste aanzet tot discussie, zonder dat daarmee wordt beoogd te preluderen op of afbreuk te doen aan evenbedoelde vaststellingsbevoegdheid als voorzien in het ontwerp.

Lees de tweede resolutie hier.